Mijn atelierruimte is mijn tweede huis

Jochem Mestriner

Vierdejaars Beeldende Kunst Jochem Mestriner is een creatieveling pur sang. Bij vlagen onnavolgbaar in zijn denken, enorm gemotiveerd en gepassioneerd in wat hij doet – zelfs tot op het punt dat hij er soms niet van kan slapen. Zijn atelierruimte staat in dit alles centraal: hij is er niet weg te slaan. 
 
Mijn atelierruimte is mijn tweede huis
Jochem loopt druk heen en weer in zijn atelier, om van alles te laten zien. Er lijkt een boekenkast vol boeken te staan, maar het blijken allemaal schilderijtjes van hetzelfde formaat. Daar trekt hij er hier en daar één van uit, terwijl hij non-stop vertelt. 
 
‘Weet je waar het woord trofee vandaan komt? Dat betekende ooit: een totem van wapens, pantser en ledematen, opgezet door degene die een veldslag had gewonnen. Met dat nog in mijn achterhoofd las ik een boek over het vlot van De Medusa, en ontstond het idee om die twee te combineren in een schilderij. Een vlot met een trofee aan ledematen van alle overledenen. Maar toen dacht ik: als er van alle overledenen op het vlot een trofee boven water is, dan móet er toch ook een trofee van de rest van hen onder water zijn. Daarover schrijf ik nu een verhaal met een afgehakte voet in de hoofdrol.’ 
Jochem pakt er ook een immens doek erbij, waarop de koppen van twee aalscholvers te zien zijn. ‘Ik ben nu bezig met de aalscholver. Zie je, de aalscholver heeft als synoniem en als anagram van zichzelf schollevaar. De aalscholver zit daarmee dus in een identiteitscrisis. Hij kan verschillende vormen aannemen. In dit schilderij weeft hij een tapijt van zichzelf.’

Passie


En zo kan Jochem nog wel een paar uur doorpraten. Het mag duidelijk zijn: je moet echt je best doen om de sprongen in zijn hoofd te begrijpen. Wel heel makkelijk te volgen is zijn enorme passie voor wat hij doet. Elke dag is hij minimaal van 11 tot 19 uur in zijn atelier te vinden. 
 
‘Daarom koos ik voor de HKU: vanwege de eigen studio die je hier krijgt. Je atelier is een soort tweede huis. Een huis voor gelijkgezinden, dat is ook heel mooi. Iedereen zit in hetzelfde proces, werkt naar dezelfde dingen toe. Nu is dat de afstudeertentoonstelling. Dat is echt de climax van de opleiding, heel spannend.’

‘Het hoeft niet logisch te zijn’

 
Over de vraag hoe hij tot zijn werk komt moet Jochem even nadenken. ‘Ik weet het eigenlijk niet zo goed. Ik lees veel en maak combinaties. Daar schrijf ik ook verhalen over. Ik begin ergens aan en ontdek dan steeds nieuwe dingen. Eerst was ik veel meer bezig met logisch beredeneerde onderwerpen zoals natuurkunde, maar dat vond ik niet meer zo spannend. Alles moest voor mijn gevoel kloppen, maar dat is niet waar het in beeldende kunst om draait. Het hoeft niet logisch te zijn. Dat maakt het juist interessant.’
 
De passie van de vierdejaarsstudent is ook zijn valkuil. Vorige week was hij zo druk bezig dat hij er niet meer goed van kon slapen. Beeldende Kunst kan een zware studie zijn, maar het is volgens Jochem afhankelijk van hoeveel tijd en moeite je er zelf in stopt. ‘Het eerste jaar is pittig: je volgt elf vakken en moet je veel verschillende dingen en opdrachten doen. Zo leer je je een bepaalde werkspirit aan, die van pas komt in de rest van je opleiding. Vanaf het tweede jaar begeleiden de docenten je, maar ben je heel vrij om je eigen pad te kiezen. Al sturen ze je soms ook wel bij hoor.’ Lachend: ‘Ik had een keer een schilderij op pootjes gemaakt. Toen zei mijn docent: het lijkt wel een Sinterklaassurprise.’