HKU

HKU-Column december 2018

"Weten we het potentiële talent voor wie de kunsten letterlijk "een ander land" zijn überhaupt te bereiken?"

Dromen

We blijven het maar doen, ook al is het tegen beter weten in: dromen in december. En daarbij denken we groot. "Vrede op aarde" klinkt nogal ambitieus. We blijven het maar zingen om elk jaar opnieuw te constateren: 'Sorry, weer niet gelukt. volgend jaar beter.' Want gelukkig hebben we op de drempel van een nieuw kalenderjaar altijd weer de traditionele goede voornemens. Durven dromen is niet het exclusieve voorrecht van individuen. Een instituut als het onze heeft ook zo zijn dromen. We zetten ze keurig op papier en noemen het veilig "instellingsplan" of "voorgenomen beleid". Aan dromen wagen we ons niet, want het cliché wil nu eenmaal dat die bedrog zijn. En toch ga ik het hier nu even heel dwars niet over beleid hebben maar over een van onze dromen waar de beleidsmakers – als je het mij vraagt – al jaren van wakker liggen: diversiteit.


Konden we op zaterdag maar naar de F'jes gaan kijken en de (doelpunten)makers van morgen voor onze ogen hun talent zien showen. Helaas! Voetbal mag dan (soms) een kunst zijn, kunst is geen voetbal. De van de Nederlandse Antillen afkomstige alumna Writing for Performance, Radna Fabias, die dit jaar de C.Buddingh'-prijs ontving voor haar bundel "Habitus", verwoordt in het gedicht "schat" precies waar de schoen wringt: 'de waarzegster vraagt mij wat mij bij haar brengt ik zeg / de winter heimwee fictieve uitzichtloosheid en het onvermogen om mijn culturele / achtergrond uit mijn identiteit te amputeren.' In deze termen heb ik er nog nooit over nagedacht. Is dát inderdaad wat wij vragen van degenen die onze droom van diversiteit moeten waarmaken: het amputeren van hun culturele achtergrond uit hun identiteit? Babah Tarawally, die drieëntwintig jaar geleden vanuit Sierra Leone naar Nederland vluchtte, schrijft in "Gevangen in zwart-witdenken": 'Met mijn vlucht naar Nederland kwamen er opnieuw eerste keren. De eerste keer dat ik besefte dat ik zwart ben, dat ik voelde dat ik niet welkom was, de kou in mijn botten tijdens de eerste winter met sneeuw (...) En ook de eerste keer dat alles normaal werd. Toen Nederland mij als het ware had geaccepteerd en normaal tegen me deed, besefte ik dat ik toegang had tot privileges die alleen bedoeld waren voor zwarte mensen die zelf normaal deden. De Nederlandse maatschappij had mij gemaakt tot een van hen. Ik lachte er zelfs om als iemand mij discrimineerde of racistische grapjes maakte, alles met het idee: ach ze weten niet beter en humor helpt tegen het ergste kwaad.

Als we zo graag dromen
over diversiteit, moeten we dan niet eerst een serieuze poging doen om ons bewust te worden van ons eigen "normaal"? Hoeveel culturele achtergrond moet iemand amputeren om door te kunnen gaan voor normaal en een van ons te mogen worden? Hoe vaak zeggen we de dichter Hans Andreus nou echt na: 'Je bent zo mooi anders, ik zou je nooit anders dan anders willen'? Ons normaal is nogal wit vrees ik en ik gok dat voor de meeste studenten die we toelaten de kunsten niet "een ander land" zijn. Ze hebben er in meer of mindere mate al wel iets van meegekregen. We kunnen ons dus afvragen hoeveel diversiteit die droom van ons eigenlijk verdraagt. Diversiteit is niet alleen een kwestie van huidskleur. Weten we het potentiële talent voor wie de kunsten letterlijk "een ander land" zijn überhaupt te bereiken? En zo ja, nemen we het risico hem of haar toe te laten? Want naar een ander land reizen heeft onherroepelijk gevolgen, zo weet Tarawally uit eigen ervaring: 'Wanneer je naar een ander land reist, kom je eerst jezelf tegen voor je een ander ontmoet. Alles wat je ziet en voelt is nieuw en kleurt je belevingswereld. Het maakt je enorm bewust van jezelf; hoe je eruitziet, wat je doet en hoe anderen naar je kijken.' Als we diversiteit tot een succes willen maken, zullen wij ons bewust moeten worden van onszelf, hoe we eruitzien, wat we doen en hoe anderen naar ons kijken. Kortom: wíj moeten zelf op reis! De maatschappij in. Wij moeten naar dat andere land waar de kunsten geen vanzelfsprekendheid zijn.

Want al zouden we het willen
, omdat we onszelf zo ruimdenkend, kunstzinnig en creatief vinden, ook wij ontkomen niet aan onze vooroordelen. Tim Bary, die afstudeerde met de documentaire "Wognum" waarvoor hij de Student Talent Award ontving, laat ons dit letterlijk ervaren als hij ons deelgenoot maakt van de droom van gabber Matthijs: optreden in het Concertgebouw als klassiek concertpianist. Hoe "normaal" is dat eigenlijk? De Turkse schrijver Halil Gür drukt ons in "De hemel bleek grauw" met de neus op de feiten: 'Vooroordelen vormen een probleem in iedere samenleving. Zij nemen elke nieuwsgierigheid weg. Ze sussen het geweten in slaap.' Hoe wakker zijn wij? In de kunsten willen we graag dat studenten zichzelf laten zien en kleur bekennen. Maar als we willen dat die diversiteit geen droom blijft, zullen  we als instituut nog iets anders moeten doen. Aan kleur bekennen en erkennen gaat een stap vooraf: kleur – en niet alleen huidskleur – verkennen.

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl