HKU

HKU-Column maart 2019

Kan het niet zo zijn dat de technologie naast alle mogelijkheden die zij biedt ook bewerkstelligt dat steeds meer mensen zich steeds eerder een wegwerpzakdoekje gaan voelen?

Wegwerpzakdoekjes

'Hoelang denk je dat het duurt voor we genoeg hebben gespaard om die vierde muur te slopen en een viermuren-tv te installeren? Het kost maar tweeduizend dollar. (...) Als we een vierde muur hadden, nou dan zou het net zijn alsof deze muur helemaal niet de onze was, maar de kamers van allerlei wonderlijke mensen.' Het valt niet te ontkennen, beeldschermen en schermpjes zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Het worldwideweb viert deze maand zijn dertigste verjaardag. In de toekomst die Ray Bradbury voor zich zag in "Fahrenheit 451", achtte hij een viermuren-tv nog het hoogst haalbare ideaal. Van computers zoals wij die nu kennen was nog überhaupt geen sprake. Toch zit hij er met zijn voorspelling volgens de New York Times niet heel ver naast: 'Het is alarmerend om te zien hoezeer onze wereld begint te lijken op de wereld die Bradbury al in 1953 op papier zette.' Lebowski Publishers heeft dit citaat afgedrukt op de achterflap van de heruitgave uit 2017. Inderdaad, schermen zijn in, papier is uit. Het personage Faber, hoogleraar Engels, verklaart: 'Ik herinner me hoe kranten stierven als reuzenmotten. Niemand wílde ze terug. Niemand miste ze.' Met die laatste drie woorden heeft Bradbury ongelijk.

 

Er is in ieder geval één iemand die ze mist, de kranten in hun oorspronkelijke vorm. 'Kranten en tijdschriften lezen waarbij je telkenmale voor meer informatie wordt verwezen naar de computer. Dit kan ik niet meer behappen. Als oudere word je opzij geschoven. Je doet niet meer mee, je kunt niet meer mee.' De auteur van deze woorden is 82. Ze ziet er twintig jaar jonger en buitengewoon goed geconserveerd uit. Maar uiterlijk is niet alles, al kun je daar tegenwoordig ook je vraagtekens bij zetten, gelet op de invloed van de hordes influencers met een eigen YouTubekanaal. De tekst waaruit het voorgaande citaat komt, begint als volgt: 'Dit is mijn oprechte mening. Ik vind mijn leven voltooid, daar ik niet meer mee kan doen met die opgedrongen digitale (on)mogelijkheden op velerlei gebied. Ik was gewend aan Windows 7 en stapte over naar Windows 10 om bij te kunnen blijven. Onmogelijk voor mij, daar nieuwe programma's steeds weer worden omgezet naar nog nieuwere.' De titel luidt: 'Onzichtbaar en uitzichtloos lijden'. Haar lijden is voor de buitenwereld onzichtbaar. Beter gaat het niet worden. De doodsangst die Youp van 't Hek zich graag zou laten afnemen door Meneer Alzheimer, heeft ze niet.

 

De goede dood die Meneer Thanatos haar kan bieden is vele malen aantrekkelijker dan het slechte leven dat Meneer Alzheimer in petto heeft. Wat Hugo Claus mag, mag zij ook: afscheid nemen van de taal voor de taal afscheid neemt van haar. We zien en spreken elkaar sporadisch maar delen onze liefde voor de taal. Ze belt me om afscheid te nemen en halverwege het gesprek leest ze haar verklaring voor. 'Mag ik daar een kopietje van?' vraag ik. Want beter dan zij kan ik het niet zeggen. En ik vraag me in alle ernst een paar dingen af. Een slordige vijfenzestig jaar geleden constateerde Bradbury: 'Dit is tenslotte het tijdperk van de wegwerpzakdoekjes. Snuit je neus in een mens, maak er een propje van, spoel door, reik naar een ander, propje, doorspoelen.' Inmiddels leven we in de eenentwintigste eeuw en het loflied op de technologie wordt ook door ons veel, vaak en vooral vrolijk en optimistisch gezongen. Maar heeft Tomas Halik geen punt als hij Heidegger citeert? 'Technologie heeft wel afstanden overwonnen maar geen nabijheid gecreëerd.' Kan het niet zo zijn dat de technologie naast alle mogelijkheden die zij biedt ook bewerkstelligt dat steeds meer mensen zich steeds eerder een wegwerpzakdoekje gaan voelen?

 

Onlangs deelde de Franse multi-instrumentalist Yann Tiersen in de Volkskrant zijn voorkeuren met ons. Zijn favoriete documentaire gaat over een stam in de bergen van Colombia die de overtuiging heeft dat we al meer kennis zijn kwijtgeraakt dan we ooit in de toekomst met behulp van technologie zullen verzamelen. Wat zijn we allemaal kwijtgeraakt? In het Amerika van Bradbury zijn de veranda's verdwenen: 'Mijn oom zei dat er vroeger veranda's waren. En 's nachts zaten de mensen daar soms, te praten wanneer ze wilden praten, te schommelen, en niet te praten wanneer ze niet wilden praten. Soms zaten ze daar gewoon over dingen na te denken, dingen af te wegen.' Maar dat was het verkéérde sociale leven. Dus de veranda's verdwenen. Fictie? Allerminst. Iris Hannema beschrijft in Trouw van 2 maart jongstleden hoe er in de metro een jongen tegenover haar neerploft terwijl hij daarbij niet van zijn telefoon opkijkt. 'Als we bijna bij het eindstation in Amsterdam-Noord aankomen, heeft hij nog niet één keer om zich heen gekeken. (...) Elkaar aankijken vergt enige moed: het kan leiden tot contact, wat kan leiden tot praten, wat kan leiden tot voelen, wat kan leiden tot verrassingen en zelfs tot verandering.' Zal ons onvermogen om nabijheid te creëren straks leiden tot een berg verfrommelde wegwerpzakdoekjes of zullen we ons toch nog zonder de tussenkomst van schermen over elkaar kunnen ontfermen?

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl