Voor je minor naar Griekenland
Interview met studenten van de International Arts Minor
Voor de International Arts minor gingen Anna, Ninti, Isabel, Ragna en Puck naar Dikia, Griekenland. Wij zijn benieuwd naar hun ervaring: hoe is het om een internationale minor bij HKU te volgen en wat hebben zij tijdens deze periode geleerd?
Voor je minor naar Griekenland
Wat leuk om jullie als groep te spreken! Allereerst: waarom hebben jullie gekozen voor de minor International Arts?
Anna: De minor leek mij echt perfect omdat je naar het buitenland gaat, maar ook in Nederland nog les krijgt. Ook vond ik tien weken wel een perfecte tijd om weg te zijn en gaf het mij een fijn gevoel dat je niet in je eentje in het diepe wordt gegooid, maar dat je met een groep bent.Ninti: Ik heb zelfs mijn uitwisseling afgezegd, omdat ik liever deze minor wilde doen. Ik vond het heel leuk om een ander curriculum te volgen en even weg te zijn van mijn thuisopleiding. Ook omdat ik wilde uitzoeken of dit misschien beter bij me past, dan de studie die ik nu volg. Voor mij was het ook belangrijk dat we inspraak hadden in welke organisaties er gescout zouden worden. Tijdens een eerste gesprek werd gelijk naar mijn voorkeur gevraagd voor een land of een soort organisatie.

En wat een mooi doel heeft Cotranspose. Was deze organisatie jullie eerste keuze?
Anna: Voor mij niet. Mijn werkveld is muziek. Dus ik hoopte eigenlijk dat er een muziekorganisatie was, maar ik vond dit eigenlijk ook heel gaaf. Vooral omdat ik er heel erg achter sta wat ze doen met het reclaimen van bepaalde ruimtes en ik ook heel erg achter kraken sta. Ik vind dat mensen dat zeker moeten blijven doen, ook in Nederland. Dus achteraf gezien was het wel fijn dat ik hier was ingedeeld.Hadden jullie van te voren contact met de organisatie?
Isabel: Ja, we hebben ze een paar keer online ontmoet en ook mailcontact gehad. We wilden toch even de praktische zaken bespreken, zoals hoe de woning eruit ziet. Wij kregen een woning van de organisatie. Dat is best speciaal. Niet veel organisaties bieden dat aan, maar het project gaat natuurlijk ook over verlaten gebouwen.
Wat voor woning kregen jullie toegewezen?
Ninti: Het was een heel klein, oud huisje. Wat in die regio in Griekenland best normaal is, want alles is daar oud, klein en een beetje krakkemikkig.Ook leuk dat jullie zo'n diverse groep zijn. Hebben jullie veel van elkaar geleerd?
Anna: Ik merkte dat we elkaar goed konden versterken, omdat we allen vanuit andere richtingen kwamen. Het bracht ook meer diepte in ons project. Drie van ons volgen een kunstopleiding, dus dat had best veel invloed op hoe we te werk gingen en op ons eindresultaat. Als je alleen met mensen werkt van je eigen opleiding dan denk je toch allemaal meer hetzelfde en dat kan het soms best wel saai en oppervlakkig maken.
Wat maakt deze minor volgens jullie uniek?
Isabel: Ik denk wat deze minor zo bijzonder maakt is ook de hoeveelheid lessen voordat je weggaat. Je wordt echt heel erg goed begeleid. Je krijgt bijvoorbeeld ook interculturele lessen over hoe je met de Griekse cultuur omgaat.Anna: Wat deze minor wel heel uniek maakt is dat je echt met een groepje studenten zo lang naar het buitenland gaat en elkaar op een hele andere manier leert kennen. Het is ook een hele andere manier van een project doen dan hoe je dat op school doet met een werkgroep. Normaal gesproken ga je op school ergens aan werken en daarna gaat iedereen naar huis. Maar nu is het zo: we worden samen wakker, gaan ontbijten, beginnen aan school, en gaan aan het einde van de dag ook weer samen naar huis.
Wauw! Dus jullie waren dag in, dag uit, samen! Beviel het als groep met elkaar? Of was het ook weleens lastig om zoveel tijd samen te besteden?
Anna: Ja, ik had ook niet in een ander groepje willen zitten. Maar ja, misschien denkt elke groep dat van elkaar, want je leert elkaar echt op een hele andere manier kennen in zo'n korte tijd dan je normaal gesproken met vrienden of kennissen hebt. Je leeft zo dicht op elkaar en je doet er dan ook nog een project daarnaast. Je bent constant samen eigenlijk. Waardoor ik hun bijna beter ken dan sommige vrienden van mij. Je vertelt elkaar op een gegeven moment echt alles.Ninti: Ja, het is wel echt lief en leed delen.
Anna: Het kan ook wel zorgen voor conflict, omdat je in je privétijd nog werkdingen hebt die besproken moeten worden. Dat moet gewoon niet botsen met hoe we privé met elkaar omgaan. Je moet dan wel echt geluk hebben met je groepje, dat je dat goed in balans weet te houden. Maar ja, je leert er daardoor ook heel veel van. Omdat je op een hele andere manier samenwerkt en echt wel iets meer rekening met je groepsgenoten moet houden.

