HKU

HKU-Column februari 2019

Beleidsmakers propageren het "meedoen in de participatiemaatschappij" met verve. Maar als woorden niet leiden tot daden blijft het een ideaal zonder inhoud.

Staan

Zolang het om gebouwen gaat lukt het meestal wel. Vragen of het allemaal een beetje toegankelijk is. Woning- en arbeidsmarkt komen wellicht ook nog in aanmerking, maar dan houdt het zo ongeveer op. Heb je bijvoorbeeld ooit aan iemand gevraagd hoe toegankelijk hij het bestaan vindt? Of heb je die vraag zelf ooit gekregen? Waarschijnlijk niet. Toch zouden we dat eens aan elkaar moeten vragen. De politici en andere dames en heren die op allerlei fronten de scepter zwaaien zouden zich waarschijnlijk verbazen over de antwoorden. Ik vermoed dat het bestaan in de praktijk stukken minder toegankelijk blijkt dan zij denken. Beleidsmakers propageren het "meedoen in de participatiemaatschappij" met verve. Maar als woorden niet leiden tot daden blijft het een ideaal zonder inhoud. We staan nogal eens in het bestaan. We staan ergens bij stil of juist niet, we staan achter iets of iemand, we staan pal en we staan op ...


'In het nieuwe leven van Paul White kon een alledaags begrip als opstaan ineens een bedenkelijke bijklank krijgen. In zijn eigen taal was het niet minder spottend: getting up in the morning. Rise and shine. (...) De ochtend, meer dan ieder ander dagdeel, benadrukte dat hij afhankelijk was. Paul was blij dat er mensen waren als Lieke die nauwgezet hun werk deden. Maar hij moest nog steeds wennen aan het idee dat hij het werk was.' Wie de indrukwekkende vierdelige VPRO-serie "Stuk" heeft gezien herkent de bovenstaande regels uit de eerste aflevering. Kijk alsnog als je het niet gezien hebt. Geen twijfel mogelijk: staan is synoniem met onafhankelijkheid. En sinds de toenemende populariteit van het fenomeen "statafel" mag je van geluk spreken dat men je ziet staan als je d'r bij zit: men moet voor je bukken, hurken of door de knieën. Niet bepaald een ideale houding voor een fijn gesprek. Je mag dus blij zijn met de getoonde welwillendheid en wilt het ongemak vooral niet te lang laten duren. Wie zit wordt tussen de statafels per definitie een "verplicht nummer" in plaats van een gesprekspartner. Maar dan is er ineens dat ontwerp waarvan je je afvraagt waarom er nog nooit iemand op dat lumineuze idee is gekomen: de rolstoelbank. Een aan een van de wielen bevestigde "harmonica" die je uitnodigend kunt uittrekken met de mededeling: 'Kom er gezellig bij zitten!' (Mocht het bankje worden geproduceerd, dan ben ik een potentiële afnemer!) Deze vinding van vijf afgestudeerde ontwerpers van HKU Design die de sociale onderneming Ongeremd zijn gestart, is geweldig. Maar met die participatie zijn we er natuurlijk nog niet.


'De maatschappij probeert mensen met een beperking een goeie werkplek te geven. Er worden binnen bedrijven ook heel veel banen gecreëerd. (...) Het kan zijn dat iemand heel erg blij is als hij op de chocoladefabriek in Amsterdam op een mooie manier bonbons kan inpakken.' Ik ga bijna gillen bij het zien van deze scène. Hij komt uit de documentaire "80% Ongeschikt" van filmmaker Mari Sanders die, toen de film in september 2016 in première ging, constateerde: 'Voorlopig ben ik op het Nederlands Film Festival de enige filmmaker in een rolstoel. Ik kan me niet voorstellen dat anderen niet van een baan als deze dromen.' De ambtenaar van het UWV heeft duidelijk geen idee wie hij voor zich heeft. Hij moet Sanders' "arbeidsvermogen" (het woord alleen al!) bepalen, zodat diens Wajong-uitkering kan worden stopgezet of verlaagd. De goede man is hard bezig zijn eigen versie te creëren van Roald Dahls "Sjakie en de chocoladefabriek". Een regelrechte belediging! In Sanders' eindexamenfilm uit 2012, "Rue des Invalides", test een rolstoelgebruiker de toegankelijkheid van Parijs. De scène in het café is onvergetelijk! Een bar is eigenlijk één grote lange statafel. Zie maar eens een biertje te bemachtigen als je überhaupt niet met je hoofd boven de bar uitkomt ... Participeren betekent ook dat je serieus genomen wordt, met nadruk op serieus. (In deze tijden van "#MeToo" kun je niet zorgvuldig genoeg zijn.) Voor Sanders betekent dit: op het arbeidsbureau terechtkomen in de bak "gehandicapte zoekt werk" en nadrukkelijk niet in de bak "werk voor gehandicapten".

In de zomer van 1970 verscheen het boek "Mijn leven een uitdaging" van Hans Bergman, een van de eerste bewoners van Het Dorp te Arnhem, de leef- en woongemeenschap van lichamelijk gehandicapten, die aanleiding was voor de eerste grote nationale tv-actie. Bergman wil ook participeren en voor hem is dat synoniem met werken. Op pagina 114 schrijft hij wat de maatschappelijk werkster had gezegd: 'U moet maar creatief bezig zijn. (...) In het jaar 2000 werkt toch niemand meer.' Een bevriende arts constateert dat iedereen het te druk heeft met het treffen van voorzieningen voor "het object van onze zorg" om ook nog stil te staan bij de mens. Hoe zit dat eigenlijk bij ons? Zijn wij vooral druk met het bedenken van creatieve oplossingen voor mensen met een beperking om zo onze maatschappelijke betrokkenheid te illustreren of zijn we óók actief op zoek naar creatieve professionals in spe onder gehandicapten?

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl