HKU

HKU-Column december 2017

Zonder lading geen vlag.

Vlag

Los van het wereldnieuws: waar hadden we het over deze week? In de zaterdagbijlage van Trouw luidde een van de antwoorden op 18 november jongstleden: 'Nederlandser kan het gewoon niet: de gloednieuwe vlag en standaard in de Tweede Kamer lijken op een blokje kaas met een prikkertje erin.' Ik heb er moeite mee. Niet met die kaas en dat prikkertje omdat ik nu eenmaal niet van kaas houd, het probleem zit 'm in de vlag. Ik zou tegen hebben gestemd. Omdat ik iets tegen de vlag heb? Nee, want ik ben vóór de vlag op de kist van een gesneuvelde militair. En als een sporter in een internationale wedstrijd goed genoeg presteert om op het ereschavot te belanden, vind ik het prima als de driekleur de lucht ingaat. Ook begreep ik voormalig medewerker van Artsen zonder Grenzen, Arjan Erkel, toen hij na zijn gijzeling opmerkte dat hij toch anders was gaan kijken naar de vlag. Toch zou ik tegen hebben gestemd. Waarom eigenlijk? Het is een gevoel waar ik de woorden nog even voor moet vinden.

 

'Iedere keer dat je een boek leest, vouw je iets van je herinneringen en verlangens van dat moment tussen de pagina's.' Deze prachtige uitspraak is van literatuurwetenschapper Allegra Goodman. Ik ben benieuwd of hij ook opgaat voor theatervoorstellingen. Voor de tweede keer zit ik bij de solovoorstelling van Nasrdin Dchar over zijn Marokkaanse vader en zijn eigen vaderschap. De reprise van DAD is deze keer geprogrammeerd in de grote zaal. Geweldig, want dat betekent meer publiek. Weer is het raak. Ik hou het niet droog. Wat mij betreft is er geen zaal groot genoeg. Heel Nederland zou dit moeten zien. En evenals de vorige keer denk ik: waarom zitten de dames en heren uit de Tweede Kamer hier niet? Toen Dchar in 2011 een Gouden Kalf kreeg zei hij in zijn dankwoord: 'We worden tegenwoordig geïnjecteerd met angst.' Op 21 januari van dit jaar constateert hij in een interview in Volkskrant Magazine dat er in dat opzicht nog niets is veranderd: 'Ik vind het zo'n heftige tijd waarin we leven. (...) De angst wordt gevoed en gevoed. En ik snap niet waarom. Waarom wil je dat? De paniek die in de media is gecreëerd, slaat over naar de echte wereld. (...) En dan denk ik natuurlijk gelijk aan mijn kinderen. Het is een van de redenen waarom ik de voorstelling DAD wilde maken. (...) Dit is mijn meest persoonlijke voorstelling tot nu toe.'

 

'Ik heb een betere en leukere jeugd gehad in Nederland dan mijn kinderen. Mijn generatie was destijds meer welkom. Ook al heb je nu een relatie met een Nederlander, eet je varkensvlees en drink je alcohol tot je in coma ligt, ben je op bepaalde dagen volledig in het oranje gehuld, als het erop aankomt hoor je er niet bij.' Deze woorden zijn van cabaretière en actrice Funda Müjde. Ze komen uit haar boek "Niemand vraagt meer waar ik vandaan kom (sinds ik in een rolstoel zit)". Müjde heeft haar boek onder andere opgedragen 'aan de eerste generatie arbeidsmigranten, die grote, persoonlijke offers brachten om hun kinderen een beter leven te kunnen schenken.' Zij constateert eenzelfde tendens als Dchar: 'In Nederland zet ik me al dertig jaar in voor een betere samenleving, maar ik zie tot mijn verdriet hoe het eerder achteruit dan vooruitgaat. Er is veel discriminatie op de arbeidsmarkt. Ik weet het van mijn zoon Erdem, een twintiger die sinds zijn veertiende klaagt over discriminatie. (...) Natuurlijk, ik snap het, heb er begrip voor dat hij zich buitengesloten voelt, maar wil mijn kinderen ook niet bevestigen in hun slachtofferrol. Niemand houdt van slachtoffers. En toch is het natuurlijk van de zotte.'


Op de door Maria Goos speciaal voor hem geschreven solovoorstelling "Oumi", over zijn moeder, kreeg Dchar in 2011 van het autochtone publiek de reactie dat men nooit eerder bij dit verhaal had stilgestaan. 'Dan denk ik: wauw, mijn ouders zijn hier al bijna vijftig jaar en jij hebt nooit stilgestaan bij de hele generatie mensen die hier naartoe is gekomen? Daar zit al de crux. De geschiedenis van mijn ouders hoort bij dit land. Inclusiviteit, daar wil ik voor strijden.' Zijn we, nu onze communicatie wordt gedomineerd door de oneliners in de appjes en tweets nog wel echt geïnteresseerd in elkaars verhalen? Nee, het probleem zit 'm niet in de vlag, maar in het feit dat hij anno nu nodig wordt geacht om een bepaalde lading te dekken. Zonder lading geen vlag. Verhalenvertellers als Nasrdin Dchar en Funda Müjde zijn meer dan ooit nodig.

 

In december plegen we nogal eens te filosoferen over vrede op aarde. Daar hoort toch echt een andere vlag bij! Als ik mijn exemplaar van haar boek na afloop van de voorstelling "Funda draait door" wil laten signeren, zegt ze: 'Nee, dit is niet waar! Je bent sprekend de jongere versie van een tante van mij.' Op haar verzoek gaan we samen op de foto: 'Die ga ik aan mijn familie sturen.' Het valt niet mee om wereldburger te zijn, maar ergens op de wereld loopt een "tante-look" van mij rond. Dat is een begin ...

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl