5 maart 2009
Aan mijn collega-kunstlectoren!
Giep Hagoort
Turbulentie neemt toe
De inschrijvingen voor onze conferentie zal de magische grens van honderd deelnemers zijn overschreden als ik een punt zet achter dit weerbericht. Hoezo turbulentie? Het gaat om de omgeving waarbinnen onze conferentie vaste vorm krijgt. Het ministerie heeft een brief in voorbereiding over bezuinigingen op het kunstonderwijs en dan met name het beeldend onderwijs. Uit de spelonken van het ministerie vernemen we dat het onderwijs veel nauwer moet samenwerken met het beroepenveld. Meer mogelijkheden aan de studenten moet aanbieden om een gemengde, inkomensvormende beroepspraktijk op te bouwen. En: het totale veld moet meer dan ooit beschikken over hard cijfermateriaal omtrent aansluiting opleiding-praktijk. Maar hoeveel moet er dan bezuinigd worden? Daar krijgen we de vinger niet achter. Zou minister Plasterk onze conferentie willen verrassen met zijn brief op 16 of 17 maart?
Ander punt: het negatieve oordeel van het InnovatiePlatform over de kwaliteit van de creatieve industrie. Op basis van een analyse van Berenschot wordt een gele kaart aan de sector uitgedeeld. Met de kans de status van 'sleutelgebied' te verliezen. Wat is de kritiek? Pretenties worden niet waargemaakt, centrale regie richting overheid ontbreekt en het zelforganiserend vermogen schiet te kort. Is zo'n oordeel terecht? Ja, de creatieve industrie is niet in staat een gezicht te tonen. Waar blijven de boegbeelden, cases, best practices die ons boven de wereld van de goede bedoelingen rond creativiteit uittillen. Ja, de creatieve industrie kent nog nauwelijks een robuuste onderzoekspraktijk, veel wordt opgehangen aan aannames over de werking van creativiteit die nimmer getoetst zijn. Ja, de creatieve industrie wordt zeer bevolkt door beleidsmakers terwijl C MKB (ondernemende kunstenaars, vormgevers en organisatoren, kortom alumni KUO) nauwelijks een stem hebben. Wat wel opvalt is dat de roep om een centrale regie erop duidt dat het InnovatiePlatform niet echt op de hoogte is hoe de creatieve industrie functioneert. Bij 80% kleinschalige bedrijvigheid is de roep om een centrale regie ongelooflijk achterhaald. De kracht van de creatieve industrie is geworteld in onafhankelijk denken, persoonlijke slagkracht, originaliteit en wendbaarheid (dit zijn getoetste overtuigingen). Het gaat niet om een centrale regie (door Balkenende?) maar om het versterken van de netwerkstructuur van hubes, basiskampen en experimentele labs. Op die versterking kan worden ingezet en kan er vandaaruit aan de zichtbaarheid van de creatieve netwerkindustrie gewerkt worden.
Werkateliers
Binnen deze toenemende turbulentie zijn de werkateliers een baken van inspiratie, verdieping, reflectie en tegendraads denken. Lectoren zorgen ervoor dat kennislijnen helder gepresenteerd worden, confrontaties niet uit de weg worden gegaan en nieuwe concepten worden beproefd. De aanpak en de onderwerpen staan vermeld op de speciale website www.hku.nl/lokconferentie. Een ieder wordt gevraagd te reageren en zo alvast de dialoog van een inkleuring te voorzien (lokconf@central.hku.nl).
Bezinning
Het is geen conferentie om de tijd uit te zitten. Tijdens de centrale afsluiting door dagvoorzitter Jan IJzermans worden al verrassende invalshoeken naar boven gehaald. De dag daarna trekken we in het Walter Maas Huis deze lijn door en beraden de kunstlectoren en hun gasten zich op de follow up. Nieuwe onderzoeksplannen worden gesmeed, tezamen met lectoren van buiten het KUO.
Ook dan is het mogelijk interactief te communiceren: deelnemers kunnen hun eigen bevindingen die dag emailen naar info@waltermaashuis.nl.
Een nieuw weerbericht (nr. 3) verschijnt tijdens de conferentie (of eerder indien een weeralarm moet worden afgegeven)
5 maart 2009
Tijdens het festival Something Raw in Theater Frascati in Amsterdam hebben twee lectoraten van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten - het lectoraat Kunstpraktijk en artistieke ontwikkeling (Marijke Hoogenboom) en het lectoraat Kunsttheorie en onderzoek (Henk Borgdorff) - een nieuw periodiek tijdschrift gelanceerd.
