HKU

Marijn studeert Composition for the Media bij HKU Muziek en Technologie. Een gesprek over comfort zones, muziekstukken voor stofzuigers, en de universele taal van muziek.

Vernieuwing en clichés

Ik denk dat je als componist op een opleiding snel de kant van vernieuwing op wordt gestuurd. Dat je nieuwe dingen moet maken, zodat je echt een rol hebt in de muziekgeschiedenis. Mijn opleiding is ook vernieuwend, maar op een andere manier. Hier is het meer 'kijk wat je uit de geschiedenis en uit andere dingen kunt meenemen, en doe daar je eigen ding mee. Of je wilt dat het werkt voor de luisteraar of niet, dat is aan jou, maar wij geven je in ieder geval de gereedschappen om dat te bereiken'. Ik denk dat er veel wordt gedacht vanuit de luisteraar en wat die ermee kan.

Ik heb een docent, die zegt altijd 'clichés zijn clichés omdat ze werken'. Dat is heel erg waar, denk ik. Vanaf het begin neem je mee: Het mag experimenteel zijn, maar het moet wel werken. Ik vind ook dat als ik hele artistieke dingen zit te doen maar niemand begrijpt het, het 't dan eigenlijk niet waard is.

Geluid is, wat mij betreft meer dan andere dingen, iets dat bestaat bij de gratie van de luisteraar. Bij een schilderij kun je je ogen dichtdoen, maar het schilderij hangt er nog. Terwijl geluid pas in de oren van de luisteraar tastbaar wordt. Het is heel vluchtig, op het moment dat het stopt is het er niet meer. Dus op het moment dat het er is...you got to make it count.

Prakische kant

Als jij dingen wil doen die heel gek zijn, prima, maar je moet ook ergens geld mee verdienen. Dus je wordt ook getraind om praktisch te denken. Als iemand tegen mij zegt 'maak een bebop-liedje', dan moet ik dat kunnen. En dat leer je door te kijken wat de principes zijn die iets bebop maken, en die principes dan vervolgens zelf toe te passen. Dat soort opdrachten krijgen we veel; deze elementen zitten er in die muziekstijl, en zo pas je dat toe. Op die manier kun je aan de ene kant heel makkelijk in opdracht werken, want als iemand iets specifieks wilt weet je hoe je dat moet maken, maar aan de andere kant heb je zo ook verschillend materiaal om te combineren tot iets dat jij zelf wilt maken.

Composition for the Media is muziek maken voor film, theater, maar bijvoorbeeld ook interactieve installaties en games. Ik heb in het eerste semester een project gedaan waarbij ik met een groepje mensen een muziekstuk heb gemaakt voor een ventilator, een stofzuiger, een hoorn en twee computers. Een poosje geleden hebben we daar een optreden mee gedaan. Ik speelde ventilator. Mijn moeder is helemaal niet van dat soort muziek, maar die vond dat dus superleuk. Ja, natuurlijk omdat ik erin zat, maar vooral ook omdat die context er was dat je daar met huishoudelijke apparaten op een podium staat. Weer hetzelfde: dat werkt gewoon. Er gebeurt echt iets.

Studiebelasting

Het is op deze opleiding heel makkelijk om ergens een zes voor te krijgen; dan haal je het vak, prima. Maar ik denk dat als je op de hele opleiding zessen haalt, je uiteindelijk niks kan. Je moet zelf beslissen 'dit vak vind ik niet leuk, daar haal ik een zes voor, dan kan ik voor dat vak harder werken en een negen halen'.

Er is een soort driehoek in deze studie. Compositie en muziek; programmeren en het interactieve; en productie en studiowerk. En wat ze altijd zeggen: je moet ergens binnen die driehoek zitten, liefst in het midden. Daar heb ik mijn twijfels bij want dat zou betekenen dat je nergens echt goed in bent, maar ik denk dat het klopt dat je een brede blik moet hebben. Uiteindelijk ontwikkel je een specialisatie, maar wat je in die andere contexten hebt geleerd neem je daarin ook mee. Je moet de wil hebben om ook andere dingen te ontdekken dan gitaarliedjes maken op je kamer.

Wat dat betreft word je sowieso heel erg uit je comfortzone getrokken. Je moet bijvoorbeeld een stuk schrijven voor gebruiksvoorwerpen zoals stofzuigers, waarbij je geen ritme en geen melodie mag gebruiken. Nou, dan moet je dus al iets anders gaan maken dan je normaal doet. In het eerste jaar heb je ook een hele dag in de week les in programmeren en informatica. Dat is dus wel echt een integraal onderdeel van de studie en daar moet je voor openstaan, die digitale kant.

Weten waar je heen gaat

Onlangs heb ik bij een informaticavak een eigen muziekinstrument ontworpen. En binnenkort doe ik mee aan een soort singer-songwriterwedstrijd. Eigenlijk zou ik daarheen gaan met mijn gitaar en mijn liedjes, maar nu is het plan ontstaan om in plaats daarvan met dat zelfgemaakte instrument te gaan. Aan de ene kant is dat supercool, aan de andere kant kan ik dat instrument totaal nog niet bespelen. [lacht] Je speelt op het toetsenbord van je computer. Je kunt de toon dan dus ook niet harder of zachter maken. Wel kun je vaak op één toets rammen, dan wordt de klankkleur rijker. Het is superleuk om te spelen, maar de leercurve is best wel stijl.

Ik denk dat de meerwaarde van 'mijn' instrument enerzijds een beetje valsspelen is; dat die jury denkt 'oh wat cool, ze heeft dat zelf bedacht'. Maar als je het hebt over je eigen stijl en je eigen richting vinden...mensen met gitaren en stemmen zijn er natuurlijk genoeg. Ik geloof er dus ook wel in dat het echt iets gaat doen, dat instrument. Het is denk ik een manier om te laten zien: kijk, songwriter kun je ook op deze manier zijn. Dat het de blik van mensen verbreedt.

Toekomst

Stiekem wil ik nog steeds popster worden. [lacht] Maar ik heb er ook wel vrede mee als dat niet lukt; dat ik dan installaties ga maken, of elektronische muziek. Ik weet nog niet precies waar ik naartoe wil, maar ik vind in ieder geval dat het voor degene die ernaar luistert een doel moet hebben. Natuurlijk is een vrolijk liedje in C majeur voor veel mensen het makkelijkst te luisteren, maar het hoeft ook niet altijd makkelijk te zijn. Het gaat erom dat het fascineert. Je moet altijd op zoek gaan naar wat het menselijk maakt, denk ik. Ook bij hele rare of elektronische muziek. Omdat het menselijke is wat mensen herkennen.

Als je een stuk schrijft, bijvoorbeeld voor een strijkkwartet, en je geeft die bladmuziek aan mensen en ze spelen dat...dat is echt...nou, ik zou niet willen zeggen het mooiste gevoel dat er is, maar wel supermooi. Gewoon dat je iets maakt, en het blijft abstract tot het moment dat andere mensen er iets mee doen. En het ineens iets wordt.

Interview voor HKU 24/7 2015