HKU

HKU-Column juni 2019

Projectontwikkelaars

'Projectontwikkelaars in ontroerend goed'

Projectontwikkelaars

‘Schrijven en uitgeven zijn veranderd van een kunst in een industrie,’ lees ik in Volkskrant Magazine van 22 juni jongstleden. Waarschijnlijk heeft ze geen flauw idee van het bestaan van een instituut als HKU. Toch doen deze woorden van schrijfster Fay Weldon me onmiddellijk denken aan onze website: ‘HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) onderscheidt zich met hoger onderwijs in de kunsten en de media en is een drijvende kracht in opleidingen en innovatie voor de creatieve industrie.’ Hoe zit het eigenlijk met die verhouding tussen de kunsten en de creatieve industrie? Vallen de opleidingen die HKU tot een drijvende kracht maken voor de creatieve industrie samen met het hoger onderwijs in de kunsten of zijn dit twee totaal verschillende dingen? Stel dat kunst en industrie hetzelfde zijn, welke van deze twee omschrijvingen wordt dan “woordvoerder”? Bij Weldon wint de industrie. Het vervolg van haar citaat luidt: ‘Om als schrijver te overleven moet je dus iets maken dat mensen wíllen lezen, en daarom is het belangrijk dat je iets nieuws te zeggen hebt. Zo nieuw dat het er eerder nog niet was.’


Zou wat volgens Weldon geldt voor schrijven en uitgeven inmiddels ook opgaan voor alle andere vormen van kunst? En zo ja, geldt de rest dan ook? De verplichting iets te maken dat zo nieuw is dat het er eerder nog niet was? Ik waag het te betwijfelen. Zodra het om beeldende kunst gaat is het grote publiek doorgaans nogal eenkennig. ‘Doe maar Rembrandt of iets wat erop lijkt, want dat kennen we …’ Dat is echter niet de bedoeling als je afstudeert aan een kunstacademie. Dan word je inderdaad geacht iets te maken dat zo nieuw is dat … Ja, wat eigenlijk? Annï Mertens heeft met haar terecht als spannend betitelde keramische objecten perfect aan de opdracht voldaan. Haar ‘tuinslangachtige’ sculpturen die zacht, flexibel en kneedbaar lijken, maar hard en breekbaar zijn, waren er nog niet eerder. Ik vind ze fascinerend en in mijn hoofd begint Herman van Veen zachtjes te zingen: ‘Ik heb dat tedere gevoel voor elke vrouw, voor elke man, die in volkomen weerloosheid aan zo’n project beginnen kan …’


Projectontwikkelaars van het type Annï ontroeren
me in hoge mate. Ze zetten iets in werking dat Rutger Kopland “het mechaniek van de ontroering” noemde. En ik denk: wat nu? Je hebt vier jaar naar hartenlust mogen experimenteren. Maar buiten wacht een wereld vol projectontwikkelaars van het type dat ik hartgrondig haat. Ze doen aan het soort projectontwikkeling dat door Van Dale wordt omschreven als “exploitatie van bouwgrond en bouwprojecten op grote schaal”. En ze beginnen überhaupt niet aan sociale woningbouw als de huur niet minimaal duizend euro bedraagt. Op 11 mei jongstleden meldt Trouw dat het uurloon van zzp’ers in de kunst extreem laag is. Volgens onderzoeksbureau Lahaut dreigt er een nieuwe categorie “werkende armen” te ontstaan. Van mijn tedere gevoel bij de aanblik van jouw kunstwerken kun jij niet eten, Annï. Niet iedereen wordt een Jeff Koons wiens konijn in mei werd afgehamerd voor maar liefst 81,3 miljoen euro. En een tuinslangachtig equivalent van Dick Bruna’s Nijntje met de bijbehorende wereldfaam en merchandising zie ik ook nog niet een-twee-drie voor me.

Zou Annï de brief van Rainer Maria Rilke hebben gelezen die hij op 17 februari 1903 aan Franz Xaver Kappus schreef als reactie op de gedichten die laatstgenoemde hem ter beoordeling had toegestuurd? Rilke schrijft: ‘Onderzoek de reden die u dwingt te schrijven; ga na of die reden tot in het diepst van uw hart zijn wortels uitstrekt, beken uzelf of het uw dood zou zijn als u niet meer zou mogen schrijven. En vooral dit: vraag zelf in het stilste uur van uw nacht af: móet ik schrijven? Wroet in uzelf naar een ernstig antwoord. En zo dit bevestigend luidt, zo u die serieuze vraag kunt beantwoorden met een krachtig en eenvoudig ‘ik moet’, stem dan uw leven af op die noodzaak; uw leven, zelfs het onbeduidendste en geringste ogenblik ervan, moet in het teken staan van deze aandrift en ervan getuigen (…) Voel uzelf aan de tand en onderzoek de diepten waaraan uw leven ontspringt; bij de bron van uw leven zult u het antwoord vinden of u een scheppend mens moet zijn. Aanvaard dit antwoord, hoe het ook luidt, zonder u in verklaringen te verliezen. Misschien blijkt dat u wel voorbestemd bent om kunstenaar te zijn. Neem dit lot dan op u en draag het, zowel de last als de grootheid ervan, zonder u ooit te bekommeren om het loon dat u van buitenaf ten deel zou kunnen vallen.’


Het moge duidelijk zijn: scheppen omdat het moet, vergt moed. Laten we massaal het tedere gevoel blijven koesteren voor de projectontwikkelaars die worden opgeleid aan kunstacademies. Moge, anders dan bij Weldon, de kunst de “woordvoerder” worden van de creatieve industrie en mogen de projectontwikkelaars van ontroerend goed het uiteindelijk winnen van hun collega’s van onroerend goed.


Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl