HKU

HKU-Column september 2017

Hoe kan iemand nou geen ondernemer willen zijn?

Ondernemer(schap)

'Het is niet mijn ambitie ondernemer te zijn,' zei acteur Reinout Scholten van Aschat op 19 augustus jongstleden in een interview in de Volkskrant. Giep Hagoort, bedenker van het begrip "cultureel ondernemerschap", vroeg zich een week later in de brievenrubriek van dezelfde krant af wat er fout was gegaan. Had Reinout tijdens de lessen cultureel ondernemerschap van de toneelopleiding in Maastricht misschien aan de rand van het zwembad gelegen? Hoe kan iemand nou geen ondernemer willen zijn? Als er al iets fout is gegaan, is het de veronderstelling dat er iets fout is gegaan bij deze acteur. Sterker nog, het lijkt mij een volstrekt normale opmerking. Het zou pas merkwaardig zijn geweest als Reinout had gezegd: 'Het is niet mijn ambitie om acteur te zijn.' Maar dat blijkt in het geheel niet uit het interview. Integendeel! In, voor, achter en onder de woorden kijken is de tweede natuur van acteurs. Zij zijn de connotatieconnaisseurs bij uitstek. Kenners van de "met een woord verbonden voorstellingen (van emotionele aard) buiten de eigenlijke betekenis", ook wel "gevoelswaarde". Over de gevoelswaarde die hij toekent aan het begrip "ondernemer" laat de zoon van Gijs Scholten van Aschat geen enkel misverstand bestaan: 'Je moet bedrijfsmatig denken, is het advies van deze tijd, je hebt een product dat je moet verkopen, je moet zichtbaar zijn, wees een cultureel ondernemer, anders ben je weg! Dat is toch een gruwelijk beeld? Dat we onderdeel zijn van een commerciële race?

 

Van Dale geeft bij "ondernemer" als tweede betekenis: '(econ.) persoon die in een tak van handel of bedrijf, zelfstandig, voor eigen rekening en risico, werkt op grond van het bezit van productiemiddelen en met vreemde arbeidskracht.' Hier is niets mis mee. Het probleem ontstaat bij de allesoverheersende neoliberale connotatie. Een ondernemer is op zoek naar het spreekwoordelijke gat in de markt en wat dat gat precies is, dondert niet. Als het maar geld oplevert. Een beetje ondernemer denkt groot. Anders ben je mkb'er. Een ondernemer wil per definitie groeien en waar de grens tussen groeien en graaien precies ligt, is niet altijd even duidelijk. Belasting ontwijken wordt een sport en geld is geen middel om een doel te bereiken, maar een doel op zichzelf. Nee, dan Reinout Scholten van Aschat die deel uitmaakt van het collectief Lars Doberman: 'We pakken weer iets groots aan, namelijk de onmogelijke poging de vrouw te duiden. Dit project is eigenlijk al lang geleden begonnen en komt voort uit een collectieve fascinatie voor de vrouw. Ieder mens komt uit een vrouw, staan we daar wel eens echt bij stil? Dat is toch te absurd om te bevatten? Wat is een vrouw eigenlijk? Daarover willen we een voorstelling maken. (...) Werken met Lars Doberman is zo allesomvattend. Dat heeft geen marktwaarde, het is met gelijkgestemden van jouw generatie de wereld ontdekken. Dat is leven en werk ineen.' Claudia de Breij omschreef het in Zomergasten zo: 'Ik vind het mooi als een kunstenaar iets laat zien wat anders ongezien was gebleven.'

 

'Kunst moet het wij-denken uitdragen, een bindmiddel zijn, engagement tonen en ruimte vragen voor minderheden. Kunst is belangrijk want kunst draagt bij aan de reflectie op het leven.' Volkskrantcolumnist Bert Wagendorp meldt in zijn column hoe Gijs Scholten van Aschat, de vader van Reinout, zich op 27 augustus tijdens het Paradisodebat uitsprak over de toestand van de kunsten in Nederland. Met ingang van 1 september wordt hij de nieuwe voorzitter van de Akademie van Kunsten, een instituut dat de band tussen de kunsten wil bevorderen, alsmede die tussen kunst, maatschappij en wetenschap. 'Kunst, vond Scholten van Aschat, moet weer antigif worden tegen het rendementsdenken, de heilige markt, de individualisering.' Hoe heilig die markt is in het neoliberale denken, blijkt uit de opmerking die filosoof Hans Achterhuis op 15 augustus 2010 in het programma BOEKEN maakte over een roman van Ayn Rand: 'Na de Bijbel het populairst in de VS. Rand propageert dat élke relatie een marktrelatie is ...'

 

'Je wordt er niet bepaald rijk van, maar het is ook niet om over te klagen, vindt hij.' Aan het woord is Laurens de Man, kersvers afgestudeerd aan het Amsterdams Conservatorium. Samen met nog drie andere afgestudeerde kunstenaars wordt hij 25 juli jongstleden geportretteerd in Trouw. 'Dat je van theater niet rijk wordt, weet Nick natuurlijk.' In twee van de vier interviews valt het woord "rijk". Hagoort mag dan aan het eind van zijn brief tot de conclusie komen dat Zijlstra met 'zijn meest perverse neoliberale variant van het cultureel ondernemerschap' uiteindelijk is afgeserveerd met nul waardering in de culturele sector, het kwaad is geschied. Het begrip ondernemer (en daarmee ondernemerschap) is nog niet een-twee-drie af van de negatieve connotatie die het heeft gekregen in de kunstwereld. Dát is er fout gegaan! Als het je lukt te leven ván datgene waar je vóór leeft (dat doen kunstenaars immers) mag je jezelf gerust rijk noemen. Cultureel initiatiefrijk. Laat het ondernemerschap maar over aan de neoliberalen.

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl