Interview met Margit Arts

Interview met Margit Arts

Margit Arts werkt als Onderwijskundig ontwerper bij Centrum Leven Lang Leren en Onderwijsinnovatie. Daarnaast volgde ze de afgelopen twee jaar de deeltijdmaster Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Haar stage heeft zij dit voorjaar bij HKU gedaan.

Wat heb je precies bij HKU onderzocht voor je stageopdracht?

'In opdracht van het Expertisecentrum Leven Lang Leren en Onderwijsinnovatie (LLL&OI) heb ik uitgezocht hoe HKU het beste onderwijs voor (creatieve) professionals kan inrichten. De vraag was: waar zou LLL-onderwijs op onderwijskundig niveau aan moeten voldoen? Op dat hogere, meer abstracte niveau kun je heel goed onderzoeken welke basisprincipes LLL-onderwijs nodig heeft om goed aan te sluiten bij de LLL-student die dat onderwijs volgt. Op basis van die resultaten heb ik een onderwijsconcept voor LLL geschreven.'

Wie zijn die LLL-studenten?

'In mijn optiek zijn LLL-ers (creatieve) professionals die een initiële opleiding hebben afgerond, aan het werk zijn én dat ook willen blijven als ze verder onderwijs gaan volgen. Een mooi voorbeeld vind ik de Ad-ers bij HKU (studenten die een Associate Degree volgen). Dat zijn creatieve makers die een mbo 4-opleiding hebben afgerond en al aan de slag zijn, maar die wel verder willen doorgroeien en niet hun werkpraktijk willen opgeven. Deze creatieve professionals willen een nieuwe stap zetten, nieuwe dingen leren, maar de kern is wel dat ze ernaast willen blijven werken.

In mijn onderzoek heb ik vier verschillende typen LLL-student gevonden en beschreven. Die typen verschillen onder meer in intrinsieke motivatie en daardoor weer in hun specifieke leerwensen. Zo heb je de star seeker, de meest intrinsiek gemotiveerde om te leren en te groeien, die cognitief uitgedaagd wil worden of zijn artistieke signatuur vernieuwen.

De minst intrinsiek gemotiveerde is de neccessity learner. Die was misschien liever niet weer gaan leren, maar merkt dat het nodig is om aan het werk te kunnen blijven. Bij deze student is het extra belangrijk dat die ervaart dat het onderwijs bijdraagt aan zijn verdere ontwikkeling, want zo blijft hij of zij gemotiveerd om te leren. Met deze typologie kun je je onderwijs zo ontwerpen dat het goed aansluit bij wat die LLL-student zoekt.'

Wat vind jij goed LLL-onderwijs?

'De leervraag centraal, dat is wat mij betreft de kern bij LLL-onderwijs. Sluit je onderwijs aan bij wat professionals willen leren, bij waar ze tegenaan lopen in de praktijk. Bouw voort op de ervaring die ze al hebben. Het aanbod kan op veel verschillende manieren vorm krijgen: door variatie in de opdrachten die je geeft, keuzevrijheid in het curriculum aan de LLL-student, ruimte voor experiment en dergelijke.

En maak je onderwijs hybride, want leren kan ook plaatsvinden in het werkveld, bij bedrijven of tijdens opdrachten uit de eigen praktijk. Cruciaal is dat de student betrokken is bij het ontwerpen of vormgeven van zijn leertraject. Wat niet betekent dat elke student een eigen programma volgt, maar wel dat er steeds ruimte is om de eigen leervraag te volgen.

De variatie in de vorm is eigenlijk heel groot, zolang je maar structuur biedt. Zorg voor vaste momenten voor het onderwijs, bijv. elke donderdagmiddag en vrijdag. Maak ook vooraf duidelijk wat er verwacht wordt van de LLL-student en waar hij rekening mee moet houden. Belangrijk is verder dat de LLL-student samen kan leren in een groep(je). Met peers, maar ook met bachelorstudenten, werkveldpartners en docenten.

Schep een community waarin samen geleerd wordt en maak gebruik van de ervaring en kennis van alle betrokkenen Zo zorg je voor uitwisseling en innovatie. Dat kan zowel online als offline. Wat dat betreft waren de afgelopen maanden heel leerzaam. Er blijkt veel meer online te kunnen dan we dachten. Maar we weten nu ook beter wat we missen, zoals met elkaar sparren, meekijken met de ander, je optrekken aan een expert enzovoorts. Daarvoor is samen in een fysieke ruimte met elkaar werken van belang.'

Vertel eens wat meer over hoe je jouw onderzoek hebt aangepakt?

'Ik heb eerst veel theorie gelezen over leren door professionals: daar is veel over gepubliceerd. Daarna analyseerde ik de verschillende doelgroepen voor LLL-onderwijs. Ik interviewde professionals die nu aan HKU-onderwijs volgen bij Designlab, HKU X, Basisopleiding (vanaf 30 jaar), deeltijd docentenopleiding Beeldende Kunst en Vormgeving en dergelijke.

Ook mbo-ers die van plan waren een Ad te volgen bij HKU heb ik gesproken. Vragen die centraal stonden in de analyse waren onder meer: Wat is je motivatie om te gaan studeren? Wat is je huidige werkervaring? Wat wil je leren? Dat leidde tot die vier al genoemde verschillende typen van LLL-studenten en tot een onderwijsconcept voor LLL met daarin zeven uitgangspunten/aspecten voor succesvol LLL-onderwijs.'

Welke zeven aspecten voor het ontwerpen van succesvol LLL-onderwijs heb je ontdekt?

'Hierboven zie je de zeven aspecten van het LLL-onderwijsmodel. Over het belang die leerbehoefte centraal te zetten, hebben we het al uitgebreid gehad. Maar er zijn nog zes andere uitgangspunten die een rol spelen bij succesvol LLL-onderwijs, namelijk zelfmanagement van de student (de student moet zich eigenaar voelen), coaching door de docent, deelname aan een learning community zodat je samen leert, transdisciplinair werken, door buiten je vakgebied te laten kijken, een hybride leeromgeving waarbij werken en leren centraal staat en assessments (goede feedback!) om te leren.

Met dit model kun je checken of je huidige LLL-onderwijsaanbod klopt, maar je kunt het ook gebruiken om nieuw LLL-onderwijsaanbod in te richten.'

Wat betekenen de uitkomsten van jouw onderzoek voor de praktijk van LLL- onderwijs bij HKU?

'Ik zie dit onderwijsmodel als een eerste versie, waarmee we binnen de schools aan de slag kunnen om verder te testen of dit bij het ontwikkelen van LLL-onderwijs genoeg handvaten biedt. We gaan er dus verder onderzoek mee doen.

De HKU-masters zijn een volgende mooie testcase. Door te testen scherpen we het model verder aan. Misschien hebben we meer uitgangspunten nodig dan deze zeven en zijn er ook nog nieuwe typen van LLL-doelgroepen, dan de vier die ik nu gevonden heb. Een collega zei mij onlangs nog een vijfde type te hebben gevonden.

In een volgende versie wil ik ook iets ontwikkelen waarmee de schools zelf aan de slag kunnen. Ik denk dan aan een soort canvas, infographic, of een kaartspel met relevante vragen die je helpen om goed LLL-onderwijs te maken. We kunnen dus nog even voort!'

Wil je het hele onderzoek lezen of verder praten over dit onderwerp, neem dan contact op met Margit via margit.arts@hku.nl.