HKU

Waar gaat jouw hart sneller van kloppen en hoe maak je leerlingen daar deelgenoot van? Dat is de centrale vraag van de Opleiding Docent Muziek.

In de loop van het vierjarige programma ontdek je waar je goed in bent, met welke doelgroep je graag werkt en ontwikkel je je eigen visie op het muziekdocentschap. Daarbij stel je steeds de vraag ‘waarom?’. Waarom wil jij muziekdocent worden? Waarom leer jij je leerlingen over het ene of andere onderwerp? Waarom werkt een bepaalde aanpak wel of niet? En de docenten van de opleiding verwachten de vraag ook terug: waarom bestaat het studieprogramma uit deze vakken? Wat is het nut van deze opdracht? Waarom kiezen we voor deze werkwijze? Zo zijn we constant bezig om het curriculum zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij wat jij en je medestudenten nodig hebben.

Alle vakken staan in het kader van zowel muzikantschap als het docentschap. Zo leer je tijdens het vak popgeschiedenis niet alleen over de historie van popmuziek, maar ook hoe je zelf een interessante les over geschiedenis ontwerpt en uitvoert. En zo leer je natuurlijk over muziektheorie, maar ook hoe je theorie inzet tijdens je eigen lessen.

Jaar 1 - Waar brandt jouw vuur?

Het eerste jaar staat in het teken van oriënteren en ontdekken. Het hoofdvak en de stage zijn de centrale vakken. Daarnaast volg je vakken als begeleiden op de piano, koorleiding, popgeschiedenis, klassieke geschiedenis, algemene muziekleer, drama, combo, zang, cultuurgeschiedenis, solfège, muzieksoftware en analyse/vormleer enz. De opleiding stelt het studieprogramma samen en de docenten maken je deelgenoot van hun drijfveren, zoals dat ook van jou wordt verwacht als docent.

Al na een paar weken ga je stage lopen op een basisschool. Je krijgt feedback van docenten van de opleiding, van je stage-mentor en van vierdejaarsstudenten. De tweede helft van het jaar loop je stage in het voortgezet onderwijs. Beide stages loop je samen met een klasgenoot, zodat je van elkaar kunt leren en ervaringen kunt delen.

Ook werk je één dag in de week samen met studenten van andere HKU-opleidingen, docent theater en docent beeldende kunst. ‘De mix’. Je leert werken in een interdisciplinair team, ontwikkelt een bredere kijk op docentschap en bouwt een netwerk op.

Tijdens de wekelijkse comboles onderzoek je verschillende rollen in een band. Drums, gitaar, basgitaar, toetsen en zang. Je wisselt regelmatig van bezetting zodat je dezelfde muziek vanuit een nieuw perspectief ervaart. Zo krijg je meer inzicht in bandspel en wat de functies zijn van de verschillende instrumenten.

Elke week reflecteer je op je ervaringen tijdens verschillende vakken. Waarom volg je deze opleiding? Waar wil je naartoe? Aan welke doelgroep wil je les geven? Wat wil je overbrengen naar je leerlingen? En hoe? Zo ontwikkel je je eigen visie op docentschap, muzikantschap en onderwijs. Ook word je gekoppeld aan een vierdejaarsstudent die je helpt bij deze zoektocht en bij wie je terecht kunt met vragen over de opleiding.

Elke week begint en eindigt met het koorpracticum. Samen met alle studenten van de opleiding zing je koorstukken in uiteenlopende stijlen. Van klassiek tot jazz en pop.

Jaar 2 - Meer Keuze

Vanaf het tweede jaar krijg je meer keuzeruimte in het studieprogramma. Zo kies je een keuze-instrument waarin je wekelijks les krijgt zoals gitaar, piano, bas, zang drums, viool, enz. Je krijgt net als in het eerste jaar hoofdvak en stage, waar nu onderwijskunde aan toegevoegd wordt. Daarnaast volg je een aantal vakken zoals klassieke, pop en cultuurgeschiedenis, solfège, koorleiding, koorpracticum, zang, combo enz. Vanaf het tweede jaar bieden deze vakken meer ruimte voor eigen inbreng en leerbehoeften van de studenten. Ook maak je tijdens de comboles zelf arrangementen van bestaande nummers en leer je hoe je op een effectieve manier een band leidt om deze uit te voeren.

