De vele stemmen van de maker

Lector Nirav Christophe neemt afscheid van HKU

Hoe ziet het artistieke maakproces van de kunstenaar eruit, en hoe kun je daarover lesgeven in het kunstonderwijs? Met die vraag start Nirav Christophe in 2006 zijn eerste HKU-lectoraat Theatrale Maakprocessen. Twintig jaar later, op 10 juni 2026, sluit hij zijn derde lectoraat Grensverleggende Artistieke Praktijken af, en neemt Nirav Christophe afscheid van HKU.

Zijn onderzoek maakt in twee decennia via de drie lectoraten een evolutie door; van het individuele creatieve proces via het interdisciplinaire naar een multidisciplinaire kijk – sinds enige tijd omgedoopt tot ‘transdisciplinair’. In al Christophes werk naar maakprocessen is 'meerstemmigheid' de rode draad: de vele stemmen die in iedere maker zitten en die een schat aan informatie herbergen, als de kunstenaar zich van de stemmen bewust wordt.

Hoe maak je een goed scenario?

In 1992 wordt Christophe gevraagd om de eerste Bachelor-schrijfopleiding voor theaterschrijvers in Nederland op te zetten bij HKU. De van huis uit Neerlandicus en theaterwetenschapper heeft inmiddels veel ervaring opgedaan in hoorspelen schrijven en als schrijver voor theater en film. Bijna tien jaar lang is hij studieleider bij de opleiding. In die periode komt hij erachter dat er nog bijna geen onderzoek is gedaan naar artistieke maakprocessen. “Heel veel kunstpedagogie was eigenlijk ‘productpedagogie’, zoals ik dat noem. Alles wat er bestond over leren schrijven ging over: hoe ziet een goed scenario eruit? Nergens ging het over hóé je tot dat goede scenario komt. Maar pas als je dat weet, kun je er goed les over geven! Daar zit de kern van mijn eerste onderzoek. Ik had een persoonlijke behoefte om meer inzicht te krijgen in het individuele maakproces. En ik had een grote didactische drift om dat mensen te leren.”

Lector en schrijfpedagoog Nirav Christophe neemt na 35 jaar afscheid van HKU. Foto: Jesse van den Berg.

Altijd spanning

Als de mogelijkheid zich in 2006 voordoet om een lectoraat aan te vragen, start Christophe met het lectoraat Theatrale Maakprocessen. Hij verdiept zich in de individuele maakprocessen van alle disciplines in het theater en onderzoekt hoe deze met elkaar functioneren. “Een schrijver werkt anders dan een acteur en die werkt weer anders dan een vormgever en een kostuumontwerper. En er was altijd spanning, omdat ze dat niet doorhadden van elkaar. Voorbeeld: een kostuumontwerper die hard gewerkt heeft aan de kostuums, komt deze brengen tijdens een repetitie om te passen en uit te proberen. De acteurs reageren gelaten of zelfs negatief. Ze hebben niet door dat op dat moment die kostuumontwerper zijn première beleeft!”

De taal van het maakproces

Christophe werkt in de jaren die volgen aan een taal die het maakproces inzichtelijk maakt, zowel individueel als tussen de verschillende disciplines. Eerst in theater, later ook in andere performatieve kunsten. Hij beschrijft de verschillende fases ervan: bijvoorbeeld het moment dat het nodig is meer structuur aan te brengen, het moment dat je ineens een inzicht krijgt (illuminatiefase) of het moment dat je juist even achterover moet leunen, of wat anders gaat doen (incubatiefase).

In zijn boek Het naakte schrijven (2007) deelt hij zijn onconventionele gedachten over het schrijfproces en geeft hij tips en oefeningen die de grote mythe van het schrijverschap, dat het een ‘door god gegeven’ talent zou zijn, opblazen.

Hybride kunstenaars

Gaat het in de opvolger van Theatrale Maakprocessen, het lectoraat Performatieve Maakprocessen (2014-2022), nog steeds over kunstdisciplines die nauw met elkaar verbonden zijn, Christophe ziet in zijn praktijk dat er steeds meer makers zijn die hun disciplines openbreken, die in andere domeinen gaan werken. Theaterschrijvers die podcasts maken, beeldend kunstenaars die met ziekenhuispatiënten werken. “Leren ze daarover bij jullie? vroeg ik aan studieleiders. Vaak was het antwoord daarop: nee.” Het is de kiem voor zijn derde lectoraat: Grensverleggende Artistieke Praktijken (2022-2026). Er wordt onderzoek gedaan naar hoe makers in andere contexten werken, vaak in maatschappelijke omgevingen en in co-creatie met andere professionals of ervaringsdeskundigen. Het onderzoek leidt tot waardevolle inzichten over wat nodig is in het kunstonderwijs om studenten op dit ‘hybride kunstenaarschap’ voor te bereiden.

