HKU

‘Ik heb vanaf het begin de hele film voor me gezien’. Joris Weerts vertelt over zijn afstudeerfilm 'Molotov Man'.

Begin april 2016 startte vierdejaars Audiovisual Media Joris Weerts met het draaien van zijn afstudeerfilm Molotov Man. Hij doet dat in zijn geboortedorp Vierlingsbeek. Daar heerst dezelfde sfeer en mentaliteit als in het dorp Haelen, waar in 2012 het incident plaatsvond dat Joris inspireerde tot zijn film.

Hij gaat daarin op zoek naar de nuance. ‘Ik wil een driedimensionaal karakter laten zien. Iemand die zijn best heeft gedaan, maar is ontspoord en waarvan de media daarna een karikatuur hebben gemaakt.’

Een Amsterdammer op zoek naar rust verhuist naar het Limburgse Haelen. Hij wil er met zijn gezin een Bed & Breakfast beginnen, maar door de weerstand van de lokale bevolking raakt hij zijn hele hebben en houden kwijt. Zijn echte verhaal is volgens Joris in de doofpot gestopt en belachelijk gemaakt. ‘In de media hebben bijvoorbeeld PowNews en Pauw & Witteman hem als en soort dorpsgek neergezet, echt absurd. Deze man is misschien niet de gemakkelijkste in de omgang, maar verdient net als ieder ander mens een respectvolle behandeling. Iedereen had het over het spektakel – de politie die zijn huis binnenvalt – maar dat interesseert me niet. Ik wil het verhaal vertellen dat daaraan voorafgaat; hoe kan iemand in Nederland in zo’n situatie terechtkomen?’

Insluiten

Met zijn korte dramafilm wil Joris invoelbaar maken hoe iemand extremistisch wordt en over de rand gaat. Hoewel hij heeft geleerd om documentaires te maken, koos hij bewust voor fictie. ‘Je zou een documentaire kunnen maken die hem recht doet, maar ik ben veel beter in het neerzetten van een meeslepende sfeer. Aan het begin van mijn film zie je de koppen van zijn kippen op spietsen in de tuin staan. Je weet meteen dat zijn gezin bedreigd wordt. De sfeer daaromheen is heel kalm en ingetogen, maar daardoor juist heel bedrukt. Ik laat een man zien die huishoudelijke dingen doet terwijl hij constant met een mes in zijn zak rondloopt. Hij is continu paranoïde en denkt dat hij achtervolgd wordt. Soms breekt hij zomaar in tranen uit. Hij gaat eraan kapot dat hij niet wordt gehoord, hij wordt langzaam ingesloten. Ik laat de camera als het ware de kijker insluiten, zodat je voelt wat er met hem gebeurd. Tot hij er schreeuwend uitbreekt.’

Voor hij het script begon te schrijven, sprak Joris veel mensen met wie hij ooit samenwerkte. ‘Ik heb vanaf het begin de hele film voor me gezien, zonder het uit te kunnen spreken. Door die gesprekken kon ik onderzoeken waarom dit me zo bezighield, waar de kracht van het verhaal lag en op welke manier ik het zou kunnen vertellen. Ik ben daarna op zoek gegaan naar iemand die mijn idee tot een script zou kunnen uitwerken, omdat ik zelf geen schrijver ben. Uiteindelijk ben ik toch zelf gaan schrijven. In het begin voelde dat heel onzeker, maar ik kreeg alleen maar complimenten. Ik ga deze film helemaal onafhankelijk ontwikkelen: je afstudeerfilm is toch je visitekaartje. Daarom wil ik geen rekening houden met de wensen van een productiehuis. Het is een risico, maar ik doe het toch. Ik ben mezelf aan het bewijzen dat ik het kan, dat ik de vaardigheden bezit om een goede film te maken.’

Vastlopen

Of hij iets kan, daar heeft Joris vroeger wel aan getwijfeld. ‘Eigenlijk vanaf de basisschool. Ik had het idee dat mensen mij niet voor vol aanzagen. Niemand vroeg zich af waar mijn kracht lag, waardoor ik altijd het gevoel had dat iemand anders beter was. Ik denk dat ik daarom met mijn films steeds begrip wil creëren voor de zogenaamd zwakkere mensen. Ook het verhaal van mijn afstudeerfilm ligt dicht bij mezelf. Ik ben opgegroeid op de locatie waar we gaan draaien. Ik snap hoe een Amsterdammer met het hart op de tong kan vastlopen tussen Limburgers die zeggen dat het wel komt. Dat is echt Limburgs. Ik heb het zelf ook met mijn cameraman. Dan wil ik het papierwerk zien en zegt hij dat het wel goed komt.’


Tekst: Edwin Verhoeven
.Unst, April 2016