HKU

Marco de Jong is vierdejaars Docent Muziek aan het Utrechts Conservatorium. Voor zijn afstudeerproject begeleidde hij Oegandese kinderen bij het zelf schrijven en spelen van muziek. In zijn afstudeerscriptie vergelijkt hij zijn ervaringen in Oeganda met de muzieklessen die hij wekelijks geeft in een asielzoekerscentrum in Utrecht.

Meer dudes voor de klas

Marco koos er bewust voor geen afstudeerproject op een school te doen. ‘Scholen bereiden leerlingen vooral voor op een nuttige rol in de maatschappij. Ik wil mijn leerlingen helpen zo compleet mogelijke mensen te worden. Op middelbare scholen merk ik dat leerlingen muziekles bullshit vinden, omdat ze er  geen geld mee gaan verdienen. Overigens is dat niet waar, daar ben ik zelf een bewijs van. De cultuur die ik op scholen zie, wil ik niet zelf gaan veranderen. Misschien dat  ik dat later eens ga doen, als ik een stabieler leven wil. Nu ben ik eerder bang voor vastigheid. Ik vind wel dat er meer dudes voor de klas moeten staan. Niet zomaar mannen, dudes. Relaxte gasten die een mooi voorbeeld zijn.’
 
Niet alleen de schoolcultuur is voor Marco een reden om te kiezen voor andere plaatsen. ‘Ik vind het heel mooi om met zogenaamde probleem- of risicogroepen te werken. In het asielzoekerscentrum mag je niks als je geen status hebt. Ik kan echt iets betekenen in het leven van de bewoners. Die mensen zijn een deel van hun eigenwaarde en richting kwijt. Ik kan ze helpen dat terug te vinden en zich te uiten.’
 

Marco merkt dat hij zijn huidige project in het azc vaak vergelijkt met het project dat hij in Oeganda heeft gedaan. Hij werkte daar drie maanden met een vaste groep jongeren. ‘In het azc wisselt mijn groep steeds van samenstelling.  Ik ben natuurlijk heel blij als een van mijn leerlingen een verblijfvergunning krijgt, maar iedereen die een verblijfsvergunning krijgt verlaat het azc en dus ook mijn groep. Daardoor heeft mijn groep geen vaste kern. In Oeganda werkte ik naar een einddoel toe, een aantal voltooide liedjes en een concert. Dat verlangen naar een doel moet ik nu loslaten.’

Hand, knuffel, boks

Het duurt lang om een band op te bouwen als je een wisselende groep één keer per week ziet. En hoe communiceer je met mensen die jouw en elkaars taal niet spreken? ‘We hadden een grote groep bewoners uitgenodigd om met ons naar Tweetakt te gaan. Die mensen zijn natuurlijk niet gewend aan de Nederlandse verkeersdrukte en we hadden te weinig fietsen, dus iedereen zat met zijn tweeën op de fiets. Mensen raakten achterop, ze probeerden zich aan de regels te houden maar het was gewoon een zooitje. Niemand verstond elkaar maar iedereen begreep wat de ander bedoelde. Het communiceren ging tijdens die fietstocht voor een groot deel met gebaren. Zo doe ik het tijdens de lessen ook. Ik groet iedereen bij het binnenkomen: hand, knuffel, boks en dan gaan we gewoon muziek maken.’
 
Marco's keuze voor werken met asielzoekers en straatkinderen is ook een keuze voor mensen die vaak een hoop zorgen met zich mee dragen. Is hij naast muziekdocent ook therapeut aan het worden? ‘Ik heb net een workshop gehad waarin we lang hebben gediscussieerd over wat therapeutisch handelen is. De leiding van het azc vind dat niets een therapeutische context heeft. Iedereen mag zich uiten, maar het is geen therapie. Ik denk dat over het leven praten met leerlingen inderdaad geen therapie is. Anders zou ik mijn vrienden ook therapie geven. Bovendien komt het vertrouwen van twee kanten, ik vertel mijn leerlingen ook dingen over mijn leven. Een therapeut hoeft mij niet te vertrouwen.’

Geen arme schapen

‘In het asielzoekerscentrum rapte een jongen een zelfgeschreven nummer voor me. Ik verstond er geen woord van, maar het raakte me wel. Die rap bleek over de oorlog in Syrië te gaan. Ik heb er een refreintje bij bedacht. We hebben er verder niet over gepraat. Ik heb ook geen tijd voor een lang en diepgravend gesprek. Ik ga het niet uit ze trekken. Als je dat wél zou willen, zou je eerst ook een tijd met ze over andere dingen moeten praten. Koetjes en kalfjes, een band opbouwen. Je zult dan merken dat het geen arme schapen zijn. Ze zijn in de eerste plaats mens en ze hebben aandacht en respect nodig. Dat merk ik tijdens al mijn projecten. Er zit veel minder verschil tussen ons dan je zou denken.’


.UNST, mei 2016

Marco de Jong Marco de Jong