HKU

'Als je dement bent, beleef je de wereld ook niet chronologisch en lineair'. Franka Wiggers vertelt over de animatiefilm waarmee ze gaat afstuderen.

Franka Wiggers studeerde juni 2016 bij Image and Media Technology af met een korte animatiefilm over euthanasie bij dementerenden. In de praktijk is het nog een hele opgave om, wanneer iemand bijvoorbeeld aan Alzheimer lijdt, tot euthanasie over te gaan. Het complexe vraagstuk heeft voor Franka niet alleen een donkere kant. 'Ik zie ook mooie dingen.’
 

In Franka’s familie komt dementie zowel aan de kant van haar vader als van haar moeder voor. ‘Toen mijn oma ziek werd, zei mijn vader direct dat hij zo zelf niet verder zou willen leven, mocht de ziekte hem treffen. Mijn moeder daarentegen vindt het verzorgen van haar dementerende vader mooi, omdat ze iets terug kan geven voor zijn liefdevolle opvoeding. Zij ziet het als een langzaam afscheid.’

Beeld: Franka Wiggers Beeld: Franka Wiggers

Bewust van de tweestrijd

Juist deze tegenstelling legt volgens Franka de gevoeligheid van de euthanasiediscussie bloot. ‘In eerste instantie vond ik het vreemd dat als je vooraf aangeeft een stervenswens te hebben, dit in het geval van dementie niet zou kunnen. Maar als je er goed over nadenkt en realiseert dat iemand zich misschien niet meer bewust is van zichzelf en zijn omgeving... is wat hij eerder heeft opgeschreven dan nog wel van toepassing? Ik vind die vraag en dat dilemma heel erg boeiend. Het lijkt me goed als mensen daar meer over nadenken. Of zich in ieder geval bewust worden van de tweestrijd voordat dementie henzelf of iemand uit de familie treft. Want dan is het namelijk te laat.’

Voor het ontwerpen van haar animaties gebruikt Franka tekeningen. ‘Vorig studiejaar heb ik onderzocht hoe mensen met verschillende vormen van dementie tekenen. Door de tekeningen te bekijken, kwam ik erachter hoe zij de wereld en zichzelf zien. Vaak werd onze werkelijkheid in een geabstraheerde vorm uitgebeeld. Soms waren de tekeningen enorm gedetailleerd, dan weer letterlijk vervaagd. Die vervaging, die abstrahering van de werkelijkheid, zijn grote inspiratiebronnen voor het maken van mijn animatiefilm. Ik vind het belangrijk dat mijn afstudeerproject geen allesomvattend en lineair verhaal vertelt. Want als je dement bent, beleef je de wereld ook niet chronologisch en lineair. Je maakt sprongen in de tijd, je bent soms iemand anders, of bent ergens anders. Ik wil het publiek meezuigen in de belevingswereld van de dementerende.’

Lichamelijk contact

Hoewel het leed dat dementie veroorzaakt niet ver van Franka’s dagelijks leven ligt, wil ze niet alleen de zware kant van dementie tonen. ‘Ik zie namelijk ook mooie dingen. Een tijdje terug ben ik met mijn moeder meegegaan toen ze mijn opa ging verzorgen. Aanvankelijk vond ik het heel erg moeilijk om hem zo te zien. Ik zag echter ook hoe hij reageerde op lichamelijk contact, en dat was heel erg aandoenlijk. Het bezoek was de eerste keer dat ik echt goed met zijn ziekte kon omgaan, omdat ik kon zien dat er veel kleine dingen zijn waar mijn grootvader nog waarde aan hecht.’

Door diezelfde tweeledigheid in haar animatie te verwerken, hoopt Franka dat haar publiek anders naar de thema’s dementie en euthanasie zullen kijken. ‘Ik ben een boek aan het lezen waarin wordt geopperd dat als je aan Alzheimer lijdt, je in een nieuwe en hogere vorm van bewustzijn verkeert. Volgens het boek komt de Alzheimerpatiënt eigenlijk op een andere plek terecht. Eén die niet per se slecht is, maar alleen anders. Ik vind dit een hele interessante gedachte, al weet ik niet of het waar is. Ik zal het nooit weten, en dat is het moeilijke aan dit vraagstuk. Mijn dementerende grootvader zal namelijk nooit duidelijk kunnen maken wat hij denkt, of dat hij überhaupt denkt.’

Intens gelukkig

Dementie is erfelijk. De ervaringen van Franka met haar grootouders zouden zomaar het voorland van haar ouders en van haarzelf kunnen zijn. Toch voelt dat niet oneerlijk. ‘Het is heel moeilijk om een oordeel te vellen over eerlijkheid en rechtvaardigheid. Als je iemand tijdens een hongersnood een brood geeft, maak je hem of haar zielsgelukkig. Terwijl ik denk: Oké, een brood, en nu? Deze situatie kun je vergelijken met iemand die dementeert. Wij denken en voelen niet zoveel bij een eenvoudige aanraking, maar iemand die aan Alzheimer lijdt maak je daar intens gelukkig mee. Zo is het geluk in onze wereld op een vreemde manier verdeeld.’

Tekst: Yvo Nafzger
.Unst, April 2016