HKU

HKU-Column januari 2018

Hoe gaan we de leegte die 2018 heet vullen? Als optimist of als pessimist?

Blootje

'De meeste studenten die aan hun studie begonnen hadden een hekel aan elke vorm van autoriteit en wantrouwden die ook. Je kon niemand vertrouwen die een machtspositie binnen het politieke veld bekleedde.' Uit welk onderzoek komt deze vrij fors geformuleerde conclusie en over welke studenten gaat dit precies? Het zijn roerige tijden en het vertrouwen in politici is wel eens groter geweest. Zou het over studenten anno nu kunnen gaan? Om je even met die gedachte te laten spelen, heb ik uit het bovenstaande citaat bewust even vier woorden weggelaten die cruciale informatie bevatten. De bron ervan is geen onderzoek maar een in 2004 verschenen boek van Mark Kurlansky met de titel "1968 het jaar dat alles anders werd". De conclusie heeft betrekking op de meeste studenten die 'halverwege de jaren zestig' aan hun studie begonnen. Het is een halve eeuw geleden dat de wereld begon aan een nieuw jaar waarin alles anders werd. Zal 2018 straks ook een jaar blijken waarin alles anders werd?

 

Kun je reclame maken voor een jaar? En stel dat het kan, hoe moet je dat dan doen? Want je weet niet precies waarvoor je reclame maakt. Sterker nog, je hebt geen idee! Voor je ligt een leegte die, naarmate de tijd verstrijkt, steeds verder gevuld wordt met wat je meemaakt. Aan de fascinerende film "Ascent" van Fiona Tan over Mount Fuji heb ik onder andere de wetenschap overgehouden dat "leegte" in het Japans geen negatieve connotatie heeft omdat zij gevuld kan worden. Hoe gaan we de leegte die 2018 heet vullen? Als optimist of als pessimist? De filosoof Avishai Margalit betoogt dat optimisme en pessimisme zijn gebaseerd op hetzelfde misverstand, namelijk dat je patronen uit het nu kunt overplanten naar de toekomst. Wat voor reclamecampagne zouden de pas afgestudeerde HKU'ers Rosalie Boom en Luka Cappetti bedenken voor dit kersverse jaar? Ze hebben net een social-mediacampagne achter de rug voor het jongste boek van aartsoptimist Charles Groenhuijsen, "Optimisten hebben de hele wereld". Want deze optimistische boodschap moet volgens Groenhuijsen bij jonge lezers onder de aandacht worden gebracht: 'Ik ben ervan overtuigd dat jong talent de toekomst heeft.'

 

Nu heeft de jeugd per definitie de toekomst, omdat jonge mensen – als alles normaal verloopt – nog een heel leven voor zich hebben. De vraag is hoe die toekomst eruitziet. Op een van de digitale banners die Boom en Cappetti bedachten bij het boek van Groenhuijsen staat: 'Wen er maar aan. We lopen allemaal in ons digitale blootje.' Als ik nu beken dat ik daar helemaal niet aan wil wennen, verraad ik natuurlijk meteen mijn leeftijd. Kurlansky schrijft: '1968 was een tijd van shockerend modernisme en het is nu eenmaal altijd zo dat modernisme jongeren fascineert en ouderen ontzet.' Ontzet is een groot woord, maar zonder meer kritiekloos meegaan in het grenzeloze optimisme van Groenhuijsen gaat me te ver. 'Een of twee decennia – dat is de tijdshorizon van de digitalisering,' meldt historicus Philipp Blom in "Wat op het spel staat". En: 'Bij de smartphone (die processnelheden en functies waarvan nog maar enkele jaren geleden alleen regeringen, ruimtevaartprogramma's en het leger gebruik konden maken, naar de broekzak van gewone burgers heeft gebracht) is de snelheid van de vooruitgang veel groter dan het voorstellingsvermogen van de mensen wier leven erdoor wordt bepaald.' Het beroemde citaat uit "De Avonden" van Gerard Reve: 'Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven', is actueler dan ooit. Je wordt hoe dan ook opgemerkt. Nu de markt van de smartphones verzadigd lijkt, storten de tech-ondernemingen zich op de smart cities. Ook daar lopen we straks dus digitaal in ons blootje.

 

'Merken, brands, worden een symbool van de soort mens die men zich voelt, zoals men wil worden waargenomen, een symbool voor het aspect van de commerciële transcendentie waar men deel van wil zijn. Het levensgevoel van consumenten komt als brand identity tot uitdrukking,' constateert Blom. Hij heeft gelijk. Maar de belangrijkste constatering doet hij wat mij betreft daarna tussen haakjes: '(De ironie ervan is dat slechts weinig mensen geïnteresseerd zijn in etymologie en metaforen. Want vee wordt niet gebrandmerkt om individuele identiteit en status uit te drukken, maar om kenbaar te maken wie de eigenaar van het vee is. In het dierenrijk zijn niet veel runderen trots op hun brand. Vrij zijn ze, als ze nog niet geschroeid zijn door een gloeiend ijzer.)' Moeten we ons met de toenemende invloed van de tech-giganten eens niet gaan afvragen van wie we zijn? Is de toekomst van de tech-giganten of van de jeugd?

 

'De meeste studenten die aan hun studie begonnen hadden een hekel aan elke vorm van autoriteit en wantrouwden die ook. Je kon niemand vertrouwen die een machtspositie binnen het commerciële technologische veld bekleedde.' Zullen we vijftig jaar na nu deze woorden vinden in een boek over 2018?

Lambertha Souman is redactioneel medewerkster bij HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).

lambertha.souman@hku.nl