HKU

Kris studeert Interaction Design aan HKU Games en Interactie. Ze ziet haar vakgebied als een ideale mix van verschillende kunstvormen.

Over kunst van nu

Ik denk dat Interaction Design een kunstvorm is waar mensen van nu echt een connectie mee kunnen aangaan. Allereerst vanwege de technische kant: onze wereld is gewoon half digitaal. Dus ik denk dat het onder andere aanspreekt omdat het zich bezighoudt met hoe mensen nú met elkaar communiceren.

Dan kom je ook meteen bij het gedragsaspect van interaction design. Want dat is het eigenlijk: je geeft gedrag vorm. Je leert hoe je mensen kunt prikkelen, een reactie kunt uitlokken, en hoe je dat kunt doen door middel van techniek. Je gaat een actieve relatie aan met je toeschouwer. Dat vind ik echt gaaf. Je leert kleine, manipulatieve trucjes, soms echt basisdingen, maar zelfs die ontdek je opnieuw. Dan test je iets uit met mensen en dan zit je van 'huh? Ze doen het gewoon!'

Over de kracht van kartonnen dozen

In het eerste jaar krijg je het vak Rituelen. Bij dat vak moet je een ritueel ontwerpen om mensen in een creatieve mood te krijgen. Wij maakten een gigantische kartonnen doos van twee meter hoog en twee meter breed. Het zag er niet uit van de buitenkant, het was gewoon een enorme, lelijke doos met duct tape. Maar er zat een deurtje in. En je kon erin. En...mensen deden dat! Binnen kon je met fluorescerende verf op de muren schilderen, waardoor het een werk was dat zichzelf maakte.

Het zag er niet aantrekkelijk uit – maar juist daardoor durfden mensen er met hun handen aan te zitten. De status was niet 'oeh, een kunstwerk'. Zo leer je dus hoe je het voor elkaar krijgt dat mensen ook daadwerkelijk met iets aan de gang willen gaan. Dingen laagdrempelig maken door ze niet zo'n hoge status te geven, is één manier. Waar bij Fine Art bijvoorbeeld houtskool een van je tools is, is voor een interaction designer zo'n principe een tool. Je gebruikt die principes als onderdeel van je kunstvorm.

Verleiden en confronteren

Ik merk dat veel mensen, als ze mijn werk zien, ervan opkijken dat ik het heb gemaakt. Ik ben een redelijk positief persoon, terwijl mijn werk over het algemeen best confronterend is, en tegen heilige huisjes wil schoppen. Er zit iets in mij dat vindt dat die dingen gezegd moeten worden, en creativiteit is mijn manier om dat te uiten.

Bij Interaction Design is het interessante dat het allemaal begint bij de gebruikerservaring. Die gebruiker moet je eerst verleiden om mee te doen. Dat lijkt een tegenstelling met dat confronterende, maar dat vind ik dus juist interessant. Ik geloof dat er een vorm moet zijn om die twee te combineren.

Belevingen met betekenis

Interaction design is een beleving die een cross-over is tussen virtueel en realiteit. Dat kan elke vorm aannemen die je maar wilt. Je kunt iets maken wat puur entertainment is, maar je kunt ook een hele andere kant op gaan.

Voor ons vorige project ontwierpen we met ons groepje een escape room die portable moest zijn. Met videomapping maakten we een bootsimulator. In het begin werd je op die boot geleid, heel theatraal. Daarna moest je puzzels oplossen om bij de kust te komen. Je werd opgepikt door een pick-up schip. Maar op dat moment werd het beeld donker, en wist je eigenlijk nog niks. Gaat dat schip je wel echt afzetten? Heb je het gehaald of niet?

Onze onderliggende gedachte was de reis van een vluchteling, compleet met alle onzekerheid. Maar wij probeerden het naar een menselijk niveau te tillen. We noemden ook expres zo min mogelijk het woord 'vluchteling'. In plaats van zo'n Westers beeld van 'oh, zij zijn zo zielig, en wij hebben het zo goed', gaven wij gewoon de letterlijke beleving. Doe ermee wat je wilt.

Dat is misschien ook wel het vernieuwende van Interaction Design. In plaats van dat je bezig bent met de wereld veranderen, ben je bezig met vraagstukken voorleggen. Mensen kunnen er fysiek mee aan de gang, ze kunnen er mentaal mee aan de gang. Maar het hoeft niet. Je laat het open.

Praktijk

Het afgelopen project heette Sell it: je moest in drie weken een concept uitdenken en zien te verkopen aan een opdrachtgever. Dat ging echt van 'jullie hebben in dit eerste jaar allemaal dingen geleerd, ga maar kijken of jullie al marktwaardig zijn'.

Dat element van toegepastheid zit er al vanaf het begin in. Ik schrok daar eerst wel een beetje van, maar de opleiding geeft je ook enorm veel vrijheid. Je hóeft niet toegepast te werken. Maar je krijgt wel les in hoe je je vaardigheden straks commercieel kunt inzetten, hoe je hier geld mee kunt verdienen.

Het gave van HKU vind ik dat alle docenten zelf ook gewoon in het vak zitten. Ze zijn bezig met nieuwe dingen, ze organiseren lezingen, ze hebben zelf bedrijven. Dat vind ik echt heel belangrijk, dat je bezig bent met het nu. En dat wat je maakt zich verbindt aan de maatschappij, aan wat de maatschappij nu is.

Toekomst

Ik zie mezelf niet voor een groot bedrijf werken; de freelance kant past denk ik beter bij mij. Dingen maken voor festivals of muzikanten, dat lijkt me gaaf. Kijken hoe andere disciplines bij elkaar kunnen komen. Dat is trouwens heel tof, HKU staat daar ook voor. Dat wist ik helemaal niet, maar dat blijkt nu. [lacht]

Commercieel werk doen voor het geld en eigen werk maken, zie ik niet als een tegenstelling. Natuurlijk zul je stomme opdrachten krijgen – je gaat echt niet alles leuk vinden wat je doet. Maar je leert er wel veel van, al was het maar die financiële kant.

Je hebt jezelf er alleen maar mee als je per se geld wil verdienen met wat je het liefste doet, en weigert om commercieel werk te doen. Als je slim bent, leer je die twee juist zo inzetten dat ze elkaar versterken. Een deel van je creativiteit in je commerciële werk stoppen, en een deel van je commerciële insteek voor je creatieve werk gebruiken. Eigenlijk weer hetzelfde verhaal: in plaats van in één hokje te denken, laat je het open en werk je oplossingsgericht. Dan wordt het één kloppend geheel.

Interview voor HKU 24/7 2015