HKU

HKU-Column september 2018

Zijn we samen met de student in staat geweest de belofte van "de geluiden van de eerste dag" in te lossen?

Schrijvershuis

Je hebt gewone boektitels en geweldige boektitels. De gewone boektitels bestaan bij gratie van het boek omdat een boek nou eenmaal een titel moet hebben. Zonder boek geen titel. De geweldige boektitels hebben helemaal geen boek nodig om hun bestaan te rechtvaardigen. Ze zijn polyinterpretabel en bruikbaar in heel verschillende contexten. Een van de geweldigste titels die ik ken heeft zijn bestaan te danken aan een boek van Anton Koolhaas: "De geluiden van de eerste dag". Voor deze titel is natuurlijk geen betere context denkbaar dan de maand september. Voorlopig is het even rustig aan het front! De hogescholen en universiteiten hebben weer de nodige cohorten eerstejaars aan zich weten te binden. Als het een beetje meezit verlaten deze over een paar jaar intens tevreden en gediplomeerd het pand in het vaste vertrouwen dat ze het gaan redden in de grote boze buitenwereld die arbeidsmarkt heet. Het is handig als je na het voltooien van je opleiding een beetje goed in de markt ligt. En hoewel het iets anders suggereert, is "goed liggen" keihard werken. Zowel voor de hogescholen en universiteiten als voor de studenten. Studenten moeten vanaf dag één werken aan het aantrekkelijkste cv ooit en de hogescholen en universiteiten houden zich noodgedwongen bezig met de dagkoersen: 'Waar staan we in de ranking?'


'Het is guur in de universiteit,' constateert cultuurfilosoof René Boomkes op 1 september jongstleden in Trouw. Hij blikt terug op het ontstaan van de zogenoemde "kritische universiteit" die mogelijk werd dankzij de studentenopstanden in de late jaren zestig van de vorige eeuw: 'De universiteit, het onderwijs en het onderzoek moesten in dienst staan van de sociale emancipatie, in eigen huis en in de samenleving. Kennis moest eerlijk worden gedeeld, wetenschap moest maatschappelijk relevant zijn. De universiteit keerde eigenlijk terug naar de oude idealen van de Verlichting, verheffing en emancipatie door kennis. Maar die kritische universiteit heeft een heel korte geschiedenis gekregen, die nog geen vijftien jaar heeft geduurd. Begin jaren tachtig begon het al in te zakken. Onder druk van het profijtbeginsel dat toen zijn intrede deed werd "maatschappelijk relevant" verengd tot "rendabel". Wetenschap moest economische winst opleveren.'


Hoe guur is het eigenlijk in de kunsten? Guur, als we Jamal Ouariachi moeten geloven. Onder de titel "Erfgoed" schreef hij op 18 augustus jongstleden een column in Trouw over het schrijnende contrast tussen Nederland en Engeland als het gaat om het behoud van "schrijvershuizen": 'Er is in Engeland veel zorg voor de plekken waar roemruchte auteurs werden geboren of waar zij hun meesterwerken schreven. De Brit hecht daar belang aan, en als het nodig is, draagt de politiek een steentje bij aan het behoud van dat literaire erfgoed. (...) Slechts tien schrijvershuizen kennen we hier die alle te lijden hebben gehad onder de kunstbezuinigingen van 2012. Een elfde schrijvershuis, dat van wijlen Harry Mulisch, staat al jaren in de startblokken, maar kan mede vanwege geldgebrek niet op reguliere basis de deuren openen. (...) Vanaf 2012 werd er op de gehele kunstsector 200 miljoen euro bezuinigd. Ter vergelijking: dat is een tiende van het cadeautje dat het huidige kabinet van plan is te schenken aan Shell en Unilever. Dat draagt niets bij aan onze cultuur.' Eerder in zijn column betoogt Ouariachi dat de 'Hollandse minachting voor de schone kunsten', die Multatuli in zijn "Max Havelaar" bespotte via het personage Batavus Droogstoppel, nog steeds bestaat. Tegen hoeveel Droogstoppels zijn kunst en cultuur bestand?


Laten we eens even doen of de HKU één groot schrijvershuis is. En dan niet het huis van één schrijver, maar één huis vol "schrijvers" die in ieder geval één ding gemeen hebben. Ze zijn momenteel eerstejaars en hebben als ik dit schrijf hun eerste dag hier erop zitten. Wat verwachten ze, wat hopen ze, wat denken ze, op basis van "de geluiden van de eerste dag"? Stel dat ze dat op een of andere manier zouden opschrijven en dat ik het zou mogen lezen, wat krijg ik dan te zien? Daar ben ik hartstikke benieuwd naar. Maar nog liever wil ik weten wat ze straks zullen schrijven op basis van "de geluiden van de laatste dag". Valt die dag samen met de diploma-uitreiking of niet? Zijn we samen met de student in staat geweest de belofte van "de geluiden van de eerste dag" in te lossen?


'De allereerste opdracht van het universitaire onderwijs is de vorming van individuen die weten willen, vragen willen, zich verwonderen willen – en daar zijn geestelijke ruimte en vrijheid voor nodig,' schrijft filosoof Ger Groot op 1 september in Trouw. Voor kunstonderwijs is dat niet anders! Ik hoop van ganser harte dat "de geluiden van de laatste dag" straks getuigen van onze onverminderde inspanning om elke individuele student de mens te helpen worden die hij voor zich zag bij "de geluiden van de eerste dag."

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl