HKU

HKU-Column april 2017

Een mens voelt zich doorgaans het prettigst bij gelijkgezinden en lotgenoten.

Latijn

Hoe is het om uit je eigen filterbubbel te breken? De Volkskrant vroeg het zich de zaterdag voor de verkiezingen af en liet vier grootverbruikers van sociale media met een radicaal ander wereldbeeld een week lang ruilen van Facebookaccount. Op 11 maart jongstleden lees ik: 'Het ooit zo vrije internet dreigt te veranderen in een echoput van ons eigen gelijk, waarschuwen critici. Door slimme algoritmen die ons alleen voorschotelen wat in ons straatje past.' Om ons veilig op te sluiten in onze eigen bubbel hebben we het internet helemaal niet nodig. Een mens voelt zich doorgaans het prettigst bij gelijkgezinden en lotgenoten. En van de meeste mensen is de belevingswereld kleiner dan we wellicht zouden wensen. Beeldend kunstenaar Marc Quinn zegt met zijn kunst aan toekomstige generaties te willen meegeven hoe de wereld er nu voorstaat. Aardige gedachte. Maar hoe staat de wereld er anno 2017 eigenlijk voor? Het antwoord op die vraag hangt af van de bubbel waarin je je bevindt. De leden van de Tweede Kamer zitten comfortabel in de bubbel van hun politieke partij en de aankomend creatieve professionals leven op een instituut als het onze in de bubbel van het voortdurende maken om het straks in de wereld te gaan maken. Want dat schijnt toch meer dan ooit de bedoeling te zijn: dat je "het gaat maken in het leven". De bubbels van onze volksvertegenwoordigers en de vormgevers van de toekomst hebben in ieder geval één ding gemeen: de overtuiging dat ze met hun bijdrage iets aan de wereld kunnen veranderen.

 

Maar om te weten wat je aan de wereld wilt veranderen moet je eerst weten welke wereld je eigenlijk wilt. Richard Loving (1933-1975) en Mildred Loving (1939-2008), geboren Jeter, weten dat in 1963 maar al te goed. Het "nomen est omen" (de naam is een voorteken) is zelden toepasselijker geweest. Richard en Mildred willen een wereld waarin ze mogen trouwen. Er is echter één probleem. Hij is blank en zij African-American met Cherokee en Rappahannock Native American-voorouders. Interraciale huwelijken zijn in de staat Virgina anno 1963 nog bij wet verboden. Met hun huwelijk riskeren ze gevangenisstraf als ze Virginia niet verlaten. Tot ik onlangs de documentaire "The Loving Story" zag, had ik nog nooit van hen gehoord. Mijn blanke-Nederlandse-kind-van-de-jaren-zestig-flower-power-bubbel ... De Lovings starten een procedure tegen de staat Virginia en het duurt maar liefst tot 12 juni 1967(!) voor ze gelijk krijgen en het verbod op interraciale huwelijken in alle staten van Amerika wordt opgeheven. Hoe de kunst op de huid van de tijd kan zitten, bewijst Stanley Kramer in december van dat jaar met de film "Guess Who's Coming to Dinner, a love story of today" over het interraciale huwelijk tussen John Prentice (Sidney Portier) en Joey Drayton (Katharine Houghton). Op de veertigste verjaardag van de gerechtelijke uitspraak in de zaak Loving, spreekt Mildred zich uit voor het huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht: 'I support the freedom to marry for all. That's what Loving, and loving, are all about.'

 

'Your generation will always think of itself as Negro first and a man second. I think of myself as a man,' zegt acteur Sidney Portier in zijn rol als John Prentice tegen zijn vader (Roy Glenn), een zwarte postbode die minder kansen kreeg dan zijn zoon. Het is wat mij betreft de cruciale quote uit de film en hij ontroert mij enorm. Omdat de tijden zijn veranderd en we in de Verenigde Staten inmiddels de eerste zwarte president hebben gehad terwijl niemand dat ooit voor mogelijk had gehouden? Van tweederangsburger in de jaren zestig van de vorige eeuw tot eerste burger van het land. Nee! Al moet ik toegeven dat ik de verkiezing van Barack Hussein Obama destijds niet met droge ogen heb aanschouwd. De quote ontroert me omdat hij me met de neus op de feiten drukt. Je kunt er eindeloos op variëren en dat zullen we altijd blijven doen! Het grote probleem is dat we maar niet in staat zijn onszelf en de ander in de eerste plaats te zien als mens en pas daarna als aanhanger, representant of lid van de clubjes in de bekende bubbel.

 

"Voor wie doe jij het eigenlijk?" Die vraag staat centraal in een campagne van SIRE. Een goeie performer speelt niet voor een hele zaal met anoniem publiek dat hij niet kan zien. Hij kiest in gedachten een specifiek iemand uit en geeft daarmee ieder afzonderlijk het gevoel dat hij alleen voor hem of haar speelt. Om gemotiveerd en geïnspireerd te blijven moet je weten voor wie je iets doet. Voor je achterban, voor de peergroup, voor de goedkeuring van je ouders, voor je eigen plezier of je eigen ego? Het antwoord op die vraag zou ik o zo graag krijgen van onze dames en heren politici. En kom niet aan met veilige abstracties. Juist politici zouden veel verder moeten kunnen kijken dan hun eigen bubbel. Of ze daarin slagen kun je pas beoordelen als je weet in welke bubbel ze precies zitten. Ik vrees het ergste. Toen een van de kersverse Kamerleden zijn maidenspeech opende in het Latijn dacht ik meteen: voor wie doe jij het eigenlijk? Als je per se iets wilt doen met Latijn, keer de zaken dan om! Houd de anderen voor dat we, als we voor de spiegel staan, allemaal tegen onszelf kunnen zeggen: "zie de mens". In het Latijn: "ecce homo". En vraag dan of we echt een wereld willen waarin "mens" een scheldwoord is geworden ...

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl