HKU

HKU-Column maart 2015

Hebben de kunstvakopleidingen het begrip "creative professional" gekaapt?

V-woorden

'Universiteit verloochent haar opdracht' kopte de Volkskrant op 28 februari jongstleden boven een stuk dat Sander van Walsum schreef naar aanleiding van de studentenprotesten op de Universiteit van Amsterdam: 'Als successievelijk alle "kleine letteren" verdwijnen of verder worden gemarginaliseerd, verloochent de universiteit haar opdracht zoals die ooit werd verstaan: activiteiten faciliteren waarvan nut en noodzaak niet – of pas op lange termijn – zichtbaar zijn.' En ineens vroeg ik me af wat de opdracht van een hogeschool voor de kunsten is. Dat zijn we tenslotte, nietwaar? Op onze website staat: 'HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) onderscheidt zich met hoger onderwijs in de kunsten en de media en is een drijvende kracht in opleidingen en innovatie voor de creatieve industrie.' Over de creatieve industrie maakt Van Walsum ook een opmerking: 'Van de negen topsectoren waarin de overheid extra geld investeert, is er slechts een – creatieve industrie – met enige goede wil als "soft" aan te merken.' Het topsectorenbeleid stoelt volgens Van Walsum op het streven naar valorisatie: 'het onwelluidende toverwoord van de academische wereld: het proces dat kennis omzet naar commercieel haalbare producten, processen of diensten.'

 

Hoe verhoudt de creatieve industrie zich tot het begrip kunst? Is 't hetzelfde of niet? Ik vermoed het laatste. Dit vermoeden wordt gevoed door quotes die variëren van: 'We hadden niets met kunst' en 'Het moest vooral geen kunst heten wat we deden' tot 'We moeten wel een kunstacademie blijven. Dit houdt ook in ontregeld durven zijn.' Ooit hoorde ik een studente tegen een andere studente zeggen: 'Als ik zeg dat ik hier studeer krijg ik de opmerking: "O, dus jij wordt kunstenaar." Maar dat wil ik helemaal niet zijn.' Ik kan me niet geheel aan de indruk onttrekken dat "kunst" en "kunstenaar" enigszins besmette begrippen zijn geworden. Wat is er misgegaan? Is het eigenlijk wel misgegaan? De afgestudeerden van nu heten "creative professionals". Dat verkoopt blijkbaar beter. Maar is het vanzelfsprekend dat een creative professional werkzaam is in de creatieve industrie? Mag iemand die een professional is in een totaal andere discipline en die een creatieve oplossing vindt voor een probleem dat zich nog nooit eerder heeft voorgedaan niet ook als zodanig betiteld worden? Want hij is professional in zijn vakgebied en bovendien creative (lees: inventief). Hebben de kunstvakopleidingen het begrip "creative professional" gekaapt?

 

Een voordeel van de creatieve industrie is dat het, in tegenstelling tot de kunsten, een betrekkelijk veilig domein lijkt te zijn. J.J.A. Mooij analyseert in zijn essaybundel "Tekst en Lezer" verschillende soorten argumenten die critici gebruiken om literatuur – een vorm van kunst lijkt me – te beoordelen. Morele argumenten, op basis waarvan een criticus een werk als goed of minder goed beoordeelt al naar gelang het morele beginselen lijkt te belichamen die hij goed- of afkeurt, zullen in de creatieve industrie heel wat minder voorkomen dan in de kunsten of wellicht zelfs ontbreken. Het is toch opvallend dat er altijd kunstenaars worden bedreigd of – erger nog – getroffen door een aanslag, al dan niet met dodelijke afloop. Ik heb tenminste nog nooit iemand horen zeggen dat er een creative professional is vermoord.

 

In de creatieve industrie gaat het om de intentionele argumenten. Daarover schrijft Mooij: 'Werken worden hier beoordeeld al naar gelang een kunstenaar zijn bedoelingen lijkt te hebben gerealiseerd. Deze argumentatie is zeer omstreden: immers hoe kent men de bedoelingen nauwkeurig genoeg, en waren zij het wel waard adequaat gerealiseerd te worden?' De bezwaren van Mooij tegen dit type argumenten verdwijnen als sneeuw voor de zon zodra het om de creatieve industrie gaat. Daar zijn de bedoelingen van de ontwerper immers van tevoren bekend? De bedoelingen van de ontwerper komen in grote lijnen overeen met de bedoelingen van de opdrachtgever! Volgens laatstgenoemde waren zij het waard gerealiseerd te worden en bij de beoordeling van het resultaat zal het de opdrachtgever toch vooral gaan om het antwoord op de vraag of de ontwerper dit al dan niet adequaat heeft gedaan.

 

Officieel heten we HKU. Ik geef onmiddellijk toe dat het lekker bekt. Want "Hogeschool voor de Kunsten Utrecht" is inderdaad een hele mond vol. Maar hoe terecht is de verklaring van deze afkorting eigenlijk nog met het woord "kunsten" erin? Is de verleiding in het huidige tijdsgewricht niet groot om te lezen: "Het Kan Uit?" Het geeft in ieder geval een veilig, of misschien kan ik beter zeggen safe, gevoel. Worden "de kunsten" straks de "kleine letteren" van het kunstvakonderwijs? Ga ik de dag nog meemaken dat de begrippen "kunst" en "kunstenaar" een plaatsje krijgen in het vergeetwoordenboek omdat ze in het Nederlands in onbruik zijn geraakt? Of is deze veronderstelling onzin en zie ik het totaal verkeerd?

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster op de HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl

Archief Column

2015
- februari
- januari

2014
- december
- november
- oktober
- september
- zomer