De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit

HKU onderschrijft de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit. Deze code biedt heldere normen voor het onderzoek dat plaatsvindt binnen hogescholen en universiteiten en sluit aan bij internationale ontwikkelingen.

De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit

De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit

Binnen de Vereniging Hogescholen is bestuurlijk afgesproken om de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit (NGWI, okt 2018) in te voeren bij alle hogescholen. In deze gedragscode worden vijf breed gedragen principes geformuleerd die de grondslag vormen voor de praktijk van integer onderzoek: eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. De principes zijn uitgewerkt in meer concrete normen voor goede onderzoekspraktijken waaraan onderzoekers en andere bij het onderzoek betrokken partijen zich moeten houden. Ze zijn geformuleerd per fase van het wetenschappelijk onderzoek: ontwerp, uitvoering, verslaglegging, beoordeling en peer review, en communicatie.

Wat te doen bij vragen of twijfel

HKU heeft een vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit benoemd waar medewerkers en studenten van HKU terecht kunnen met vragen of eventuele klachten over wetenschappelijke integriteit: Paul Herfs (paul.herfs@hku.nl). Wanneer je twijfelt aan de integriteit of de zorgvuldigheid van HKU- onderzoek, dan kan de vertrouwenspersoon adviseren, bemiddelen of zo nodig helpen bij het indienen van een klacht. De vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit is onafhankelijk en heeft geen banden met HKU-onderzoek. Je vraag of klacht blijft vertrouwelijk en eventuele volgende stappen worden alleen met jouw toestemming gezet.

Gezamenlijke Commissie wetenschappelijke integriteit in het kunstonderwijs

Een essentiële voorwaarde voor goed en integer onderzoek is aandacht voor een werkomgeving waarbinnen goede onderzoekspraktijken worden bevorderd én gewaarborgd. Wanneer iemand vermoedt dat een of meer normen niet zijn nageleefd, moet het instellingsbestuur ervoor zorgen dat dit integer, eerlijk en met kennis van zaken wordt onderzocht. Een klacht over wetenschappelijke integriteit kan immers grote impact hebben, zowel op de klager als op de aangeklaagde onderzoeker.

De colleges van bestuur van de zeven monosectorale kunsthogescholen hebben besloten om een gezamenlijke Commissie wetenschappelijke integriteit in te stellen voor het kunstonderwijs. De expertise op het gebied van praktijkgericht onderzoek in de kunsten wordt op deze manier goed en breed vertegenwoordigd. Dat is extra belangrijk wanneer dat onderzoek leidt tot een klacht over schending van de wetenschappelijke integriteit.