HKU

HKU-Column november 2017

Moeten we in de toekomst misschien hospiteren om überhaupt te mogen leven?

Hospiteren

Vertel eens iets origineels over je identiteit. Je zult het verzoek maar krijgen. Meteen zit je opgescheept met twee vragen die je snel moet zien te beantwoorden vóór je überhaupt aan het verzoek kunt voldoen. Vraag 1: Wat zouden ze origineel vinden? Vraag 2: Wat is mijn identiteit? "Ze" zijn je potentiële huisgenoten. Potentiële! Want er zijn natuurlijk meer kapers op de kust voor die ene felbegeerde kamer. Nicky Maas en Anne van Campenhout (beiden HKU-alumni) maakten de film "Helaas ben je het niet geworden", die ik zag op de jongste editie van het Nederlands Film Festival. Mijn hemel, wat een vraag! Maar het kon nog erger: 'Wie hier in huis zou je willen neuken?' 'Hallo, ik zit hier net en ken nog niemand. Want weten hoe iemand heet is niet hetzelfde als hem kennen. Dus hoe zou ik dat moeten weten?' Dát zou ik gezegd hebben. Weg kamer ... vermoed ik. Zou deze vraag ook gesteld zijn als er in plaats van drie hospiterende dames, drie hospiterende heren op de bank hadden gezeten?

 

Weten hoe iemand heet is niet hetzelfde als hem kennen. Dat staat er wel leuk, maar is het nog wel zo? Ons allen wacht, volgens de Israëlische historicus Yuval Harari, het tijdperk van het dataïsme: 'In essentie is dataïsme het idee dat, als je genoeg data hebt over een persoon – vooral biometrische data – en beschikt over genoeg rekenvermogen, je die persoon beter kunt begrijpen dan die persoon zichzelf. En dan kun je die persoon beheersen, manipuleren en beslissingen voor hem of haar nemen. Democratie, de vrije markt, individualisme en liberalisme zijn allemaal gebaseerd op de aanname dat niemand mij beter kent dan ikzelf. Daarom mag niemand beslissingen voor me nemen. Niemand weet echt wat ik voel en wat ik denk. Dat was altijd waar, maar nu niet meer. Tenminste niet meer over tien jaar. Over tien of twintig jaar zal Google of de Chinese overheid genoeg data over jou hebben, genoeg weten van biologie en beschikken over genoeg rekenvermogen om je beter te begrijpen dan je jezelf begrijpt. En je gevoelens, gedachten, wensen en obsessies kennen.' Moeten toekomstige generaties straks bij Google of de Chinese overheid te rade gaan om tijdens het hospiteren iets origineels over hun identiteit te kunnen vertellen? En erger: kunnen zij, met dank aan Google of de Chinese overheid, straks wél onmiddellijk zeggen naar welke bewoner van het studentenhuis hun voorkeur uitgaat voor een onenightstand?

 

Haar ken ik niet, haar naam wel. En haar indrukwekkende afstudeerproject, dat ze in 2008 exposeerde tijdens de Dutch Design Week, herinner ik me maar al te goed. Fransje Gorter, want zo heet ze, stond voor een immense poster met een onvoorstelbare hoeveelheid cijfers. Ik sprak haar aan. Ze wees op de poster achter haar en zei: 'Dit ben ik ...' Een zelfportret in codes, dat laat zien hoe "overgecodeerd" alles is. 'Er is veel te doen over onze persoonsgegevens,' zei Fransje negen jaar geleden. 'Maar men realiseert zich niet dat alles wat we zijn en hebben een code heeft die vaak meer over je zegt dan je naam.' In de toelichting bij haar afstudeerproject, die ik zorgvuldig heb bewaard, staat: 'De pagina's van haar boek zijn gevuld met codes die onlosmakelijk zijn verbonden met haar persoon, lichaam, kleding, woning, boekenkast, computer en telefoon. Van DNA tot postcode, van IP-adres tot de artikelcodes van de kleren die ze draagt. Als het boek wordt uitgevouwen tot poster, openbaart zich een confronterend beeld: de persoon Fransje Gorter is omgezet in een enorme cijferbrij. De mens gedefinieerd door getallen ...'

 

Dataïsme roept bij mij onwillekeurig associaties op met dadaïsme. Het scheelt maar één lettertje: eenvoudig een kwestie van "d" of "t". Hugh Honour en John Fleming melden in de 7e druk van hun Algemene Kunstgeschiedenis: 'Dada was anarchistisch, nihilistisch en ontwrichtend. De dadaïsten dreven de spot met alle gevestigde waarden, alle traditionele opvattingen van goede smaak in kunst en literatuur, die zij beschouwden als culturele symbolen van een samenleving die berustte op hebzucht en materialisme en nu in de laatste fase van haar doodsstrijd verkeerde. Dada ontkende zelfs dat kunst waarde had (vandaar zijn cultus van de on-kunst) en ontkende uiteindelijk zichzelf: "De ware dadaïst is tegen dada."' Hoe zit het met het dataïsme? Hebzucht en materialisme lijken nu de grote overwinnaars te zijn in wat Brynjolfsson en McAfee de "winner-take-all economy" noemen. Hoe ontwrichtend is dat? Hoe zit het met alle gevestigde waarden en alle traditionele opvattingen van goede smaak in kunst en literatuur? En wat vinden we tegenwoordig van kunst? Heeft ze waarde of doen we aan on-kunst?

 

De "overcodering" die Fransje Gorter in 2008 al signaleerde, is alleen nog maar toegenomen. Gaat het dataïsme straks niet zichzelf, maar komende generaties ontkennen? Sorry, je identiteit is helaas niet origineel genoeg! Moeten we in de toekomst misschien hospiteren om überhaupt te mogen leven?

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl