HKU

HKU-Column november 2014

Wanneer wisselen economie en kunst van plaats...

Bestelling

Op zichzelf is het een onschuldig woord dat doorgaans geen grote schok teweegbrengt: nabestelling. En toch ben ik nog niet bijgekomen van de achteloze mededeling die ik in september hoorde op het NFF: 'Dit is een nabestelling.' Hij komt uit de mond van Simon Evert Jongejan, een bebrilde, keurig in het pak gestoken kalende man van middelbare leeftijd. Los van de context geeft dit zinnetje geen enkele aanleiding om je er überhaupt over op te winden. Laat ik de heer Jongejan eens wat langer het woord geven: 'Twaalf voor een vleesfabriek. Die heb ik er vorige week ook vierentwintig geleverd. Dit is een nabestelling.' Wat doet de heer Jongejan, wat heeft hij geleverd en waar bestaat de nabestelling uit? Handelt hij misschien in koeien, varkens of schapen? Nee, want hij zegt ook te leveren aan een steen- en een betonfabriek. De heer Jongejan levert mensen op bestelling. O, een mensenhandelaar? Nee, een ambtenaar van Buitenlandse Zaken. Tijd: de jaren zestig van de vorige eeuw. Plaats van handeling: Marokko. Simon Evert Jongejan selecteert gastarbeiders ... Een nabestelling. Moet kunnen ...

 

Die twee laatste woorden koos Herman Pleij als titel voor het boek waarin hij op zoek gaat naar een Nederlandse identiteit. Hij schrijft hoe oud-ambassadeur William Temple zich er in 1673 over verbaasde 'hoezeer het in andere landen gebruikelijke geweld rond godsdienst hier ontbrak of op zijn minst getemperd was. Hier heerste een algemene zucht naar vrijheid voor iedereen, die gedogen of zelfs een cultuur van leven en laten leven ingaf.' En Pleij constateert dat de Republiek (1588-1795) zich 'zonder de sociale smeermiddelen van gedogen en tolereren nooit had kunnen handhaven, laat staan zich ontwikkelen tot een der welvarendste naties ter wereld.' In de documentaire "Land van Aankomst" van René Roelofs en Paul Scheffer, die aan de hand van archiefbeelden de geschiedenis schetst van de immigratie in Europa gedurende de afgelopen zestig jaar, vraagt een verslaggever in een actualiteitenrubriek aan een potentiële gastarbeider: 'Waarom wilt u weg uit Tunesië?' 'Werken,' luidt de korte reactie die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. Maar dat is blijkbaar niet genoeg. 'Heeft u daar diepere gedachten over?' Wat een vraag! De goede man heeft vast diepere gedachten, maar niet in een taal die hij nog niet spreekt. Hoe zit het eigenlijk met onze diepere gedachten bij economisch gewin?

 

'De wereld wordt geregeerd door grote financiële economische belangen en nationalisme. Zo lelijk zit de wereld in elkaar,' zei oud-minister Joris Voorhoeve op 30 juli jongstleden in het debatprogramma Hollandse Zaken. De gastarbeiders – zoals immigranten aanvankelijk vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw werden genoemd – werden, zo stelt Pleij, binnengehaald vanuit de pragmatiek van het eigen voordeel: 'zij met een gevulde beurs naar het land van herkomst, terwijl de Nederlandse economie in het kielzog van de naoorlogse wederopbouw een substantiële expansie had beleefd.' Of zoals de voice-over in "Land van Aankomst" meldt: 'Daar staan jullie dan op de drempel van onze welvarende samenleving. Om die welvaart te behouden halen we jullie hierheen.' Moet kunnen ...

 

In gouden tijden kan er veel. Pleij laat ons kennismaken met de inhoud van het dagboek van Giuseppe Pignata. 'De weelde (in de Republiek) berustte op die ver doorgevoerde diversificatie, inherent aan een nederzettingengeschiedenis waarbij nooit één fractie de beslissende overhand kreeg. Hoe sterk deze tolerantie met de handel verbonden werd en bleef, volgde ook uit het dagboek van Giuseppe Pignata. Die maakte in zijn notities meteen duidelijk dat deze pragmatiek ook allerlei voordelen bood aan mensen die verder geen economische belangen hadden. Pignata was namelijk kunstenaar, in 1694 voor de inquisitie gevlucht naar Amsterdam. Hij toonde zich dankbaar voor het gevonden asiel, roemde de volstrekte vrijheid van denken die hij had aangetroffen, maar deelde daarbij wel mee dat hij geen enkele affiniteit met koopmanschap had – en werkelijk alles was hier handel, constateerde hij. Daar associeerde hij die tolerantie mee, om er vervolgens met graagte van te profiteren.'

 

Wat kan er nog in koude tijden? Kunstenaar zonder koopmanschap? Vergeet het maar! We hebben zelfs een opleiding Kunst en Economie. Maar hoelang zou dat zo mogen blijven? Wanneer wisselen economie en kunst van plaats in een tijd waarin de toerist met open armen wordt ontvangen en de bootvluchteling wordt teruggestuurd terwijl deze, zo stelt Marli Huijer op 2 augustus 2013 in Trouw, 'meer heeft betaald voor zijn oversteek dan de toerist voor zijn ticket'? Gastarbeiders die met een kapot lijf arbeidsongeschikt terugkeren naar het land van herkomst moeten vrezen voor hun wao-uitkering. Mensen nabestellen klinkt verschrikkelijk. Mensen afbestellen klinkt onverdraaglijk ...

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster op de HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl

Archief Column

2014
- zomer
- september
- oktober