HKU

HKU-Column april 2016

Wie provoceert hier eigenlijk? Het personage, de auteur of beiden?

Amputaties

Er wordt wat "afgeamputeerd" in HKU-literatuur! De openingszin van het boekenweekgeschenk van HKU-alumna Esther Gerritsen luidt: 'Haar broer belde haar, vlak voor hij zijn been zou verliezen.' En HKU-docent Willem du Gardijn laat de hoofdpersoon uit zijn roman "Bevrijding", kunststudent Johnny Mooijman, op pagina 13 verklaren: 'Ik ben klaar, ik ben uitgesproken, ik zal nooit meer schrijven, omdat schrijven, net als alle andere vormen van kunst iets verschrikkelijks is, bovendien schiet je er niets mee op, je kunt net zo goed je arm amputeren. Dit inzicht is wat ik noem mijn bevrijding.' Een volstrekt originele gedachte is het niet voor een schrijver. Zou Du Gardijn destijds het interview met Karl Ove Knausgård hebben gezien dat bij wijze van In Memoriam werd herhaald in verband met het overlijden van VPRO-icoon Wim Brands? 'Ik ben een schrijver en ik wil het beste uit mezelf halen. Daar heb ik bijna alles voor over. Als ik mijn rechterarm zou moeten afhakken voor een goede roman zou ik dat doen.' Knausgård is linkshandig of hij doet aan machineschrijven. Anders weet ik niet hoe die roman er zou moeten komen. Het is veel eenvoudiger om te verklaren dat je nooit meer een roman schrijft. En dat doet hij dan ook.


In "Je bent goed bezig", een boekje over toetsen en beoordelen in het kunstonderwijs, wordt geconstateerd dat kwalitatieve begrippen als 'creatief, oorspronkelijk en persoonlijk' multi-interpretabel zijn. Zou de roman van Willem Du Gardijn op een positief oordeel kunnen rekenen van de commissie die hij in zijn eigen boek beschrijft? Ik ben er niet echt heel zeker van. Eerst het idee om je arm te amputeren en dan Jop, de foxterriër in "Bevrijding" die zich voortbeweegt met een karretje dat zijn verlamde achterpoten moet vervangen. Meteen krijg ik het beeld op mijn netvlies van die ene aflevering uit de serie "Dertig Minuten" van Arjan Ederveen waarin ook zo'n hondje voorkomt. Zou Willem Du Gardijn bij mij voldoende scoren op oorspronkelijkheid als ik in de beoordelingscommissie zat? Ik ben er nog niet uit. Maar het antwoord op die vraag doet er niet toe. Mijn oordeel is niet belangrijk. Veel belangrijker vind ik de motieven van de schrijver. ‘Er zou maar zo een baksteen door mijn voorruit kunnen vliegen. Als je je verdiept in het boek, kan het haast niet anders dan dat er ophef ontstaat,' las ik in een interview. Gaat het hem nou om wat hij wilde vertellen of wil hij gewoon ophef, het maakt niet uit hoe. Ophef om de ophef? Beetje jammer. Want voor een schrijver die zichzelf serieus neemt beschouw ik dat als een zwaktebod.


Het is Willem du Gardijn gelukt me nieuwsgierig te maken. Zijn boek heb ik speciaal gekocht voor deze column. Misschien heeft hij wel de ideale toelatingsopdracht geschreven. Als een aspirant-student na het lezen van de belevenissen van kunststudent Johnny Mooijman nog steeds autonome beeldende kunst wil gaan studeren, dan wil hij het écht! Persoonlijkheidsvorming? Persoonlijkheidsvervorming? Ik weet niet wat er gebeurt, maar de aanwezigheid van "een zelfmoordflat" aan de overkant van school vind ik bepaald geen geruststellende gedachte. Mocht de auteur dit  lezen, dan roept hij op dit punt vermoedelijk: 'Ho, nu is de situatie heel anders. Dit gaat over de jaren negentig van de vorige eeuw!' In het boek heb ik deze informatie niet kunnen vinden. Maar misschien heb ik te slordig gelezen. Student Mooijman, die het boek zogenaamd schrijft in opdracht van zijn psychiater zou dat niet erg vinden. 'Dit hele schrijven doe ik niet voor lezers, niet voor u, want lezers zijn eigenwijs, net als ik eigenwijs ben. Lees mijn boek niet, is mijn aanbeveling, want lezen is geen lezen, althans niet zoals wij dat gewend zijn te denken. Lezen is projecteren,' beweert hij. Mooijman wil echter waarschijnlijk maar al te graag gelezen worden en Du Gardijn wil dat vanzelfsprekend. Wie provoceert hier eigenlijk? Het personage, de auteur of beiden?

Lezen is projecteren. Dat zou zomaar kunnen. Ik vind het een interessante gedachte. Het wordt nogal eens van schrijven gezegd. Als we een wedstrijdje projecteren zouden doen, wie zou er dan winnen? De lezer of de schrijver? Onlangs hoorde ik ene David Eek op tv beweren: 'Geluk is gelul met een k.' Had zo in "Bevrijding" gekund. Op pagina 117 lees ik: 'Er zat een schitterende illusie in haar tekeningen, voor een tekening was dat goed, voor een mens waren schitterende illusies minder schitterend.' En op pagina 39 van het boekenweekgeschenk staat: 'Heb je ... pijn?' vroeg Julius. 'Ook,' zei Marcus, 'altijd.' 'Ook?' vroeg Julius. 'Verdriet', zei Marcus, zonder zijn ogen van de jongen af te wenden. Olivia schrok van Marcus' antwoord. (...) Was dat woord ooit hardop in dit huis uitgesproken? Met het benoemen leek het plots mogelijk voor hen allemaal, dat ze verdrietig konden zijn, het misschien wel waren.'

Wat vertellen de boeken van Esther en Willem over hogescholen voor de kunsten? Amputeren ze daar illusies? Valt er nog iets te vieren over wat ze er plegen te delen? Of wordt het verdriet en vierendelen?

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl