HKU

HKU-Column september 2014

Het leven zit vol compromissen. Maar de kunst kent geen compromissen.

Poëzie

'Waar het de mensen aan ontbreekt voor mij, de dag van vandaag, is aanbidding. Mensen maken niet graag meer van andere mensen goden. (...) We moeten ook op de knieën kunnen vallen voor iets of iemand.' Een enger begin van dit stukje kan ik me bijna niet voorstellen. Sterker nog: de rillingen lopen over mijn rug bij het lezen van de drie zinnen tussen de aanhalingstekens. De geschiedenis leert ons dat het nogal eens misgaat als mensen goden maken van andere mensen. Voor je het weet lig je op de knieën voor de verkeerde of – nog erger – word je gedrongen om iets of iemand te aanbidden waar je niets mee hebt. Ik blijf graag zelf denken. Degene die verantwoordelijk is voor het citaat heeft ongetwijfeld dezelfde wens. En hij of zij vindt deze gedachte, die het resultaat is van zelf denken, natuurlijk allesbehalve eng. Intussen blijf ik zitten met de vraag wie dit gezegd heeft en in welke context. Dezelfde persoon zei ook: 'Je moet niet mee zijn met de tijd maar met de poëzie. Je moet mee zijn met alles wat boven de tijd staat, er niets mee te maken heeft. Dan heb je kans om dichter bij het goddelijke te komen.' Moet je dat wel willen, dichter bij het goddelijke komen, denk ik dan. En stel dat het antwoord ja is, zou dat dan lukken met alle poëzie?

 

Heeft poëzie überhaupt enig praktisch belang? John Keating, de docent die in "Dead Poets Society" op onvergetelijke wijze tot leven wordt gewekt door Robin Williams, zegt het zo: 'We lezen geen poëzie omdat ’t zo leuk is, maar omdat we tot het menselijk ras behoren. En de mens loopt over van passie. Medicijnen, rechten, handel en techniek zijn nodig om te leven. Maar poëzie, schoonheid, romantiek en liefde geven dat leven inhoud.' Een bijzonder aardige gedachte voor alle poëzieliefhebbers, maar zou je leven echt geen inhoud kunnen hebben als je nooit een gedicht leest? Ik geloof er niks van. Poëzie wordt in één adem genoemd met schoonheid, romantiek en liefde. De gevoelswaarde die zij vertegenwoordigt is daarmee van groter belang dan haar letterlijke vorm. John Keating houdt zijn leerlingen voor dat woorden en denkbeelden de wereld wel degelijk kunnen veranderen. Hier is de intentie van "veranderen" hoopvol. We worden geacht "veranderen" te lezen als "verbeteren". Hetzelfde geldt voor de e-mail die cardioloog Pim van Lommel ooit ontving: 'Wanneer de macht van de liefde sterker wordt dan de liefde voor macht, pas dan zal de wereld veranderen.' De wereld verandert voortdurend ...

 

Ik heb enorm vals gespeeld want ik zit helemaal niet met de vraag wie er verantwoordelijk is voor de openingszinnen van deze column. Ik weet het antwoord namelijk al. Ze komen uit de mond van de Vlaamse schilder Sam Dillemans. En in de juiste context krijgen ze een heel andere lading: 'Waar het de mensen aan ontbreekt voor mij, de dag van vandaag, is aanbidding. Mensen maken niet graag meer van andere mensen goden. Ze maken graag van goden mensen. Merckx is een betere wielrenner dan Sam Dillemans. En ik ga niet de kleine kanten van een god in het licht zetten om te zeggen: kijk hij is in zijn menselijke kantjes even klein als ik. Dus we staan toch dichter bij elkaar. Nee, Michelangelo moest ook naar het toilet, dat moeten we allemaal. Maar zet iemand in de Sixtijnse kapel en ze komen nog niet eens de stelling op. En dat is belangrijk. We moeten ook op de knieën kunnen vallen voor iets of iemand.'

 

In het domein van de kunsten mag je goden hebben en op je knieën vallen voor iets of iemand. Het moet zelfs! Hoe kun je anders weten waar je de lat moet leggen en wat je uitgangspunten dienen te zijn voor je eigen werk? Dillemans legt de lat hoog: 'Veel mensen kiezen het halve, sluiten compromissen. Het leven zit vol compromissen. Maar de kunst kent geen compromissen. Dus je moet eigenlijk permanent onderzoek doen naar jezelf. Jezelf ter discussie stellen zonder egocentrisch te worden.' De nieuwe lichting eerstejaars krijgt vier jaar de kans om zichzelf compromisloos ter discussie te stellen en te zorgen voor het noodzakelijke poëtische tegenwicht in deze vaak al te prozaïsche wereld. Een wereld waarin mensen zichzelf en hun handelen ook wel eens wat vaker ter discussie zouden mogen stellen.

 

Als metafoor voor de kunsten vertegenwoordigt de poëzie het tijdloze. "Dead Poets Society" laat er geen twijfel over bestaan: dichters gaan dood, hun gedichten niet. Poëzie kan dat wat het leven niet kan: vereeuwigen. 'Ach ik, ach leven vol terugkerende vragen. Treinen vol oogkleppen, steden vol dwazen. Wat heeft mijn leven daarin voor zin?' verzuchtte de dichter Walt Whitman. Het antwoord van John Keating luidt: 'Dat je uniek bent in dit leven en dat je aan dit machtige stuk je eigen vers kunt toevoegen.' Een vers waarvan ik hoop dat het troost zal kunnen bieden aan de achterblijvers als je stem in de prozaïsche wereld voorgoed is verstomd ...

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster op de HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl

Archief Column

- zomer 2014

Lees verder