Werken bij een culturele instantie, weg van je familie; dat is nogal wat. Hoe zag je minorperiode er verder dan uit?
Isabel: Ook terwijl je in het buitenland bent krijg je nog steeds heel veel begeleiding van school. Je kan altijd nog docenten mailen en hebt nog steeds één keer per week online les. Dus ondanks dat je zo ver bent, sta je nog steeds heel erg in contact met school.En wat vonden jullie dan het allerleukste aan de minor?
Anna: Ik denk vooral de nieuwe mensen leren kennen. We werden langzaamaan echt deel van het dorp, wat best wel bijzonder was. Het dorp ligt op het drie-landen-punt van Griekenland, Bulgarije en Turkije, waardoor het best wel een rijke geschiedenis heeft, waar veel mensen heel mooi over konden vertellen.En ik vind de Griekse cultuur heel erg leuk. Je merkt dat ze echt een eigen manier van leven hebben, waar ik toch best wel tegenop kijk. Het gaat toch wel wat langzamer allemaal en met veel meer zorg voor elkaar. Wat ook iets is wat ik een beetje naar Nederland heb proberen mee te nemen. Dat ik iets meer tijd neem voor dingen en ook iets meer zorg voor de mensen om me heen.
Ninti: het leukste wat ik vond is om je helemaal vast te kunnen grijpen aan een onderwerp en een project en daar volledig in zitten met de groep. Normaal gesproken heb je je eigen leven na school maar dat valt helemaal weg, waardoor je je helemaal kan storten op het onderzoek en het leven daar en je gewoon helemaal kan onderdompelen in een andere wereld.

Een hoop geleerd dus. Heb je nou ook nog dingen geleerd die je nog niet tijdens de reguliere KE-opleiding had opgedaan?
Anna: Ik denk vooral het interculturele aspect en om op een fijne manier te communiceren met mensen die uit een hele andere cultuur komen. Daar heb ik ook heel veel van geleerd. Toen ik daar kwam, merkte ik toch snel dat ik veel culturele aannames had.En ik vond het ook leuk om in de lessen in Nederland te leren over hoe de cultuursector werkt op internationaal vlak. Bijvoorbeeld over hoe de globalisering van kunst voor sommige mensen een positief effect kan hebben, maar voor anderen juist vervelend kan zijn. Sommigen kunstenaars uit bepaalde landen kunnen geen visum krijgen of hebben minder financiële middelen om te kunnen reizen, terwijl het blijkbaar steeds meer nodig wordt voor kunstenaars om te reizen. Daar had ik eigenlijk zelf nog nooit over nagedacht.
Is er nog iets dat je studenten wil meegeven die nu opzoek zijn naar een geschikte minor?
Anna: Vooral niet bang zijn dat de opleiding die je nu doet er niet bij past, want er zijn zoveel skills die je kan toepassen in zo’n project. Volgens mij schrikken mensen als ze Kunst en Economie zien, dat ze opeens allemaal hele economische dingen moeten doen. Maar dat is helemaal niet zo. Het is veel meer. De methode die wij hebben toegepast is design thinking, dus op een creatieve manier naar oplossingen komen.Isabel: ik zou deze minor heel erg aanraden. Het is natuurlijk heel spannend dat je naar het buitenland gaat, maar ook op persoonlijk vlak groei je zo snel. Je wordt helemaal uit je bubbel gehaald.

Bedankt voor het delen van jullie bijzondere minorervaring! Tot slot: wat is er uit jullie onderzoeksproject gekomen?
Ninti: vanaf het begin werd er vanuit de organisatie de vraag gesteld over hoe zij meer toegankelijk kunnen worden, zodat een samenwerking (in de vorm van een kunstresidentie of vrijwilligerswerk) voor iedereen toegankelijk is.Ons uiteindelijke ontwerp is een interactieve informatie-muur binnen het hoofdkantoor (een soort buurthuis van het dorp). Daar kunnen mensen die van buitenaf naar het dorp komen een bijdrage leveren aan de lokale gemeenschap.