RTRSRCH is een open platform voor de thema's, processen en resultaten van een tiental artistieke onderzoekers uit verschillende disciplines die vanuit deze lectoraten gezamenlijk de ARTI groep vormen (Artistic research, theory and innovation). De publicatie kent geen permanente redactie en geen vaste doelgroep of distributie. Per uitgave worden opnieuw redacteur, inhoud, formaat, maar ook tijdelijke samenwerkingsverbanden, presentatie en strategieën voor verspreiding bepaald.
De eerste uitgave van RTRSRCH is samengesteld door Carolien Hermans en biedt een geheel eigen kijk op de ‘zoektocht naar het spektakel’ van het Something Raw festival. “Meer dan ooit weten dans- en performance kunstenaars niet alleen te boeien met sterke concepten, maar gaan ze ook op zoek naar verrassende - en vaak erg fysieke - manieren om met het publiek te communiceren. Heeft het theater een omslag gemaakt? Spelen voorstellingen weer met het dionysisch plezier, entertainment of zelfs met spectaculaire theatrale gebaren?”
Minor gestures and their monstrous little brothers: the ‘spectatorship of the catastrophic’ bevat bijdragen van o.a. Igor Dobricic, Sher Doruff, David-Weber-Krebs, Benjamin Scheers, Diego Gil, Norberto Llopis de Segarra, Martin Nachbar, Andrea Bozic, Julia Willms, André Nusselder en Stamatia Portanova.
RTRSRCH verschijnt in tabloid formaat en is gratis verkrijgbaar. Dit jaar zullen nog twee afleveringen gerealiseerd worden: in juni over notatie en overdracht, door de dansspecialisten Bertha Bermudez en Scott deLahunta; en in november over lichamelijkheid en performativiteit in de hedendaagse muziek door componist Paul Craenen.
Voor een of meerdere exemplaren van RTRSRCH en informatie:
ARTI
Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten
www.lectoraten.ahk.nl
020-527 7707
y.boekhout@ahk.nl
25 januari 2009
Aan mijn collega-kunstlectoren!
Giep Hagoort
Een jaar later
UTRECHT - In het vroege voorjaar van 2008 toen het Landelijk Overleg Kunstlectoren (LOK) besloot om zijn tweejaarlijkse conferentie te houden over de creatieve industrie, was nog nauwelijks sprake van een mondiale financiële en economische crisis. Weliswaar liep de Amerikaanse financiële sector wat deuken op via hypotheken die op drijfzand waren gebaseerd, maar het algemeen oordeel was toch dat de ‘echte’ economie redelijk ongeschonden zou blijven. Nu bijna een jaar later is de situatie drastisch gewijzigd. Westerse overheden nationaliseren banken, pompen miljarden euro’s en dollars in het financiële systeem en stellen zich in op een toename van werkloosheidscijfers die de afgelopen 20 jaren niet meer is voorgekomen.
In het loop van dit jaar zal duidelijk worden op welke wijze de Nederlandse overheid haar uitgaven voor de komende jaren zal temporiseren. Verminderde groei leidt immers tot verminderde belastinginkomsten terwijl door de financiering van de huidige probleembanken een nieuwe staatsschuld is opgebouwd. En er is geen reden om te veronderstellen dat de culturele sector zal worden ontzien.
Keuze juist, overwegingen veranderen
Waarom een bericht over de LOK conferentie (18 maart 2009 in Utrecht) met als thema de relatie tussen het kunstvakonderwijs en de creatieve industrie openen met de financiële en economische crisis? De ontwikkeling van het afgelopen jaar heeft duidelijk gemaakt dat een aantal kwaliteiten dat aan de creatieve industrie wordt toegekend, ter discussie moet worden gesteld. Alleen door kritisch te reflecteren op de actuele plaats van de creatieve industrie zullen we in staat zijn om de positie van het kunstonderwijs nauwkeurig te kunnen duiden. Het centrale motief voor het conferentiethema was: kunstonderwijs en creatieve industrie staan met de ruggen naar elkaar; het
kunstonderwijs en met name de kunstlectoren ontbreken in het debat over betekenis en richting van de creatieve industrie. Maar ook: veel lectoraatsonderzoek kan bijdragen aan de kennishuishouding van de nieuwe industrie. Kunstlectoren realiseren zich daarbij dat vanwege het interdisciplinaire karakter van de creatieve industrie, relaties moeten worden aangegaan met lectoren buiten de culturele en creatieve sector.
