HKU

Marijn studeert Kunst en Economie met de specialisatie Theatre and Performing Arts.

Karakter van de opleiding

De mensen die hier rondlopen zijn over het algemeen niet degenen die op een podium willen staan. Ik denk dat als je op het podium staat je meer een entertainer bent, die daar wil staan vanuit zichzelf. En dat een organisator meer bezig is met de belevenis van de mensen die daar rondlopen. Je wilt hierbij betrokken zijn, omdat je het zo vet vindt dat je ook andere mensen dat wilt laten meemaken.

Veranderend werkveld en de rol van kunstmanagers

Binnen de kunstwereld is het subsidieverhaal een discussie waarin je snel mensen tegen je krijgt - maar daarom is het juist een hele leuke discussie. Laatst had ik dat gesprek nog met een groepje vrienden. Waarbij de theatermaakster zegt: 'Zonder subsidie geen grotezaalvoorstellingen, en zonder grotezaalvoorstellingen verarm je het hele kunstklimaat.' En dan zit er een muziekmanager naast die zegt 'Ja luister, als er geen draagvlak voor is, is er geen draagvlak voor'.

Zelf zit ik heel erg op die kunstkant, maar ik ben wel commercieel. Er moet draagvlak voor zijn. Als jij als kunstenaar alleen maar bezig bent met 'ik wil dit maken, want ik vind dat mooi' – dat is goed, dat moet je zeker blijven doen, maar zoek dan een kantoorbaan voor twintig uur ernaast. Als je artisticiteit en het financiële niet wilt scheiden, zul je misschien een beetje water bij de wijn moeten doen. Dat betekent niet per se dat je moet maken wat mensen op dat moment willen. Je kunt ook de insteek hebben: Okee, er is nu geen draagvlak voor wat ik maak; hoe ga ik dat draagvlak creëren? Dus zowel vanuit je creativiteit werken als vanuit je commerciële denken. Nou - dat leer je hier bij uitstek. Je komt straks in een werkveld terecht waar zoveel aan het veranderen is, en waar mensen van deze opleiding zoveel nieuwe ideeën aan kunnen bijdragen...dat kan echt baanbrekend zijn.

Over gedrevenheid en kunstenaar zijn

'Zonder bluf is het leven suf', een uitspraak van een docent waar ik wel achter kan staan. Je wilt de beste zijn. Waarom? Ja, ik zou een heel mooi antwoord willen geven, dat ik op mijn vijfde iets tegenkwam...maar dat is niet zo. Ik houd gewoon heel erg van kunst. Die passie voor kunst heb je absoluut nodig, die moet je uit jezelf al hebben. En in deze studie leer je daar concrete dingen mee doen, en dan krijgt die passie echt een boost.

Ik zie het organisatiestuk van deze opleiding als een expressie van mezelf. Ik denk ook dat de mensen op deze opleiding uiteindelijk allemaal kunstenaar zijn. Alleen je bent geen maker. Zo van, ik maak een schilderij, ik speel een voorstelling. Maar een kunstenaar vind ik een veel breder begrip dan dat. Kunstenaar is een soort mentaliteit die je opbouwt. Dat creatieve denken en die creatieve taal spreken, wordt ons heel concreet geleerd. Bijvoorbeeld in een vak als Design Thinking, waarbij je een week lang met een groepje in een kamertje zit om een concept te bedenken voor een opdrachtgever. Daar krijg je een fasering voor aangereikt, een stappenplan. Iemand die creatief van zichzelf is, denkt misschien 'ja eh...dat kan ik al.' Maar ook dan brengt zo'n vak twee supergoeie dingen met zich mee: 1), je kunt superprofessioneel werken; en 2), voor de mensen die niet zo creatief zijn van aanleg, is zo'n stappenplan een perfecte manier om daar toch mee te leren omgaan: Hoe kun je vanuit het creatieve oplossingen bedenken? Hoe kunnen we nieuwe concepten bedenken?

Een probleem waar ik tegenaan liep bij het NUT, was dat we iedere bezoeker een chocoladebonbon zouden geven. Dat heeft te maken met het verhaal. Eerst kijk ik dan zakelijk, van 'goh, wat mag dat kosten'. Maar vervolgens maak ik een stap naar de inhoud, ga ik een balletje opgooien naar de regisseur. Dat ik zeg: Het gaat teveel kosten, dus misschien moeten we over een alternatief binnen de voorstelling nadenken. Kunnen we in plaats van aan iedereen, aan vier mensen een bonbon uitdelen, en wat gaat dat creatief gezien zeggen? Dat beïnvloedt ook de inhoud van de kunst. Zoiets kan natuurlijk niet altijd, maar uiteindelijk is het wel mijn ambitie om bijna op zo'n regisseursniveau te werken – alleen, met een zakelijke insteek.

Over je mentaliteit als student

Een vriendin van me die dezelfde studie doet zei laatst dat ze zich hier niet uitgedaagd voelde. Ik zei: 'Ja, dat komt omdat je hier een gereedschapskist krijgt en geen kant-en-klaar bouwpakket'. Eigenlijk wordt me niet echt geleerd 'hoe ben ik een manager'. Ik krijg vakken communicatie, marketing...het feit dat je zo'n brede toolkit opbouwt, zorgt ervoor dat je straks op het juiste moment het juiste ding in kunt zetten. Maar het is geen totaalplaatje. Dus als je zit af te wachten tot dat totaalplaatje een keer helder wordt, dan wordt het dat ook niet. Jij moet dat zelf maken. Dat je zelf gaat zoeken: wat verbindt al die flarden bij elkaar, wat vind ik daarin belangrijk? Waar ga ik mijn toolkit voor gebruiken?

Je moet in elk geval geen negen-tot-vijfmentaliteit hebben. Als je die mentaliteit hebt zit je hier zo verkeerd, dat je denk ik binnen een week weg bent. Ik ben bijvoorbeeld op Koningsnagt om twee uur 's nachts nog gebeld door mijn productieleider Kim: 'Ik zit met een probleem, kun jij er alvast over nadenken, ik bel je morgen om zeven uur opnieuw op'.

Op een gegeven moment was er vanaf de artistieke kant bedacht dat we een pianola in de voorstelling zouden zetten, dat is een antiek ding van 2500 kilo, supergevoelig. En dan blijkt op de locatie dat de pianola naar de eerste verdieping moet – en dat de lift nog niet af is. Dus dan moet je met een uitvoerende bouwer in overleg: Kun jij niet in plaats van over een half jaar, nu eerst die lift afbouwen?
Het zit 'm dan heel erg in je eigen overtuiging, dat je echt zelf voelt 'dit moet gewoon'. En ook dat je interesse toont voor de ander. Als ik in overleg ga en zeg 'goh, vertel eens wat over hoe dit bouwproject loopt, in welke fase zou je die lift eigenlijk opleveren?', dan bijt je je zo ergens in vast dat iemand a) denkt 'hee, hij is geïnteresseerd in mij' en b) je inzicht krijgt in zijn wereld en met hem mee kunt denken. Eigenlijk weer een mengeling van zakelijk en creatief. Je moet steeds vertragen, bij elke stap nadenken over de praktische én de creatieve gevolgen. En dat is dus een kunst op zich.


Interview voor HKU24/7, 2015