Welke vooropleiding heb je?
Ik heb hiervoor een opleiding voor winkelvormgeving en standbouw gedaan aan het NIMETO in Utrecht. Dat was leuk, maar erg commercieel. Toen heb ik mij op de HKU aangemeld voor de afdeling interieurarchitectuur. Ik werd meteen aangenomen en heb daar twee jaar gestudeerd. Maar ik voelde er te weinig vrijheid om een eigen richting daarbinnen te zoeken.
En toen ben je naar Autonoom overgestapt?
Ja, ik werd toegelaten tot het tweede jaar. Aanvankelijk dacht ik toen: ’De architectuur moet helemaal weg uit mijn werk’. Maar nu komt het toch weer terug. Het zit eigenlijk helemaal in mij en dat is eigenlijk wel heel erg grappig. Ik vind nu meer mijn weg met die beeldtaal. Ik merk nu dat de manier waarop ik wil werken niet toegepast is, maar een vrije vorm, een analyseachtige manier van werken.
Wat maak je nu?
Mijn werk van het afgelopen jaar ging over herinnering, over mijn herinnering aan mijn jeugd. Ik teken plekken waar ik veel kwam en die mij daardoor zijn bijgebleven. Het zijn de architectonische vormen die ik me herinner. Ik laat die plekken zien vanuit de toeschouwer. Ik geef er geen commentaar op.
Met welke middelen werk je nog meer?
Naast tekenen heb ik gekozen voor intermedia. Je kunt daarin verschillende media samenvoegen. Ik ben de tekeningen nogmaals ruimtelijk gaan maken van ijzerdraad. Toen ik die ophing en belichtte ontstond er een mooi lijnenspel op de muur. Ik zorgde dat de lijnen van ijzerdraad zo stonden dat de schaduw die ontstond de tekening zou afmaken. Ik gebruikte kaarslicht omdat dat weer beweegt als je er langs loopt. Daarmee wordt de schaduw net zo vluchtig als de herinnering.
Hoe ben op dit onderwerp gekomen?
Het begon als opdracht in het 2e jaar bij grafiek: maak een werk vanuit een herinnering, iets wat je is bijgebleven, iets van vroeger. Ik dacht: ‘Wow dat is een mooie opdracht!’ Ik begon werk te maken over mijn vader. Ik merkte dat mijn werk steeds beter werd naarmate ik dichter bij mijzelf kwam.Er zat zoveel emotie in. Het is een serie geworden over hoe het contact met mijn vader is geweest. Ik heb er ook een prijs mee gewonnen bij het Centrum voor Beeldende Kunst GSA in Hilversum. Ik dacht: ‘Dit is de richting waarin ik moet blijven werken: mijn leven, wie ik ben.’
Kun je iets vertellen over het 3e jaar?
In het 3e jaar werk je in het ateliercomplex op de Tractieweg (één van de locaties van de Faculteit Beeldende Kunst en Vormgeving). Ik heb er een ruimte van 15 m2, die ik met een andere student deel. Je kiest binnen jouw inividuele studiepad twee of meer media, zoals tekenen, schilderen, intermedia, enz. Je kunt per ‘keuzevak’ kiezen uit meerdere docenten waar je afspraken mee maakt of zij met jou. Ook zijn er elke week 1 of 2 gastdocenten. Daarnaast heb je lessen kunst-, cultuurgeschiedenis en Gemengd Bedrijf. Elk halfjaar kun je je vakkeuze bijstellen. Ook kan ik mijn tijd ook besteden aan bijvoorbeeld museumbezoek of boeken lezen.
Wat is de rol van docenten?
Ze coachen en geven feedback. Ze maken opmerkingen waar je vaak pas achteraf van beseft dat ze raak zijn.
Leer je ook beeldend werk bespreken?v
Bij kunst- en cultuurgeschiedenis oefen je dat. Hoe kun je naar kunst kijken, hoe kun je er iets over zeggen zonder te vervallen in leuk of mooi. Soms gaat een docent naar een atelier en haalt daar een schilderij naar voren. De maker luistert alleen maar. De anderen praten erover.
Vormen de mensen in jouw jaar een groep?
Ja, het is een heel hechte groep. We zijn open naar elkaars werk en open om elkaar te bekritiseren. We lopen bij elkaar binnen en stellen vragen.
Kun je iets over beoordeling vertellen?
In het 3e jaar heb je een atelier en dat is bij de halfjaarlijkse beoordeling, de schouw, jouw mini-galerie. De muren worden gewit of gezwart. Je maakt een presentatie met het werk dat je in het half jaar ervoor hebt gemaakt. Je vertelt een team van docenten wat je hebt gedaan en waarom, wat jouw conclusies zijn en hoe je verder wilt.
Behalve het oordeel in de schouw, krijg je ook nog een beoordeling per vak.
Loop je ook stage?
We moeten een snuffelstage doen bij een organisatie op cultureel gebied. Zo heb ik dit jaar meegewerkt aan de afbeeldingen op de schutting rondom Vredenburg in Utrecht. Het gaat erom dat je als kunstenaar een beeld krijgt van de zaken waar je in je werk mee te maken krijgt. In het 3e jaar krijg je ook het vak Gemengd Bedrijf, een verplicht vak. Als kunstenaar ben je niet alleen kunstenaar. Je zult je werk ook aan de man moeten brengen. Wat doe je als kunstenaar om je geld te verdienen?
Je studeert hier niet met het idee dat je werk straks gemakkelijk zal verkopen?
Nee. Dat idee leeft bij niemand.
Hoe zie je de toekomst?
Ik zal altijd mijn werk blijven maken, maar in welke vorm, dat weet ik niet. Het is moeilijk om vooruit te kijken. Naast mijn vrije werk, is autonoom ook heel geschikt voor het ontwerpwerk omdat je echt op een heel andere manier leert kijken en denken. Je legt andere verbanden en dat kan in je voordeel werken. Dit is ook de reden waarom ik samen met een oud klasgenoot (studente architectuur) heb besloten een ontwerpbureau te starten. Dit bureau maakt geen onderscheid tussen kunst en architectuur maar laat deze in elkaar overvloeien en met elkaar samenwerken. We zullen zien wat de toekomst ons brengt.
Brigitte Sparnaaij vertelt over haar ervaringen in het 3e jaar Fine Art.
Toelating: Je moet het gewoon doen. Het is een heel goede ervaring. In een lokaal tekenen, nieuwe mensen ontmoeten en praten over je meegebrachte werk. Het is opbouwend bedoeld om er iets van te leren. Er wordt vooral gekeken naar je mogelijkheden en hoe je je kunt ontwikkelen.