Het Hoofdgebouw van HKU Utrechts Conservatorium werd eind negentiende eeuw gebouwd als mannenziekenhuis St. Joannes de Deo. In 1896 werd het ziekenhuis, of 'gesticht', zoals het in die tijd werd genoemd, geopend.
Broeders van Barmhartigheid van St. Joannes de Deo
Het ziekenhuis werd opgericht door de katholieke Broeders van Barmhartigheid van St. Joannes de Deo. Deze van oorsprong Duitse congregatie belandde in 1889 aan de Lange Nieuwstraat in Utrecht om ziekenhulp aan te bieden. De beschikbare ruimte was echter te klein om patiënten op te nemen. Hierdoor ontstond al snel de wens naar een groter gebouw, om daarin een echt ziekenhuis te stichten. De broeders kochten daarom vanaf 1891 een aantal panden aan de Mariaplaats die voorheen onderdeel uitmaakten van de immuniteit Sint Marie, een zelfstandige kerkenclave binnen de middeleeuwse stad die sinds het midden van de elfde eeuw op Mariaplaats was te vinden.
Financiële steun voor het ziekenhuis
De zorgbroeders hielpen trouw bij de verpleging van patiënten tijdens een uitbraak van de infectieziekte cholera. Hierdoor werd hun naamsbekendheid vanaf 1892 al snel groter in Utrecht en regio. De drukte en zorgvraag nam toe, maar dat betekende niet automatisch dat het broederschap meer geld overhield om te investeren in uitgebreidere hulp. Sterker nog, de broeders zaten krap bij kas. Zij waren namelijk volledig afhankelijk van mensen die ongevraagd een bijdrage deden. Uiteindelijk kregen zij toestemming van de aartsbisschop om actief bij Utrechters aan te kloppen voor financiële steun. De broeders hadden al enige tijd plannen om de oude panden op de Mariaplaats af te breken en op dezelfde plek een gloednieuw ziekenhuis te bouwen. Op 7 augustus 1894 werd deze wens totaal onverwacht werkelijkheid.
Een opmerkelijke tijdcapsule in de muur
Hoe, dat werd pas op 18 juli 2019 voor het eerst duidelijk toen tijdens een verbouwing van HKU Utrechts Conservatorium een wel heel opmerkelijk voorwerp werd gevonden in de muur tussen de entree en de toenmalige receptie. Een loden kistje, dat verborgen was in Belgisch hardsteen. De aannemers hebben het volledig afgesloten kistje zorgvuldig opengeknipt en vonden toen iets unieks. In het omhulsel zat een opgerolde handgeschreven brief van twee pagina’s, die geschreven was op 18 juli 1885: precies 124 jaar voor de vondst. Verder zijn er in het bijzondere doosje drie amuletten uit dezelfde tijd aangetroffen.
Gulle gift
De aannemers bleken een tijdcapsule te hebben gevonden. De brief diende als herinnering aan de bouw van het conservatoriumpand. In de brief staat vermeld dat het broederschap op 7 augustus 1894 een bijzonder bericht van een notaris. Jonkheer Frederik Karel Bosch (zoon van het Eerste Kamerlid Jan Willem Hendrik Bosch en Elizabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein) overleed op 52-jarige leeftijd en bleek 150.000 gulden aan het broederschap te hebben nagelaten. De broeders waren hierdoor de grootste erfgenaam van de jonkheer. Opvallend, omdat deze jonkheer nooit contact heeft gehad met de broeders. Het was volledig onbekend dat hij hun werk een warm hart toedroeg.
De bijzondere brief heeft ons een unieke kijk gegeven in de geschiedenis van het pand. Dankzij de uitzonderlijke gift is onze academie nu gevestigd in een mooi, geschiedrijk pand. Benieuwd hoe de tijdscapsule eruit ziet? Deze is vrij te bezichtigen in de hal van het Hoofdgebouw aan Mariaplaats 28.
Bouw van het Conservatoriumpand
Door de omvangrijke gift ging de lang gekoesterde wens al in hetzelfde jaar in vervulling. De oude panden aan de Mariaplaats werden gesloopt en op 24 juni 1895 startte de bouw van het gesticht (tijdens de geboortedag van Johannes de Doper). De bouwtekeningen waren ontworpen door J. van Kesteren. Deze Utrechtse architect was een leerling van Alfred Tepe, die samen met Pierre Cuypers tekende voor het ontwerp van veel katholieke neogotische architectuur in Nederland. Van Kesteren ontwierp het gebouw in neogotische stijl, in lijn met veel katholieke gebouwen die aan het einde van de negentiende eeuw, ten tijde van de katholieke emancipatie, werden gebouwd. Omdat de kosten veel hoger bleken dan verwacht, is in eerste instantie alleen het gedeelte links van de hoofdingang geplaatst. De rechtervleugel is pas in 1928 gebouwd.
Van ziekenhuis naar conservartorium
Het ziekenhuis St. Joan de Deo bestond tot 1971 en verhuisde toen naar het gloednieuwe ziekenhuis Overvecht. In 1972 werd het verkocht aan het Utrechts Conservatorium, samen met het naastgelegen K&W-gebouw.

De kapel
Het hoofdgebouw beschikt over een prachtige kapel, gebouwd in 1894. Het religieuze karakter is nog zichtbaar in de kapel. Zo zijn er bijvoorbeeld glas-in-lood ramen van Heinrich Geuer. Hierin zijn taferelen uit het leven van Joannes de Deo te herkennen. Aan weerszijden van het orgel bevinden zich twee ramen met afbeeldingen van St. Caecilia. Op het raam achter het orgel is Paus Gregorius de Grote afgebeeld, naar wie het Gregoriaans is genoemd.
Kleurrijk muurmozaïek
Uit recent kleurhistorisch onderzoek blijkt dat de kapel oorspronkelijk volledig beschilderd is geweest in een kleurrijk palet van de hand van Gerhard Janssen. Vergelijkbare besch vandaag de dag nog te vinden in de nabijgelegen Willibrodkerk. In 1953 verdwenen de schilderingen onder een dikke laag witte werd. In 2026 wordt een klein gedeelte van de oorspronkelijke beschildering opnieuw vrijgemaakt.

Van Vulpen-orgel
In 1898 bouwde Maarschalkerweerd een klein orgel voor de kapel van het toenmalige ziekenhuis. Het orgel werd in 1971, toen het conservatorium het gebouw in gebruik nam, verkocht aan de Sint Antonius Abtkerk in Loo. Vervolgens bouwde Van Vulpen een nieuw orgel voor het kapel met hulp van adviseurs Nico van den Hooven, Kees van Houten, Theo Teunissen en Jan Welmers. Zij waren op dat moment orgeldocenten van het conservatorium. Op 12 januari 1974 ging het instrument in gebruik. Tegenwoordig is het orgel in gebruikt als studie-instrument. Zo worden er bijvoorbeeld concerten op gegeven.
Behoud van oude pracht
In 2025 is het Hoofdgebouw grondig gerestaureerd en gerenoveerd. Onderdeel van de werkzaamheden was het herstel van de door Heinrich Geuer ontwerpen glas-in-loodramen van de Kapel door Atelier Domstad. Kapotte ramen werden uitgenomen, waar nodig opnieuw verlood, gelijmd en vervangen. Ook zijn brandschilderingen gerestaureerd en is een nieuw stukje branschildering toegevoegd aan de glas-in-loodvoorstelling bij het altaar. Bekijk onderstaand filmpje voor een indruk hoe dit eraan toeging.