HKU

'Nieuw normaal'

Horizon

Het nieuws haalt de voorpagina. 'Een stapsgewijze "terugkeer naar meer nabijheid"' kopt Trouw op 20 mei. Blijkbaar heb je gradaties in nabijheid. Hoe wilt u uw nabijheid? Ik weet niet hoe het met jullie is,  maar op die manier heb ik er nog nooit over nagedacht. 'Twee klontjes en een wolkje melk', ben ik geneigd te antwoorden. In relatie tot koffie is het een normale vraag, maar in relatie tot nabijheid? Onmiddellijk antwoordt een stemmetje in mij: 'Dat is nou het nieuwe normaal ...' Help! Zo snel gaat het dus. Aanpassingsvermogen. Ik had het kunnen weten. Op 21 maart jongstleden analyseert Sterre Lindhout in de Volkskrant de Duitse zorgen: 'Vrijheden die je inlevert krijg je niet zomaar terug.' Het artikel opent als volgt: 'Het coronavirus vestigt de aandacht op een oermenselijk talent dat in deze hoogst individualistische tijden wat ondergesneeuwd was geraakt. Maar we beheersen de kunst van het aanpassen nog steeds uitmuntend, bleek deze week.' Hoe waar! Het gemak waarmee dat innerlijke stemmetje als vanzelf het sociaal gewenste antwoord geeft, bevalt me helemaal niet.


Vóór de coronacrisis had je normaal en abnormaal. Nu we van overheidswege ineens vastzitten aan een 'nieuw normaal' moet er ook een 'nieuw abnormaal' zijn. Over hoe dat er precies uitziet wordt angstvallig gezwegen. En wat is het lot van het 'oude normaal'? Nabijheid associeer ik in de eerste plaats met gevoel en dat laat zich op geen enkele manier meetbaar uitdrukken. Ik weet niet eens hoe nabijheid in het 'oude normaal' wordt omschreven. Nog nooit opgezocht. Van Dale geeft: 'het nabij zijn, ruimte dicht bij iemand of iets'. En dan valt mijn oog op het woord daaronder: nabijheidspolitie. Slik! Nabijheidspolitie? Het staat er echt! Het is Belgisch-Nederlands en betekent 'politie die dicht bij de burger staat met politiebureaus in elke buurt en patrouilles in de straat'. Maar dat was nog tijdens het 'oude normaal' ...


Ik houd mijn hart vast voor de Nederlandse versie van de nabijheidspolitie in het Nieuwe Normaal. Maar sociaal psycholoog Tom Postmes verklaart op 28 maart in de Volkskrant dat de geschiedenis ons leert dat de meeste mensen in de meeste situaties deugen. Als de interviewer hem confronteert met het feit dat mensen die de nieuwe (afstands)regels rekkelijk interpreteren soms heftig de maat wordt genomen en daarna vraagt of dat niet de eerste barstjes zijn in de solidariteit, antwoordt Postmes: 'Nee. Het is een middel om solidariteit te verwezenlijken. Wij houden er niet van om een ander te corrigeren in de openbare ruimte. Hooguit laten we non-verbaal onze afkeuring blijken. Maar in deze crisis spreken we elkaar wel aan, met als doel eenheid van gedachten te creëren. Hier wordt de nieuwe samenleving gevormd met nieuwe spelregels.' Ik heb geen idee hoeveel dystopische literatuur Postmes heeft gelezen, maar bij die laatste zinnen lopen mij de rillingen over de rug.


Elkaar aanspreken om eenheid van gedachten te creëren. Waar dat toe kan leiden, laat Orwell zien als hij anno 1948 de wereld op z'n kop zet in de beroemde roman 1984. We zijn gewaarschuwd. Op pagina 52 schrijft hij: 'Het hele denkklimaat zal anders zijn.' En of je nou wilt of niet, de mededeling op pagina 57 doet denken aan positief nieuws over de ic's: 'De fantastische cijfers van de statistieken bleven maar uit het telescherm stromen.' De meest verontrustende tekst is wat mij betreft te vinden op pagina 146: 'Wat ik eigenlijk had willen zeggen is dat me is opgevallen dat je in je artikel twee woorden hebt opgenomen die in onbruik zijn geraakt. Dat is overigens pas heel kort geleden gebeurd. Heb je de tiende druk van het Nieuwspraakwoordenboek nog niet gezien?' Over de twee woorden die (voorlopig?) in onbruik zijn geraakt hoef ik niet lang na te denken: "spontaan uitgaan". We moeten alles reserveren. En de slogan 'Als we ons allemaal aan de regels houden, komt er meer ruimte voor iedereen' vind ik bijzonder curieus. Nederland is qua oppervlakte niet ineens groter geworden en het inwoneraantal niet kleiner. Toch vinden we in het Nieuwspraakwoordenboek dat ons in het Nieuwe Normaal mogelijk te wachten staat onder de A zeker het lemma "anderhalvemetersamenleving".


Viroloog Jaap Goudsmit is kritisch in de Volkskrant van 2 mei: 'Hoe je iets noemt, doet iets met hoe je het ziet. Woorden zijn heel belangrijk. Niemand vraagt zich af wat de absolute extremen zijn van het nu in gang gezette beleid. In scenario's bedoel ik: kan er dan ooit nog gevoetbald worden? Zullen er nog concerten zijn? Bestaat het theater straks nog? Ik denk dat je als overheid niet de anderhalvemetersamenleving als horizon had moeten nemen, maar de vraag hoe komen we zo snel mogelijk weer bij normaal uit? Ik hoef niet terug in de tijd, maar ik hoef ook niet naar een nieuw normaal dat in feite een extreem abnormaal is.' Ramsey Nasr hield in Buitenhof een gloedvol pleidooi om scenaristen toe te voegen aan het crisisteam. Zij zijn immers dag en nacht bezig met het uitdiepen van ondenkbare scenario's. Vrijheden die je inlevert krijg je niet zomaar terug. Wie schrijft straks het scenario over het antwoord op die ene prangende vraag: Wat hebben we allemaal weggegeven?

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl