HKU

HKU-Column december 2016

Creativiteit gedijt bij een zekere mate van beperking.

inflatie

Creativiteit is hot. Het is zelfs een van de zogenoemde 21st century skills. Zonder creativiteit ben je nergens meer. Zelfs instellingen en instituten waarvan de core business zo ongeveer samenvalt met creativiteit kunnen er niet meer omheen. Creatieve industrie, creatieve economie, creatieve innovatie. Het is één en al creativiteit wat de klok slaat. Zou creatief het nieuwe christelijk zijn? Heel wat verenigingen en clubs kregen bij hun oprichting het predicaat christelijk mee, terwijl het in de praktijk een lege toevoeging blijkt te zijn. Ook bij een christelijke biljartvereniging blijft een carambole een carambole. Een typisch geval van woordinflatie volgens Van Dale. In zijn roman "Een geschiedenis van de wereld in 101/2 hoofdstuk" zegt Julian Barnes daar iets buitengewoon behartigenswaardigs over met betrekking tot de hoogstwaarschijnlijk populairste quote ter wereld: "I love you". 'Om te beginnen moeten we deze woorden maar op een bovenste plank opbergen; in een vierkant kastje stoppen achter glas, dat we met onze elleboog moeten breken; op de bank zetten. We moeten ze niet in huis laten rondslingeren als een buisje vitamine C. Als we te makkelijk bij die woorden kunnen, zullen we ze gebruiken zonder erbij na te denken; dat zullen we niet kunnen laten. O, we zeggen wel van niet, maar we zullen het toch doen.'

 

De combinatie "creatieve industrie" blijft iets ongemakkelijks hebben. Bij "industrie" geeft Van Dale: 1. economische bedrijvigheid waarbij grondstoffen technisch worden verwerkt tot (half)producten; 2. bedrijfstak die zich met de verwerking van grondstoffen tot producten bezighoudt; 3. fabrieksmatige productie; 4. bepaald fabrieksbedrijf, bepaalde industrietak. Met name de derde omschrijving is interessant: "fabrieksmatige productie". Bij het bijvoeglijk naamwoord "fabrieksmatig" vinden we: 'als in een fabriek gemaakt (met gedachte aan eenvormig- en onoorspronkelijkheid)'. Van "creatieve eenvormig- en onoorspronkelijkheid" kun je toch op z'n zachtst zeggen dat het wringt. De verklaring bij "fabriek" luidt: 'een bedrijf waarin op uitgebreide schaal, langs mechanische of chemische weg stoffen of goederen uit grondstoffen worden geproduceerd'. Ook bij ons wordt op uitgebreide schaal van alles geproduceerd, maar dan handmatig. Godzijdank! We zijn dus nog geen kunstfabriek. In een fabriek worden dingen gefabriceerd: 'in elkaar gezet' volgens Van Dale. En fabriceren is toch echt iets anders dan scheppen: 'voortbrengen uit het niets, creëren'. Bij ons wordt gecreëerd! Je kunt spreken van 'scheppende verbeeldingskracht' en dat is nou niet bepaald het eerste waar ik aan denk bij 'iets in elkaar zetten'.

 

Is dit een flauwe exercitie? Want natuurlijk begrijp ik dat we "industrie" in de combinatie "creatieve industrie" moet interpreteren als 'bepaalde industrietak' en niet als 'fabrieksmatige productie'. Maar behalve de interpretatie heb je ook nog de associatie en connotatie. En dan staat daar toch ergens een fabriek op de achtergrond. Mihaly Csikszentmihalyi betoogt in "Creativiteit; over flow, schepping en ontdekking": 'Als er zich te weinig gelegenheden voordoen om onze nieuwsgierigheid te botvieren, als er te veel obstakels op het pad van ontdekking en risico worden geplaatst, kan de motivatie tot creatief gedrag gemakkelijk verdwijnen. Gezien haar belang zou je verwachten dat creativiteit een van de eerste plaatsen op onze agenda bezet. En in feite wordt er ook ontzettend veel over gepraat. Maar de praktijk biedt een heel ander beeld. Op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek wordt bezuinigd, omdat het geld in onmiddellijke praktische toepassingen wordt gestoken. Kunst wordt steeds meer beschouwd als een vervangbaar luxeartikel dat zijn waarde moet bewijzen op de onpersoonlijke massamarkt.'

 

Zou je creativiteit kapot kunnen formaliseren? Csikszentmihalyi waarschuwt vast niet voor niets. Te veel obstakels op het pad van ontdekking zijn funest voor creatief gedrag. Totale vrijheid is dat overigens evenzeer. Creativiteit gedijt bij een zekere mate van beperking. Maar het moet niet te gek worden. Harry Houdini werd wereldberoemd door zijn ontsnappingen uit gevangenissen, handboeien, dwangbuizen en onderwaterkokers, waaruit hij telkens vrij kwam op eigen kracht, na deskundig te zijn opgesloten. Je kunt zeggen dat hij daarin veel creativiteit aan de dag legde. Helaas zijn we niet allemaal Harry Houdini. Laten we hopen dat de regels vanuit de overheid en de wensen vanuit de maatschappij niet dermate knellend zullen worden dat er geen energie meer overblijft voor creativiteit in de beste zin van het woord, omdat we voortdurend bezig moeten zijn onszelf te bevrijden van alles wat afleidt van dát waar het écht om gaat. Creativiteit is een groot goed en uitermate belangrijk voor onze core business. Laten we haar koesteren. Laten we de raad van Julian Barnes serieus nemen en de woorden 'creatieve' en 'creative' niet laten rondslingeren als een buisje vitamine C waar we te makkelijk bij kunnen. Want inflatiecorrectie zou weleens een bijzonder moeilijke zaak kunnen worden als de woordinflatie eenmaal een feit is ...

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl