Queer- en trans*-deviante praktijken stellen gangbare opvattingen over zorg en leren ter discussie en bieden tegelijkertijd alternatieven die geworteld zijn in geleefde ervaring. In vluchtige ontmoetingen, informele uitwisselingen en belichaamde manieren van navigeren krijgt zorg vorm door improvisatie, het omgaan met risico's en collectieve overlevingsstrategieën. Leren ontstaat door afstemming en herhaling en krijgt zo een relationeel en gesitueerd karakter.
Dit onderzoek benadert deviante praktijken als creatieve pedagogieën van zorg: relationele vormen van leren en zorg die voortkomen uit gedeelde ervaringen van marginalisering, verzet en overleving. Ze zijn creatief omdat ze ontstaan buiten institutionele structuren van ondersteuning, zich kenmerken door improvisatie en experiment, alternatieven ontwikkelen voor normatieve kaders en vragen om artistiek onderzoek dat recht doet aan hun belichaamde kennis.


