HKU

Een eindexamen van de bacheloropleiding klassieke muziek kent een vaste vorm: een recital van 50 minuten waarin sonates, concerten en solostukken gespeeld dienen te worden.

Deborah wijkt van deze vorm af, haar examen verloopt niet ‘volgens het boekje’ zoals ze zelf zegt. In april heeft het eerste deel plaatsgevonden toen ze met een groot symfonieorkest het eerste saxofoonconcert van HKU docent én componist Henry Kelder mocht soleren. Het stuk werd in 2012 gecomponeerd voor Deborah’s docent. Extra speciaal dus.
 

‘Het stuk vraagt het uiterste van het vakmanschap van de solist.’ Zowel de allerlaagste als allerhoogste noot op de saxofoon worden geraakt. En in de ultrasnelle passages functioneert de saxofonist als het ware als een pianist: 2 minuten lang gebroken akkoorden spelen zonder te ademen. Nou ja…zonder te ademen…Deborah gebruikt dan de techniek Circular Breathing (in- en uitademen tegelijk). Zelf noemt Deborah het spelen van het half-uur-durende saxofoonconcert van Henry Kelder ‘een veldslag en feest tegelijk’. Wat extra het bijzonder maaakt, is dat Deborah met de componist zelf kon werken, en dat gebeurt niet altijd in de klassieke muziek.

 
Deborah’s carrière begon al op jonge leeftijd. Op 8-jarige leeftijd werd ze verliefd op het geluid van de saxofoon. Ondanks dat ze nooit echt naar het conservatorium wilde, deed ze op 15-jarige leeftijd auditie voor de vooropleiding, ‘gewoon een logische stap om nog beter te worden’. Al tijdens de eerste les voelde ze dat het conservatorium dé plek was om haar talenten te ontwikkelen en te doen wat ze het liefst doet: muziek maken.
 
Toen Deborah het saxofoonconcert van Henry Kelder hoorde was ze direct onder de indruk: ‘Wat mij betreft heeft dit stuk alles in zich. Het gaat van romantische, Rachmaninoff-achtige muziek naar een funky improvisatie. Het is muziek waar je het ene moment bij kunt wegdromen en het andere moment van op het puntje van je stoel gaat zitten.’ Klassieke melodieën worden afgewisseld door Funky ritmes. Die Funky ritmes leidden soms tot hilariteit. ‘Tijdens de repetities heb ik soms in een deuk gelegen als bijvoorbeeld de saxofoonsectie helemaal los ging op een funky ritme en de strijkers met grote ogen naar achteren keken. Gelukkig lieten ze zich niet afschrikken en zaten ook met glimmende ogen de metal ritmes te spelen.’
 
Wat er nu zo leuk is aan het muzikantschap? ‘Je komt op allemaal verschillende plekken, de ene dag sta je in Het Concertgebouw en de andere dag in een huiskamer.’ Deborah vindt het allemaal even leuk. Ze laat zich inspireren door nieuwe klanken die ze hoort, deze inspireren haar om nieuwe klanken uit haar saxofoon te krijgen.
 
Op vrijdag 2 juni vindt het tweede deel van Deborah’s examen plaats. Hierin zal ze onder andere haar lievelingsstukken uit het saxofoon repertoire ten gehore brengen. Om de cirkel rond te maken speelt Deborah deze middag een nieuwe werk van HKU-alumnus Daan van den Hurk, opgedragen aan Henry Kelder en Johan van der Linden. Na dit recital staat Deborah de hele zomer al volgepland: zo staat ze met jongNBE [Nederlands Blazers Ensemble] in een productie van Holland Opera; is ze met een nieuw ensemble te horen op het Grachtenfestival en speelt ze samen met een pianist op de Uitmarkt.
 
Over de toekomst is Deborah duidelijk: ‘Of ik nu een klassiek programma speel met een pianist, blues sta te spelen in een groot ensemble of als solist voor een symfonieorkest sta, ik wil mensen in extase brengen, laten huilen, laten genieten van muziek.’