'Het zoeken naar de vorm is de kern van het werk'

Transdisciplinair

Twintig jaar onderzoek naar creatieve maakprocessen: van individueel naar interdisciplinair tot multidisciplinair en ‘transdisciplinair’; in vogelvlucht kun je zo de professionele ontwikkeling van Nirav Christophe samenvatten. Die laatste term laat zich overigens nog wel moeilijk vangen, constateert de lector. “Zie het als een persoonlijk appel op, dat je jezelf als maker niet meer buitenspel kan zetten. Je kunt niet zeggen: ik ben een kunstenaar, ik heb een idee en dat ga ik maken. Want je bevindt je in een context die net zo belangrijk is als jijzelf. Let op! Niet belangrijker, want je bent niet totaal dienstbaar. Transdisciplinair werken betekent ook: niet weten wat eruit gaat komen. Het zoeken naar de vorm is de kern van het werk.”

Meerstemmigheid

In alle onderzoek vormt het woord ‘meerstemmigheid’ voor Christophe steeds de rode draad; de vele stemmen die in iedere (aankomend) maker zitten en beurtelings aan het woord komen in een nimmer aflatende stroom gedachten. Bewuste en onbewuste innerlijke stemmen die een maakproces kunnen vertragen, versnellen, saboteren, blokkeren. “Denk aan de innerlijke criticus die zegt ‘het wordt nooit wat met jou’, of de stem van je vader of moeder, een docent, een opdrachtgever, of de stem van je lichaam dat veel slimmer is dan jij. Als je vast zit in je creatieve proces, dan is dat meestal omdat één van je stemmen dominant is geworden. Ik heb gemerkt dat bewust worden van die meerstemmigheid erg helpt bij jonge studenten, maar ook bij docenten en bij patiënten met wie we in het lectoraat hebben samengewerkt. Kunnen zeggen welke stemmen in ons allemaal meedoen, deze stemmen welkom heten en accepteren, helpt enorm in het creatieve maakproces.” In het boek Tienduizend Idioten (2018) laat Christophe zien hoe die meerstemmigheid in het artistieke proces eruit kan zien.

'Het besef van: deze stem heb ik ook in me'

That art thou

Een voorbeeld van een maakstrategie voor transdisciplinaire co-creatie is ‘That art thou’, een methode uit de Chandogya Upanishad, een belangrijke filosofische tekst uit het hindoeïsme. "Dat is dat je leert, dat je traint, in alles en bij ieder mens te kunnen denken: dat ben ik ook. Dus niet alleen maar de empathie van ‘Goh, dat kan ik me voorstellen’ maar het besef van: deze stem heb ik ook in me, dat gevoel heb ik ook in me. Ik gebruik wel eens een fragment uit de film Human in lessen. Daarin krijgen studenten minutenlang close-ups van mensen uit de hele wereld te zien. En bij iedere blik kun je denken: dat ben ik ook. Die gesluierde vrouw, dat bange jongetje, die oude boze man. Je ziet iets menselijks. En dat maakt je bescheiden, en stelt je in staat als kunstenaar of ontwerper je ego los te laten, wanneer je transdisciplinair samenwerkt met bijvoorbeeld een patiënt."

Bewust van je eigen stemmen

Meerstemmigheid ervaren is een ontzettend belangrijk instrument voor de kunstenaar, pleit Christophe. Zeker voor de hybride kunstenaar die zich in de maatschappij begeeft om te creëren. “Het luisteren en zoeken naar een gemeenschappelijke taal in een andere omgeving, en je bewust zijn van je eigen stemmen daarin, helpt het proces te versoepelen.”

De niet gegeven les

Nirav sluit zijn loopbaan bij HKU af met een ‘niet gegeven les’ die hij beschrijft in zijn boek Een leeg vel; Laatste lessen in schrijven en schrijfpedagogie. “Welke les heb ik achtergehouden, welke les vond ik te spannend om te geven, laat ik dat nu maar eens opschrijven, dacht ik. En die les is om radicaal naar artistiek werk kijken als een holistische bezigheid. Te laten zien dat het een samenspel is van lichaam en geest, van ratio en emotie. En daar de connectie tussen leren maken. Ik hoop dat daar ook in de pedagogie en in het onderzoek steeds meer aandacht voor is. Dat die les doorgaat.”

Werk van Anton Feddema, gemaakt voor het omslag van het boek Een leeg vel: laatste lessen in schrijven en schrijfpedagogie.