HKU

HKU-Column oktober 2015

Je kunt je in alle ernst afvragen hoe je het begrip gelukszoekers moet definiëren.

Gluckauf

'Dan neem ik mijn wodkaatje en ga vroeg naar bed.' Via het witte doek maak ik tijdens de 35e editie van het NFF kennis met Anita van Oldenborgh, een filantroop op de eerbiedwaardige leeftijd van 94, in goeden doen. De volgende dag zal ze samen met een bevriend echtpaar afreizen naar Ethiopië om de hulpprojecten te bezoeken die ze financieel steunt. Nog nooit ben ik me er zo van bewust geweest als nu dat je jezelf en je omstandigheden van het moment meeneemt als je naar de film gaat. Vorige week heb ik mijn vader begraven. Kortom: de omstandigheden zijn uitzonderlijk. Anita van Oldenborgh pakt me dan ook meteen. Wat een wereldwijf in de beste betekenis van het woord! Op je vierennegentigste nog je jaarlijkse reis naar Ethiopië maken en op de vraag of het gaat nuchter reageren met: 'Ik vind het warm.' Ik betrap mezelf erop dat ik denk: zou ik ook vinden. Sterker nog: de warmte zou voor mij een reden zijn om überhaupt niet aan de reis te beginnen. 'M'n vader heb ik nooit gekend,' zegt ze. 'Die is overleden toen ik drie maanden was.' Ik heb bijna vijfenvijftig jaar van de mijne mogen genieten. Wat een enorm voorrecht!

 

'Toen Hitler opkwam in Oostenrijk zijn we naar Budapest gevlucht.' We krijgen te horen hoe Anita van Oldenborgh tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het Rode Kruis heeft gewerkt: 'Je wordt geholpen bij je hulp. Je wordt zo hard als een bikkel. Amputeren gebeurde soms zonder morfine. Eerst ben je nog flauwgevallen bij het zien van bloed en dan loop je met een been weg.' Zij is één van de hoofdpersonen die worden gevolgd in de documentaire "Forengie" van Eline Flipse. We zien ook twee heren uit Urk. Een van hen is bezig een groot melkveebedrijf op te zetten. Er moet natuurlijk veevoer worden geproduceerd: mais. Als westerling denk je in producten en of je ervan kunt leven. Dus horen we de Urker weldoener bij een Ethiopische boer informeren hoeveel er van één hectare afkomt: 'Genoeg.' En de Urker moet bekennen dat dat misschien wel het mooiste antwoord is.

 

Weten we nog wat dat is: genoeg? Ja, in de zin van "genoeg is genoeg" als we een teveel krijgen aan iets waar we geen zin in hebben. Arnon Grunberg – die het Gouden Kalf voor Beste Lange Documentaire mocht uitreiken – refereerde aan het thema van het NFF, "Grenzeloos Nederlands": 'Ik denk dat het thema betekent dat het overschrijden van grenzen, of het nu grenzen tussen landen zijn, of grenzen van mensen, een mensenrecht is. (...) Sommige van die grensoverschrijders worden tegenwoordig gelukszoekers genoemd. En er zouden er miljoenen, zelfs meer van zijn. Ik betwijfel dat. Geluk is een risico (...) Om te zoeken naar geluk, dat is een grootse onderneming, heb je een behoorlijke portie wanhoop nodig. De meeste mensen klampen zich toch vast aan het veelal door hen zelf gecreëerde ongeluk. Daarom denk ik dat juist wij, die ons vaak vastklampen aan het eigen ongeluk, alsof het een reddingssloep is, de kleine voorhoede van gelukszoekers zouden moeten verwelkomen.'

 

Je kunt je in alle ernst afvragen hoe je het begrip gelukszoekers moet definiëren. Zijn Anita van Oldenborgh en de twee Urker ondernemers in zekere zin ook geen gelukszoekers? Zoeken zij het geluk niet in het geven? Is het ook niet grenzeloos Nederlands om de grenzen van het eigen land te overschrijden en de wereld wel eens even te gaan "verbeteren" volgens onze normen en waarden? Anita van Oldenborgh stelt de hamvraag: 'Moeten we de mensen niet gewoon laten? Ze zijn gezond. Hebben mooie tanden. Genieten er op een bankje van dat de avond valt. Het relativeert zo je eigen leven.' Exact!

De mooiste kant van het NFF is voor mij dat je vanuit je bioscoopstoeltje overal op de wereld komt en kennismaakt met allerlei verschillende mensen en levensvisies. Een betere cursus relativeren bestaat er niet.

 

Gluckauf, de titel van de beste film, die mede werd geproduceerd door een oud-HKU'er (Piet-Harm, gefeliciteerd!), is niet alleen de groet van mijnwerkers voor een behouden terugkeer aan het oppervlak. Het verwijst oorspronkelijk ook naar de wens: 'veel geluk met het vinden van een mooie zilver- of goudader in de berg'. Op echt zilver en goud zit ik bepaald niet te wachten als ik een bankier in een documentaire hoor beweren: 'Het is een goochelaarstruc: een risico laten verdwijnen'. Goud is dat de producenten van "Gluckauf" films maken omdat ze mooie films willen maken, niet om het produceren. Mijn vader zal niet aan het oppervlak terugkeren. Maar de verhalen kunnen we blijven vertellen. Wellicht is hij nu een van de vele "Hemelbestormers". In de gelijknamige documentaire waarin Geertjan Lassche een aantal bergbeklimmers volgt die de Cho Oyu beklimmen, zegt één van hen: 'Bergbeklimmen is iets waar de dood meeklimt.' Ik prijs me gelukkig dat mijn vader en ik bijna vijfenvijftig jaar in ónze beste film hebben gespeeld. En wat betreft de terugkeer naar een niet-aards oppervlak past hier maar één wens: Gluckauf!

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster op de HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl

Archief Column 2015

2015
- september
- zomer
- juni
- mei
- april
- maart
- februari
- januari