Phare Tower (Parijs) van Jacques Ferrier, uit Mark #4, 2006
Towards Spatial Identity is ook ingegeven door een verandering in de wet. Afgelopen voorjaar werd de nieuwe wet op de architectentitel (WAT) van kracht. Hierdoor leidt de bacheloropleiding Interior architecture met ingang van 2011-2012 niet meer tot de titel interieurarchitect. Deze titel is dan voorbehouden aan mensen met een afgeronde masteropleiding. Het bestuur van de Faculteit Beeldende Kunst en Vormgeving liet daarom een herkenbare en toekomstgerichte masteropleiding
ontwikkelen.
Arlette: ‘We zijn gestart met een mindmap. De interieurarchitect staat in het midden en we hebben gekeken waar die zich toe verhoudt: leefomgeving, andere spelers in het veld, bouwsectoren, regelgeving, gebruikers... In dat beeld hebben wij een aantal keuzes gemaakt en een profiel opgebouwd.’
Paulien: ‘Vanaf het begin hebben we contact gezocht met het werkveld. We hebben gepraat met architecten, interieurarchitecten, productdesigners en beroepsverenigingen. Ook het rapport ‘Ruimte voor Verdieping’ van het Platform Interieur (hierin zijn de opleidingseisen vastgelegd – red.) was voor ons een belangrijk en noodzakelijk uitgangspunt. We zijn naar buiten toe heel open geweest over onze werkwijze en de keuze voor een opleiding met een sociaal maatschappelijk profiel. Op ons blog (http://interieurarchitectuur.hku.nl) dragen we onze ideeën uit en stimuleren we de discussie in het werkveld. Die openheid heeft veel opgeleverd. Het allerleukste is nog wel dat de opzet van de opleiding goed ontvangen wordt in het werkveld.’
Arlette: ‘De interieurarchitect is de architect van de binnenruimte. Om te begrijpen wat mensen in een bepaald gebouw komen doen, moet je weten wat daaromheen gebeurt en de gebruikers begrijpen. Met de toenemende complexiteit van opdrachten wordt het voor interieurarchitecten steeds moeilijker om het proces te doorgronden. Tegenwoordig is er in het bouwproces ook vaker sprake van gefragmenteerd opdrachtgeverschap. Een mooi voorbeeld is Schiphol. Eind jaren 60 is Kho Liang Ie gevraagd het interieur te ontwerpen voor de aankomst- en vertrekhal. Het was overzichtelijk en eenvoudig wat daar in het interieur voor nodig was en Schiphol zelf gaf de ontwerpopdracht. In 2010 heb je daar te maken met digitalisering, beveiliging, shopping malls. Schiphol wil een beleving creëren voor de bezoeker. De regisseurs van die beleving zijn project- en facility-managers zonder ontwerpachtergrond. De interieurarchitect is in dit proces onzichtbaar geworden. Om weer aan dit proces deel te nemen, hebben interieurarchitecten nieuwe competenties nodig.’
Arlette: ‘Iedereen profileert zich tegenwoordig met zijn gebouw en inrichting. Meer dan voorheen moet het interieur de mensen een aangenaam gevoel geven. Dat geldt voor kantoren, scholen en ziekenhuizen. En onze manier van werken verandert. Steeds meer zzp-ers (zelfstandigen zonder personeel) zitten in Starbucks en pluggen daar in. Zij willen mensen blijven ontmoeten ontmoeten. De interieurarchitect heeft inzicht nodig in deze ontwikkelingen.’
Paulien: ‘Het ontwerp is voor ons zozeer het uitgangspunt dat we dat niet meer noemen. We selecteren aan de poort. Mensen zonder ontwerpervaring hebben weinig kans aangenomen te worden. In de opleiding moeten studenten zes keer tot een ontwerp komen!’
Arlette: ‘Er wordt gewerkt met zes projecten van acht tot zestien weken. Het gaat om complexe opdrachten uit de publieke of marktsector. De studenten worden begeleid door architecten, interieurarchitecten of productvormgevers. Op onderdelen vliegen zij deskundigen in, bijvoorbeeld op het gebied van bouwtechniek en visualisatie, maar ook over sociologische, filosofische en psychologische kwesties. Het kan gaan om onderwerpen als klimatologische verandering of onrecht, maar ook bij de herstructurering van een industrieterrein moet de interieurarchitect een antwoord kunnen geven. In het eerste project staat het voormalige Eneco-gebouw in Utrecht centraal. Het ligt in een gebied met verdwijnende bedrijvigheid. Een inspirerende functie, vorm en binnenruimte van dat gebouw kan richting geven aan de toekomst van het gebied. De studenten oriënteren zich daarom grondig op de context voordat zij een ontwerp maken. Onderzoekend ontwerpen noemen wij dat.’
Paulien: ‘Sociale participatie is op allerlei maatschappelijke terreinen actueel. Niemand kan zomaar iets bouwen of veranderen. De interieurarchitect moet in staat zijn als ontwerper goed te luisteren, zich te laten inspireren en wat hij hoort vertalen in iets wat de gebruiker wil: de ontwerpende dialoog.
Arlette: Opdrachtgevers zijn steeds mondiger. Mensen komen zo makkelijk aan informatie. De opdrachtgever weet soms meer dan de interieurarchitect. Het is de Einstein-generatie die heel gemakkelijk informatie met elkaar deelt. Een cruciale taak
Onderwijskundige Paulien Oosterhuis en hoofddocent MIA Arlette Kerkhof aan het woord over de ontwikkeling van de nieuwe Masteropleiding Interieurarchitectuur.