HKU

HKU-Column juli 2019

Lieveheersbeestje

'Als Nederlands al niet de meest praktische taal is, dan maken wij haar dat wel.'

Lieveheersbeestje

‘Nederlands is een heel praktische taal. Ik spreek vijf verschillende talen en ik merk dat van al die talen Nederlands gewoon de meest praktische is. Het is vooral bedoeld om dingen duidelijk te maken, maar nuance, gevoel en subtiliteit dat ontbreekt een beetje en dat is natuurlijk bij acteren heel belangrijk.’ Na zes jaar Hollywood kreeg de uit Venlo afkomstige Lotte Verbeek heimwee naar Europa en op 15 februari van dit jaar mag ze bij Jinek aan tafel komen vertellen over haar internationale carrière. Heimwee naar Nederland of acteren in het Nederlands heeft ze duidelijk niet: ‘Ik heb in het Nederlands niet heel veel gedaan …’ Een klein halfjaar later krijgt Maarten van Rossem in de quiz “De Slimste Mens” de kijkersvraag voorgelegd of hij wel eens studenten aan het huilen heeft gemaakt. Het antwoord luidt als volgt: ‘Ja, dat is verschrikkelijk. Er was een meisje die had in het Engels een scriptie geschreven over de Indianen. Nou had ik al een enorme hekel aan mensen die over Indianen schrijven. Ja, je begrijpt dat is altijd zielig en verschrikkelijk en ontzettend. Dat weten we nu zo'n beetje. En dan had je nog, dat is eigenlijk nog veel erger, namelijk dat heel veel mensen hun scriptie in het Engels wilden schrijven. Die kwamen dan van Amerikaanse Taal- en Letterkunde, en vroegen of het in het Engels mocht. Dan zei ik altijd: “Ja, dat vind ik prima, mits het ook Engels is.” En dan kreeg je toch zo'n takkenbossenstukje, zeg. Dat je denkt – nou ja, ik heb het wel eens eerder gezegd – je hersens raken ervan in de knoop. En na een halfuurtje denk je: ik krijg een attack. Dit is zo erg, dit kan ik niet verwerken. Ik zei iets dergelijks tegen haar en ja, binnen drie minuten barstte ze in huilen uit. Ze is wenend vertrokken …’


Wat actrice Lotte Verbeek opmerkt over het Nederlands geldt in het begin voor elke taal: zij is praktisch en vooral bedoeld om dingen duidelijk te maken. De nuance, het gevoel en de subtiliteit komen later. Wie deze zomer op vakantie gaat naar Hongarije heeft bij de bakker meer aan het boekje “Wat & Hoe in het Hongaars” dan aan een roman van Sándor Márai. Wanneer mag je zeggen dat je een taal spreekt? Is “je kunnen redden in een taal” hetzelfde als haar spreken? En schrijven? Maarten van Rossem maakt met het takkenbossenstukje duidelijk dat dénken dat je in het Engels kunt schrijven niet betekent dat je het ook daadwerkelijk kúnt … Hoeveel woorden heb je nodig om te overleven? Deze intrigerende vraag staat achter op de kaft van “De Woordsmid” van Patricia Forde. (Léés het als je serieus wilt nadenken over het belang van taal!) De overlevenden van ‘de Grote Smelt’ leven in Ark waar alleen ‘Lijst’ gesproken mag worden. Het aantal toegestane woorden wordt al snel teruggebracht van zevenhonderd naar vijfhonderd. Wie buiten het lijstje gaat, staat te boek als ketter. Alleen de woordsmid en zijn leerlinge Letta hebben het voorrecht zo vrij te spreken als ze willen. Op school heeft Letta uitsluitend Lijstwoorden geleerd. ‘Kok, kom, kort. In die tijd had ze nog niet geweten dat er zoveel méér woorden bestonden. (…) Natuurlijk wist ze dat oudere mensen een grote woordenschat hadden, al was het hun verboden die te gebruiken.’


‘Wilt u rapporten die in dertig seconden te lezen zijn?’ Aan deze radioreclame van een communicatietrainingsbureau moest ik denken bij het lezen van “De Woordsmid.” Als Nederlands al niet de meest praktische taal is, dan maken wij haar dat wel. Hoeveel nuance kun je communiceren in dertig seconden of pakweg honderdveertig tekens? De VU heeft de bachelor Neerlandistiek opgeheven en het taalniveau van de autochtone scholieren en studenten is nou niet bepaald om over naar huis te schrijven. Vinden we dat erg? Blijkbaar niet. In Utrecht lezen Nederlandse masterstudenten Neerlandistiek “Van den Vos Reynaerde” in het Engels. Want de lingua franca is je ware! Alle takkenbossenstukjes ten spijt … Toch doen we ons best om kinderen van nieuwkomers Nederlands te leren. En wat denk je dat zo’n tweehonderd kinderen tussen 4 en 13 jaar die pas in Nederland zijn het moeilijkste woord vinden? Lieveheersbeestje …


Hoe ironisch … Als romanschrijver zou je dit absoluut niet durven bedenken. Van alle denkbare woorden uitgerekend het lieveheersbeestje dat dankzij Bart Wisbrun het symbool werd van protest tegen zinloos geweld: 'Ik weet dat het om een idealistisch plan gaat en dat een mentaliteitsverandering moeilijk te bewerkstelligen is, maar we moeten proberen de mensen wakker te houden,' zegt hij op 30 september 1997 in de Volkskrant. Is het niet beschamend dat nota bene de kinderen van nieuwkomers ons wakker moeten schudden met hun keuze van het moeilijkste woord? Zijn we bereid in de spiegel te kijken die zij ons voorhouden? Zit die mentaliteitsverandering er nog in? Want taalonderwijs uitkleden en degraderen tot jip-en-janneketaal, of de opleiding Neerlandistiek opheffen omdat ze volgens de woordvoerder van de universiteit “verliesgevend” (sic!) is, mag met recht zin-loos geweld genoemd worden.

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl