In het eerste jaar van de opleiding oriënteer je je op het gehele vakgebied. De lessen zijn een breed pakket van schrijven, lezen en beschouwen.
Vakken: schrijven voor theater, scenario, proza, poëzie, literatuurbeschouwing, theater- en filmbeschouwing, theorie van de schrijfprocessen, dramaturgie, schrijven aan de hand van muziek, beweging en improvisatie, beschouwend schrijven, tekstredactie, werkveldoriëntatie.
In het tweede en derde jaar train je je verder in de technieken van het schrijven voor theater. Scenario, proza en poëzie zijn belangrijke keuzevakken. Ook werk je steeds meer samen met studenten van andere opleidingen, bijvoorbeeld acteurs en vormgevers. Dat is belangrijk omdat je in het werkveld ook met deze disciplines te maken krijgt. Je maakt onder andere filmpjes, voorstellingen, installaties en performances.
Een tweede belangrijke ontwikkeling is het ontdekken van wat je zelf als schrijver te zeggen hebt. Je doet dat door veel naar voorstellingen te gaan en erover te praten, maar je krijgt bijvoorbeeld ook filosofie. Vakken onder andere: schrijven voor theater, hertalen, dramaturgie, jeugdtheater, muziektheater, filosofie, korte film, radiodrama.
Verder kies je uit een divers aanbod van samenwerkingsprojecten 1 groot project. Hierin werk je met studenten van de andere opleidingen van de faculteit, al dan niet voor een opdrachtgever. Je doet onderzoek en maakt voorstellingen, installaties en/of theatrale events rondom 1 thema.
In het vierde jaar loop je stage – iets dat ook kan in het buitenland. De stages zijn vaak opdrachten in het professionele werkveld en vormen daarom een goede opstap voor je carrière. Een paar stagevoorbeelden: schrijven van een voorstelling voor een (jongeren)theatergroep, maken van een voorstelling voor Oerol of Buitenkunst, dramaturg bij een gezelschap. Uiteindelijk studeer je af met een theatertekst of filmscript, en een afstudeeressay.
Het is mogelijk om enige tijd in het buitenland te studeren of stage te lopen. Met name Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Duitsland bieden mogelijkheden.
Benieuwd naar ervaringen van HKU-studenten Writing for Performance in het buitenland? Lees hun belevenissen via onderstaande link!
HKU-ers in het buitenland*
* De informatie op deze stagepagina's is door studenten geschreven. De HKU kan niet instaan voor de juistheid of de gevolgen van de geboden informatie.
Na het behalen van deze studie krijg je de graad Bachelor of Theater in Writing for Performance, die je als BTh afgekort achter je naam kunt vermelden.
Na het afstuderen kun je overwegen een masteropleiding theaterdramaturgie te volgen. Dit is een apart tracé binnen de 1-jarige Master Theaterwetenschap van de Universiteit Utrecht.
Tijdens hun stage schreven studenten teksten voor uiteenlopende projecten, zo schreef Demelza Bosma voor Theater Gnaffel, werkte Nasja Covers mee aan Onderweg naar Morgen en richtte Malou de Roy van Zuydewijn haar eigen theatergezelschap Cave Canem op.
Behalve als schrijver lopen studenten stage als assistent dramaturg of regie bij verschillende theatergroepen, bijvoorbeeld Jorrit van der Post bij het NNT, Laura Haman bij De Appel en en Milou Brockhus bij NTGent. Ook worden er veel voorstellingen gemaakt voor festivals, zoals Oerol, Festival Over ’t IJ en de Parade.
Jorieke Abbing studeerde af in 2008 en kreeg voor haar stuk Beste Sneeuw de Van der Viesprijs in de categorie jeugdtheater. De Van der Viesprijs is een driejaarlijkse prijs voor de auteur van het beste Nederlandse toneelwerk.
Rik van den Bos studeerde af in 2008 en won met zijn afstudeerstuk Berm de stimuleringsbeurs van Verse Tekst.
Esther Gerritsen was een van de eerste afstudeerders, won een serie prijzen voor haar toneelwerk en kreeg in 2004 en 2005 ook onderscheidingen voor haar proza. Haar nieuwste roman is 'De Kleine Miezerige God'.
Rik van den Bos, toneelschrijver, alumnus afstudeerrichting Writing for Performance
Teksten van Rik zijn gepubliceerd in het theaterbundel 'Ik kleur niet goed, scènes van een nieuwe generatie toneelschrijvers'. Rik is een freelance toneelschrijver en heeft voorstellingen geschreven voor onder andere Theatergroep Sonja en theaterfestival Tweetakt.
‘Ik ben niet direct naar de HKU gegaan, maar heb eerst de sportacademie gedaan. Ik durfde het niet gelijk aan om naar een kunstacademie te gaan. Uiteindelijk heb ik auditie gedaan en ben ik aangenomen. De ontwikkeling die je doormaakt is echt ongelooflijk. Ik kwam vanuit het niets – ik had nog geen flauw benul. Maar als je je echt geeft op school, dan groei je.
In de opleiding wordt onder andere aandacht besteed aan het in kaart brengen van je schrijfproces. Hoe schrijf ik, wat schrijf ik en waarom? Het zijn vragen die er voor zorgen dat je altijd blijft zoeken naar antwoorden en niet ‘slechts’ tevreden bent met een tekst. Uiteindelijk moet je leren om problemen in te zetten in je schrijfproces. Tijdens de schrijflessen krijg je daar de ruimte voor. Je moet soms iets op gevoel doen en erop vertrouwen dat je een manier vindt om het te laten lukken.’
Gijs van den Born, docent Tekst en Beeld (samen met Inge Raadschelders), opleiding Theatervormgeving.
Gijs is ook beeldend kunstenaar en geeft eens per jaar een voorstelling. Wanneer gaat tekst en beeld samen en wanneer versterken ze elkaar daarin?
‘Theatervormgevers en schrijvers gaan tijdens mijn les met elkaar samenwerken. De schrijver moet dan open staan voor de werkwijze en ideeën van de ander en andersom. Wij zijn er voor om dat proces te versnellen en in goede banen te leiden.
Wat je als aankomend student kunt verwachten van een opleiding binnen het interessegebied Theater, is een uiterst gedreven, druk, artistiek en hoogwaardig leven. Mits je de kwaliteit en wil bezit. Je moet de noodzaak voelen zelfstandig theatraal te creëren. Je moet hier ver in willen gaan: je eigen en andermans grenzen voorbij gaan. Het is geen makkelijke opleiding.
De Faculteit Theater is een beschermde leefwereld. Er wordt hard gewerkt aan theatrale en artistieke ontwikkeling, door zowel studenten als docenten. Prettig is dat de docenten ook zelf in een artistieke ontwikkeling zitten, waardoor de afstand tussen student en docent relatief klein is.’