Tijdens het eerste semester werk je weer samen met andere disciplines op de mix-dag en loop je stage op een middelbare school. Het tweede semester bestaat je stage uit het maken van een muziekproductie op een basisschool zoals een musical. Beide stages doe je weer als duo.

Jaar 3 - Verdiepen en/of verbreden?

Jaar drie biedt nog meer vrijheid. Je kiest of je je wilt specialiseren of je juist breder wilt ontwikkelen. Door keuzevakken te selecteren die aansluiten op dat doel word je steeds meer de ‘architect’ van je eigen studie. Je krijgt de vrijheid die je nodig hebt binnen de vrije keuze ruimte. Het is van belang dat je je keuze kunt onderbouwen.

Ook ga je op ‘blokstage’. Gedurende tien weken geef je drie tot vier dagen in de week les aan examenklassen. In tegenstelling tot de eerste twee jaar moet je zelf een stageplek vinden of solliciteren op een stage die wordt aangeboden aan de opleiding.
In de tweede helft van het jaar worden er tijdens hoofdvak verdieping/verbreding een aantal masterclasses aangeboden. De inhoud en onderwerpen van deze masterclasses worden elk jaar samen met de studenten ingevuld. Zo krijg je een goed beeld van het werkveld waar je voor opgeleid wordt.

Jaar 4 - Afstuderen

Het vierde jaar staat in het teken van je afstuderen, wat uit vier onderdelen bestaat.

1. Het afstudeeronderzoek. Hierin onderzoek je een onderwerp wat jij belangrijk vindt voor je toekomstige beroep. Het zijn vaak onderwerpen die jou als student fascineren of juist frustreren. Denk aan microfoontechniek, kunst algemeen, bijzondere leerlingen, zelfstandig ondernemerschap, educatieve diensten, interdisciplinair werken etc.

2. Je componeert een stuk voor het ODM-ensemble. Alle studenten van de opleiding zitten in dit ensemble. Je studeert het arrangement met het ensemble in en voert het tijdens een concertavond uit. Dit vormt de afsluiting van je theorie- en arrangeerlessen.

3. De afstudeer/keuzestage. Net als in het derde jaar, ga je zelf op zoek naar een stage die past bij jouw doelstellingen. Aan het eind van de stage doe je een ‘sollicitatie’ bij je docenten voor de stage die je net hebt afgerond. Zo oefen je deze belangrijke vaardigheid en geef je aan wat je geleerd hebt en wat jouw sterke en zwakke punten zijn.

4. De Integrale Eindproductie (IEP) is het eindconcert waarin je laat zien waar je muzikaal voor staat. Zowel qua spel als presentatie.

Bijzonder aan het vierde jaar is het vak ‘Eerste Hulp Bij Opleiding Docent Muziek’ (EHBO) waarin je wordt gekoppeld aan een eerstejaarsstudent die het vak ‘visieontwikkeling’ volgt. Je maakt je ‘maatje’ wegwijs in de opleiding en helpt bij het scherper maken van zijn of haar plaatje voor de toekomst. Ook ga je op stagebezoek en deel je je ervaringen van de afgelopen jaren. Niet alleen voor je ‘maatje’, maar ook voor jou een prikkelende ervaring.

Bijzondere weken

Gedurende het schooljaar zijn er een aantal weken, waarin het reguliere programma plaats maakt voor bijzondere projecten. Twee keer per jaar komen tijdens de ‘koorweken’ ruim vijftig middelbare schoolleerlingen drie middagen naar het conservatorium om een kooruitvoering voor te bereiden. Ook zijn er jaarlijks drie ensembleweken waarin je ensembles vormt met studenten van alle jaren en composities en arrangementen van vierdejaarsstudenten uitvoert. Tijdens projectweken verdiep je je in een onderwerp zoals ‘Zingen met groove’, Gamelan, Wereldmuziek, Improviseren of Ludodidactiek.
Ook organiseren studenten elk jaar een werkweek, waarin je met alle studenten van de opleiding een week lang op een bijzondere locatie masterclasses en workshops volgt. Tot slot zijn er een aantal interdisciplinaire 'mix'-weken, waarin je samenwerkt met studenten van de Opleiding Docent Theater en Docent Beeldende Kunst.

Meer informatie en contact

Meer informatie over deze opleiding kun je krijgen tijdens de open dag(en). Ook kun je contact opnemen met Christian Boel, coördinator en tutor van de opleiding, via 030-2314044 of per e-mail sz@hku.nl.