HKU

HKU-Column mei 2015

Afscheid nemen betekent emotie en daar doen militairen niet aan.

Vertelstof

Oorlog doet het goed op de planken. Voor de musicals Anne en Soldaat van Oranje zijn zelfs speciale theaters gebouwd. Oorlog verpakt in een musical! In echte oorlogsgebieden moeten ze dat op z'n zachtst gezegd een gotspe vinden. Louis-Ferdinand Céline constateert in "Reis naar het einde van de nacht" dat heldenmoed in dichtvorm de mensen fascineert die de oorlog niet in moeten. Ik vrees dat hij gelijk heeft, maar voor de toeschouwers van de voorstelling "Leger" geldt ongetwijfeld dat zij de in een theatrale vorm gegoten keerzijde van heldenmoed minstens zo fascinerend vinden. Ik ben één van hen. De ondertitel van het stuk dat HKU-alumnus Rik van den Bos voor het Ro Theater schreef luidt: "het trauma van de oorlog". Het programma vermeldt: 'Herman Gilis is gefascineerd door de geest en gedragingen van soldaten in de Tweede Wereldoorlog, jongens die vaak geen idee hadden waar ze terecht waren gekomen. Gijs Naber vraagt zich vooral af waarom jongeren zich laten verleiden tot het soldatenleven.'

 

Een mogelijk antwoord op die vraag gaf Orkater in de voorstelling "Kamp Holland": 'Dylan Fokkema wist nog niet wat hij met zijn leven wilde. Maar hij had er alle vertrouwen in dat hij dat op een dag wél zou weten. En zolang hij het nog niet wist koos hij voor het leger. Hij wilde gewoon reizen en geld verdienen en een rugzak vond-ie niks.' Om research te doen voor de gelijknamige voorstelling verblijven Geert Lageveen en Leopold Witte in het voorjaar van 2008 twee weken in Kamp Holland. Ze houden een dagboek bij. Op 12 mei melden ze: 'We willen afscheid nemen van een aantal aardige mensen die we hier hebben ontmoet. Maar in het leger is het woord "afscheid" een beladen begrip. Afscheid neem je van een gesneuvelde. En er gaat hier niemand meer sneuvelen. Er hoeft dus geen afscheid genomen te worden. Afscheid nemen betekent emotie en daar doen militairen niet aan.' Een van de militairen vertelt dat hij vlak voor de missie is getrouwd. Als Geert en Leopold vragen of hij zijn vrouw mist, luidt het antwoord: 'Missen is een emotie ...' En ze constateren: 'Wij zijn mensen van het theater en verdienen ons geld met emotie.'

 

In zijn debuutroman "De gele vogels" schrijft Irak-veteraan Kevin C. Powers: 'Ik was de laatst overgebleven getuige van het onherroepelijke einde van haar zoon, het einde van zijn menselijkheid. Hij was alleen nog maar vertelstof nu, al kon ik die nauwelijks hanteren.' Is oorlog verpakt in literaire en theatrale vormen zo populair omdat het de vertelstof hanteerbaar maakt? De verbale confrontatie in "Leger" tussen de vader (Herman Gilis) van een gesneuvelde zoon en diens getraumatiseerde vriend en kameraad (Gijs Naber) mondt uit in een briljante non-verbale slotscène. Het onbetwiste emotionele hoogtepunt van de voorstelling: ik ben in tranen ... Maar buiten het theater, waar wordt gesneuveld bij het leven, blijven de ogen droog. Lageveen en Witte wijden in hun dagboek een interessante passage aan het verschil tussen acteurs en militairen: 'Wanneer een jongen zich aanmeldt voor het leger, levert hij naast zijn burgerkleding een deel van zijn persoonlijkheid in. Hij stapt in zijn uniform en scheert zijn schedel kaal. Hij leert lopen en praten als de groep. Hij leert te denken als de groep. Hij is de groep. Een acteur die van de toneelschool komt, wordt juist gedwongen zijn persoonlijkheid naar boven te halen. Hij moet ook opnieuw leren lopen en praten, maar de uitkomst is dat hij loopt en praat zoals niemand anders. Hij moet uniek zijn. "We willen jóu zien!" Hoe vaak hebben we het niet gehoord op school.'

 

Is dát wat oorlog in fictie zo aantrekkelijk maakt? De mogelijkheid om tegen een millitair te zeggen: "We willen jóu zien!"? De militair in "Leger" doet wat we van hem vragen. In plaats van de groep krijgen we hém te zien ... 'Ik kan niet meer meedraaien. Doordraaien daar begint het eerder op te lijken ...' De vraag blijft natuurlijk of het helpt. In de roman "Leven na Uruzgan" confronteert Uruzgan-veteraan Niels Roelen zijn burgerlezers met de manier waarop zij doorgaans tegen een militair aankijken: 'Niet erg onder de indruk, of soms zelfs geïrriteerd door of minachtend over de overdrevenheid van zijn pak. Mensen voor wie dodenherdenking twee minuten betekenisloos zwijgen betekende en Bevrijdingsdag alleen een vrije dag was, al was het maar één keer in de vijf jaar. Mensen die het leger geldverspilling vonden en hun vrijheid als vanzelfsprekend zagen, voor wie Normandië een vakantieplek met te weinig zon was.'

 

Toen Engelandvaarder en legerarts Alfred Johan 'Ted' van Meurs werd gevraagd wat vrijheid voor hem betekent, antwoordde hij: 'Alles.' Zullen wij voor we hem dat na kunnen zeggen ooit genoeg hebben aan oorlog als vertelstof op de planken en in romans? Of hebben we dan eerst een echte oorlog nodig? Vondel vergeleek de wereld met een schouwtoneel. We mochten willen dat hij gelijk had. Ik vrees dat het nog wel even zal duren voor oorlog voorgoed verbannen is naar musicals, toneelstukken en romans ...

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster op de HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl

Archief Column

2015
- april
- maart
- februari
- januari

2014
- december
- november
- oktober
- september
- zomer