Keti Koti 2026: verhalen die verteld moeten (blijven) worden
- 01 juli 2026
Op 1 juli was het Keti Koti, Surinaams voor ‘ketenen gebroken’. Op deze dag herdenken en vieren we in heel Nederland de afschaffing van de slavernij. Ook bij HKU is dit een traditie: studenten en medewerkers kwamen bij elkaar in de grote zaal van Theater aan het Janskerkhof. Verleden en heden, en de diepe sporen die de verhalen nog altijd achterlaten, kwamen samen in indrukwekkend studentenwerk van vierdejaars Theater en Fashion Design.
Keti Koti 2026: verhalen die verteld moeten (blijven) worden
Hoe het voelt om op te groeien tussen ‘wit’ en ‘zwart’, met Nederlandse en Surinaamse wortels, daarin neemt Maartje Strijk, vierdejaars student Acting, het publiek mee in haar performance Ode aan de stadsduif. Met haar stem en hele lijf laat ze zien hoe ze zich een kruising voelt tussen een grijze stadsduif en een witte vredesduif, en hoe dit gevoel haar verscheurt, en tegelijk verbindt.
De brug naar het verre verleden wordt vakkundig geslagen door cultuurhistoricus Nancy Jouwe, verbonden geweest aan HKU als docent en fellow, auteur van het boek Slavernij in Utrecht en bekend van de stadswandelingen Sporen van Slavernij. “Zonder slavernij geen kolonialisme”, begint ze. “De verhalen hierover zijn veel groter en talrijker dan we kunnen bedenken.” Door middel van onderzoek in talloze archieven en visuele bronnen, laat ze dit zien. En die verhalen zijn dichter bij huis dan je denkt, want in het pand van HKU Theater aan Janskerkhof 18 zat tussen 1883 en 1906 de Utrechtse Zendings Vereniging. Hier werden zendelingen opgeleid om mensen in de koloniën tot het Christendom te laten bekeren. Nancy noemt dit ‘de kolonisatie van de ziel’. Het maakt deel uit van het uitwissen van cultuur, verduidelijkt ze. De oorspronkelijke achternaam van haar voorouders -Jawe- leek te veel op de naam van God in het oude testament -Jahweh-, en moest daardoor van de zendelingen veranderen: dat werd Jouwe. Daarnaast werden objecten uit de inheemse culturen van de koloniën gehaald en in het gebouw, waar vandaag de dag HKU Theater huist, tentoongesteld. Veel hoger onderwijs gebouwen maken deel uit van het slavernijverleden. “Hierover vertellen maakt deel uit van een proces van groeiend bewustzijn.”
Dat gevolgen van en verhalen over kolonialisme doorgaan van generatie op generatie, en ook uit te drukken zijn in fashion design, laten afstudeerders Sabrin Abdillahi en Nilan Kuiper zien. Met hun ontwerpen laten ze zien hoe dekolonisatie invloed heeft op hun identiteit, visie en praktijk als maker. De collectie van Sabrin heet Becoming en is het resultaat van een transformatief proces dat ze doorleefde, van trauma en terugkijken tot een toekomst die herdefinieert wat mogelijk is. Met de collectie Pulau Tengah - dat middelste eiland betekent – verkent Nilan de ruimte tussen zijn Molukse en Nederlandse achtergrond, de plek tussen twee werelden in. Door oosterse en westerse stijlen te vermengen en in gelaagdheid terug te laten komen in de stukken, geeft hij vorm aan de culturele kloof waarin hij is opgegroeid. De achternamenkwestie van Jouwe herkent hij overigens. De Molukse achternaam van zijn familie -Liptiay- werd aangepast toen zij in Nederland aankwamen. De reden? Te moeilijk om uit te spreken.
De ochtend sluit af met een gesprek tussen de vijf mensen die het podium deelden tijdens deze Keti Koti op HKU. Ook het publiek doet mee met de vraag ‘Hoe ziet jouw wereld eruit als je losgebroken bent?’. Als kunsthogeschool heb je een taak om deze geschiedenis te vertellen, geeft Carmen Lamptey mee. “Laten we het dus niet bij alleen 1 juli houden, kijk wat mogelijk is in jouw cirkel van invloed.” Ieder krijgt een kaurischelpje mee, de schelpjes die werden gebruikt om tot slaaf gemaakten mee te verhandelen. “Geef dit schelpje mee waar jouw verantwoordelijkheid ligt om de verhalen verder te vertellen, en breng het naar een plek van betekenis. Dat is de opdracht voor vandaag.”