HKU

Toen Annemee als puber foto’s wilde maken, haalde ze allerlei stunts uit met een flutcameraatje omdat ze geen geld had voor een spiegelreflexcamera. Vijf jaar later heeft geen enkele camera nog geheimen voor haar.

Annemee (19), HKU Media, student Photography

Leren communiceren

In het begin had ik er niet echt benul van dat een foto meer kon zijn dan alleen mooi. Ik had kwalitatief wel goede foto’s, maar daar hield het mee op. Communiceren, dat was dus mijn belangrijkste leerpunt dit jaar; zorgen dat mensen je foto snappen. Voor mij ziet dat eruit als één grote puzzel.

En dan moet je de stukjes zo ordenen dat het in elkaar past. Wat bijvoorbeeld het verschil is tussen ‘gewoon een mooi portret’ en een portret met een diepere laag ... dat vind ik moeilijk te benoemen. Als het een sterk portret is met meerwaarde, dan zie je dat gewoon. Dan is er iets gevangen. Een bepaalde lading in een blik. Of een eigenschap, een bepaalde kwetsbaarheid, die door de foto naar voren wordt gehaald.


Toelatingsstress

Over de toelatingen bij verschillende academies was ik zo panisch. Dan dacht ik 'oh, het is niet goed genoeg, ik meld me maar ziek', en dan ging ik niet. Ik zat ook best wel in mezelf, ofzo. Beetje triest, eigenlijk. Bij HKU had ik samen met een vriend afgesproken 'oké, we gaan het gewoon doen. Als het niet lukt nemen we een tussen- jaar'. En toen werden we aangenomen. [lacht] Het was hier superrelaxed en fijn, je zat gewoon in een lokaal en je kon vragen stellen enzo. HKU heeft
als het ware een soort hand naar me uitgestoken, me uit mijn schulp getrokken. Dus ... ik vind het heel fijn dat ze dat hebben gedaan.

Leermomenten

Bij Narratief, een vak waarbij je verhalende foto’s moest maken, heb ik het meest geleerd. Je moest het hebben over iemand die dichtbij je stond en daar een boekje over maken. Nou – dat faalde echt enorm. Ik had mijn broertje genomen. Hij doet aan topsport, en in die tijd had hij geen tijd voor vriendjes. Dus ik wilde twee lagen maken: eenzame foto’s op school, en dan die topsport. Maar dat klopte helemaal niet; mijn broer heeft namelijk wel veel vrienden. Dat was dus al niet authentiek. Mieke, de docent, ging heel fel met me in discussie. Huilen, nee, dat heb ik daarna op de wc gedaan. [lacht] De blokken daarop heb ik wel gehuild in de les trouwens. Iedereen doet dat, dus je natuurlijke barrière verdwijnt. Echt waar. [lacht] Ja, dan loop je tegen zo’n grens aan, dat je het even niet meer ziet. Maar daarna heb je wel iets geleerd. Je gaat gewoon een nieuw gebied in, eigenlijk.

Daarna heb ik een tweede boekje gemaakt voor Mieke wat wél goed is beoordeeld. Dat gaat over Tilly, een oude vrouw met Alzheimer die nog thuis woont en verzorgd wordt door haar man. Je kan haar niet regisseren. Dus dan moet je roepen: [bromt] ‘Tilly!’ [hoog stemmetje] ‘Tilly!’, en op eentje reageert ze. Ik ben tien keer langs geweest, heb veel in de klas laten zien; langzaam werd het van een enorme stapel foto’s een dummy met alleen de beste. Dus je moet breed werken, je openstellen voor kritiek, dat proces echt doorlopen. Ik heb eigenlijk een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Terwijl je dat pas achteraf beseft: ‘oh wow, dit is er gebeurd’.


Alles wat je maakt n zelfportret?

Omdat ik vroeger zo in mezelf zat was het ook moeilijk om te communiceren, denk ik. Ja - dát is er gebeurd dit jaar. Ik ben meer naar buiten getreden. Ik laat nu ook meer werk zien, vraag aan mensen ‘wat vind je hiervan?’ Ik vind het wel heel eng nog, echt. [lacht] Maar ja, dat is wel een persoonlijke ontwikkeling waar ik de rest van mijn leven wat aan kan hebben. Je moet op deze opleiding sowieso helemaal in jezelf kruipen, om te zien hoe jij werkt. Je moet een soort kern ontdekken van jouw verhaal, de manier waarop jíj de dingen registreert. Want dat maakt het bijzonder. Dat is die diepere laag. In die zin is alles wat je maakt een zelfportret.

Toekomstmuziek

Elke keer doorbreek ik opnieuw zo’n grens, en dan kijk ik weer opnieuw naar het vak. En dan denk ik ‘nu weet ik echt niet meer wat ik nu precies hiermee wil gaan doen’. Het lijkt me heel tof om kleine, kortdurende opdrachten te doen voor bijvoorbeeld kranten, dus journalistieke fotografie. En dan daarnaast af en toe een lang project voor eigen, vrij werk, zoiets als nu met Tilly. Echt documentaire-fotografie. Ja, dat hoop ik nú, hè. Morgen kan het weer iets anders zijn. [lacht]


Interview voor HKU24/7, 2014