HKU

HKU-Column februari 2020

'Wie aangenomen wordt mag vier jaar lang gaan ontdekken of je ook blij wordt van iets gemaakt hébben.'

Blij

Van iets maken word je blij. Hoe waar! Deze woorden kunnen alleen maar uit de mond komen van iemand die tot in elke vezel van zijn lijf weet hóe blij je wordt van iets maken. Het is de titel van de nieuwe plaat van Bob Fosko die uitkomt in maart. Het zal zijn laatste zijn. Hij is echter niet van plan stil in een hoekje te wachten op het einde. Want van iets maken word je blij. Op 1 februari jongstleden was hij te gast in Mondo, het nieuwe vpro-programma over kunst en cultuur. Noem het beroepsdeformatie, maar toen ik die zes woorden hoorde, moest ik onmiddellijk denken aan onze 4400 studenten. Fosko heeft ze wat mij betreft het perfecte antwoord verschaft op de vraag: ‘Waarom studeer je hier?’ Of aspirant-studenten ermee wegkomen tijdens hun toelatingsexamen weet ik niet, toch is het nog altijd een beter antwoord dan: ‘Van iets maken word je rijk of van iets maken word je beroemd.’ Wie aangenomen wordt mag vier jaar lang gaan ontdekken of je ook blij wordt van iets gemaakt hébben. Van één categorie studenten weten we absoluut zeker dat ze blij zijn 'te hebben gemaakt': de winnaars van de HKU Awards.


Hoe blij zou HKU Honorary Fellow Floris Kaayk zijn met de schepping van Oscar? De openingszin van het artikel in de Volkskrant van 15 april 2016 luidt: 'Het is een jongetje en hij heet Oscar. Gekweekt uit menselijke cellen, waarna zijn vleselijke onderdeeltjes als lego in elkaar pasten. Geloof je het zelf?' Verderop schrijft Sascha Bronwasser: 'The Modular Body is weer een onlineverhaal van Floris Kaayk en dit keer speelt de kunstenaar niet voor Leonardo da Vinci maar voor God. Of voor dokter Frankenstein.' Ik was dus niet de enige die meteen moest denken aan de beroemde romanfiguur van Mary Shelley, toen Kaayk het publiek dat afgekomen was op de uitreiking van de HKU Awards, kennis liet maken met The Modular Body. Opnieuw een onlinevehaal en opnieuw fictie. Kaayk hoeft zich in tegenstelling tot Mary Shelley en Jeanette Winterson niet te beperken tot de zesentwintig letters van het alfabet. Hij heeft ook de beschikking over bewegend beeld en de talloze mogelijkheden van internet. De dokter Frankenstein van Kaayk heet Cornelis Vlasman en is evenals Jarno Smeets, de eerste mens die zou hebben gevlogen als een vogel, fictie.


'Er is nooit een wilder verhaal verzonnen, maar net als met de meeste verhalen uit dit tijdperk wekt het wel een realistische indruk.' Deze woorden over Shelley's Frankenstein dateren uit 1818. Ze zijn te vinden in The Edinburgh Magazine. Jeanette Winterson citeert ze niet voor niets in haar roman Frankusstein, waar ze de romanfiguur van haar illustere voorgangster op een briljante manier nieuw leven inblaast voor een bestaan dat past bij de wereld en de vraagstukken van de eenentwintigste eeuw. Zij heeft zich ongetwijfeld gerealiseerd dat dit citaat twee eeuwen later actueler is dan ooit. Kaayk: 'Als je een van de filmpjes op YouTube tegenkomt, zou je erin kunnen trappen. Maar ik ben er nu heel open over, als je op de site (themodularbody.com) rondkijkt, krijg je al snel door hoe het in elkaar zit.' Dat zou nog wel eens vies tegen kunnen vallen. Eén op de zes mensen heeft een IQ van 85 of lager. En het verschil tussen feit en fictie wordt er met alle moderne technische snufjes niet duidelijker op. Voor Yuval Noah Harari, de schrijver van de bestsellers Sapiens en Homo Deus, is het zonneklaar: 'Mensen zien technologie en de biologie als twee verschillende dingen. Maar die komen nu samen. En we weten nog niet half wat er op dat vlak mogelijk is. Nu brengen algoritmes in kaart wat we doen, waar we komen, wat we zeggen. Maar ze zitten niet in ons lichaam. In de echte grote revolutie, die er over vijf of tien jaar aankomt, komen informatie en biotech samen en zijn data voor algoritmen niet meer afkomstig van onze smartphones en elektronische betalingen, maar afkomstig uit ons lichaam zelf. Dat wordt de échte grote revolutie.' 


The Modular Body van Kaayk sluit perfect aan bij de tijdgeest, evenals Frankusstein van Winterson: 'De wereld staat aan het begin van iets nieuws. We zijn de scheppende geesten van ons lot. En ik ben misschien geen uitvinder van machines, maar wel van dromen.' Wetenschappers dromen van medische onsterfelijkheid. Is dat een droom of een nachtmerrie? Harari waarschuwt: 'Lang voordat die onsterfelijkheid binnen bereik is, krijg je doorbraken op het gebied van gezondheid en vaardigheden, maar niet voor iedereen. Juist dat zal heel duur zijn. De ongelijkheid wordt wellicht groter dan ooit tevoren. Want voor het eerst kan economische ongelijkheid worden vertaald in biologische ongelijkheid. Over enkele decennia kunnen er echte fysieke verschillen ontstaan tussen rijken en armen.' De kunstenaars in spe, zeker bij HKU, lijken gelukkig juist te dromen van het tegenovergestelde: inclusiviteit. Niemand uitsluiten, dingen maken waar iederéén blij van wordt. Laten zij vooral blijven geloven dat dromen niet altijd bedrog hoeven te zijn. Het is waarschijnlijk dé manier om te voorkomen dat nachtmerries waarheid worden ...

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl