Vóór de HKU
'Op de middelbare school vond ik games al interessant. Film is een beeldje toveren op het scherm, maar games zijn interactief. De gebruiker moet gelijk reageren, en als maker moet je bepalen wat er allemaal binnen één dertigste van een seconde moet gebeuren. Dat is de opgave. Na de havo probeerde ik dan ook toegelaten te worden op de HKU, maar ik was te jong en mijn portfolio was nog niet groot genoeg. Daarom besloot ik eerst een MBO Gamedesign te doen. Vier jaar later werd ik wel aangenomen.'
De toelating
'Voor de toelating kreeg ik een opdracht van school om thuis een bordspel te maken. Dat nam ik mee naar de toelatingsdag op de HKU. Ook liet ik mijn portfolio met tekeningen zien en ook alles wat ik had gemaakt dat met games te maken had. Ik gaf een het zo breed mogelijk beeld om te laten zien waar ik goed in ben. Vervolgens bespraken de docenten mijn spel en portfolio. Ik mocht door naar de volgende ronde. Daarin lichtte ik mijn portfolio verder toe en hoorde ik dat ik was toegelaten.'
Ontwerp en ontwikkeling
'De opleiding richt zich op zowel ontwerp als ontwikkeling van bordspellen en computergames. Ik programmeer liever en ben daar ook beter in. Dat is geen probleem. Het is juist goed dat ik word opgeleid tot programmeur én tekenaar. Zo leer ik hoe ik straks in het werkveld met andere disciplines moet communiceren. Ieder spreekt zijn eigen taal. Het is prettig dat we les krijgen van mensen die zelf in de game-industrie werken. Daardoor weten ze waar ze over praten. Niels Keetels is zo’n docent. Hij is een keiharde programmeur, maar vertelt het op zo’n leuke manier dat je geboeid blijft. Daar kijk ik wel tegen op.'
Eerste en tweede jaar
'In het eerste jaar leer je de basis van het gamedesign. De opdrachten zijn nog niet zo uitgebreid en de meeste zijn individueel en ook heel vrij. De eerste interactieve opdracht luidde: maak een racegame. Toen heb ik gewoon de game gemaakt die ik wilde maken. Alles mocht.
In het tweede jaar werken we meer op projectbasis: We werken een langere periode in een team aan één game, zoals nu in het project ‘Design for space’. We moeten een game ontwikkelen waarin de ruimte invloed heeft op de manier waarop je speelt. Zo leer ik binnen de kaders van een opdracht toch te maken wat ik wil. Parallel daaraan volgen we lessen die ons verder helpen bij het project.
Als student moet je bereid zijn er veel tijd in te steken, gemotiveerd zijn en weten wat je wil. De studenten zijn uiteenlopend. Sommige zijn stiller, andere socialer. Sommige zijn 17, andere 28. De liefde voor games is wat we gemeen hebben.'
Werkveld
'Volgend jaar moet ik stage lopen. Daar heb ik zin in: werken met mensen waar je tegenop kijkt. Sinds mijn twaalfde kom ik al op beurzen en daar heb ik veel contacten opgedaan. Netwerken is een belangrijk onderdeel van de game-industrie. Bedrijven nemen je meestal niet aan op basis van je CV. Of je een klik hebt met een bedrijf en goed bent in hetgeen wat je doet is belangrijker. Dat bereik je alleen als je met veel verschillende mensen samenwerkt. Je naam moet gaan rondzoemen. Een echte toekomstdroom heb ik niet. Zolang ik maar werk in een team van mensen die weten waar ze mee bezig zijn en waarin ik gewaardeerd wordt, vind ik het goed.'
De kick van het team en de game
'In dit werkveld werkt iedereen met veel passie. Iedereen bikkelt tegen de deadlines aan. Je groeit als broers en zussen naar elkaar toe. Dat is heel bijzonder. Als je dan uiteindelijk ook nog een hele mooie game aflevert, geeft dat echt een kick. Het is zaak je collega’s te vertrouwen en niet alles zelf te willen doen. Dat is mijn valkuil en daar werk ik nu aan. Mensenkennis, dat heb je wel nodig.'
Stefan Wijnker, tweedejaars student Game Design and Development, vertelt over zichzelf en deze opleiding.
Weet wat de opleiding inhoudt, voordat je hier naartoe komt. Ontdek hoe games worden gemaakt, door bijvoorbeeld de ‘Making of’ van games te kijken. Want: games ontwikkelen is nog iets anders dan games spelen.