Hoewel het nog steeds gaat om een valide keuze, moeten de motieven voor een deel worden aangescherpt. In dit bericht wordt dit nader toegelicht in het perspectief van het debat dat met name in de werkateliers gevoerd zal kunnen worden.
Van creativiteit naar economische groei
De algemene gedachtegang over de creatieve industrie ‘van voor de crisis’ kan als volgt worden verwoord: de moderne kenniseconomie heeft behoefte aan innovatie. Na de fase van prijscompetitie volgde de fase van efficiëncy om vervolgens te belanden in de huidige fase van innovatie, symbolische meerwaarde en beleving. Deze derde fase, aangeduid als creatieve economie, stoelt op creativiteit vaak in combinatie met ICT. De noodzakelijke creativiteit is bij uitstek te vinden in een nieuwe economische sector, die wordt aangeduid als de creatieve industrie. Deze industrie, te beginnen met creatie en productie om via distributie uit te komen op beleving, is een verzamelnaam van drie subsectoren: 1. kunst en cultuur, 2. media en entertainment, 3. creatieve dienstverlening (architectuur, vormgeving, mode, reclame). In economische rapportages (van stedelijke en nationale overheden, van de EU en de VN) wordt aangegeven dat de creatieve industrie snel groeiend is (in werkgelegenheid en in aantallen bedrijven) daarbij traditionele bedrijfstakken achter zich latend. Als drijvende kracht achter innovatie en de creatieve industrie wordt het cultureel en creatief ondernemen genoemd voor zowel de marktgedreven als de publiekgefinancierde delen uit de creatieve industrie. Een andere kracht is de eveneens snel opkomende, internationaal georiënteerde ICT-industrie.
De geboorte van een hype
Tot begin 2008 werd er niet getwijfeld over de noodzaak het overheidsbeleid met betrekking tot innovatie mede te richten op de nieuwe industrie en dan met name op de derde subsector, samen te vatten als design. Nieuwe, met de creatieve industrie samenhangende contexten als creatieve steden, creatieve klassen en creatieve clusters vulden het nieuwe beleidsjargon aan en een hype was geboren. Cultuur en economieprogramma’s domineren het debat, en culturele en economische afdelingen en departementen voorzien gezamenlijk politieke bestuurders van beleidsmunitie om de beweerde kansen (per land, per regio, per stad) niet te missen. Onderzoek is vooral beleidsgericht en wordt op bestelling aangeleverd. Innovatieliteratuur is hoofdzakelijk vluchtig en boordenvol impliciete aannames. In een in februari 2009 te publiceren rapportage van het HKU-lectoraat Kunst en Economie en IPCICO worden tientallen programma’s, plannen, best practices, netwerken en agentschappen bijeengebracht die tezamen een illustratie vormen van de hier bedoelde hype.
En toen kwam de crisis
Wie op zoek gaat naar het antwoord op de vraag hoe de creatieve industrie zich verhoudt tot de huidige, wijdvertakte financiële en economische crisis, komt teleurgesteld thuis. Wat tot voor kort gezien werd als een noodzakelijke fase (‘creatieve economie’) ten behoeve van economische groei, wordt nu in het geheel niet meer opgemerkt. Wat te voet gekomen is, is per paard vertrokken, zo lijkt het. Terwijl het voor de hand zou liggen dat de creatieve industrie - gezien de veronderstelde economische en maatschappelijke potentie - binnen de miljarden overheidssteun een aparte plaats zou krijgen, zijn nu alle ogen gericht op een traditionele stimuleringsaanpak en verdwijnt het
perspectief van de creatieve industrie geheel achter de horizon. Kortom: de creatieve industrie als een mooi-weer-industrie ‘waar je niets aan hebt als het echt moeilijk wordt’. Niet dat lopende programma’s worden geschrapt maar de urgentie lijkt totaal verdwenen. De volgende observatie geeft steun aan deze conclusie. Over een periode van drie maanden heeft de weekendabonnementhouder van Het Financieele Dagblad wat de creatieve industrie betreft uitsluitend berichten gelezen over dalende aankopen op de kunstmarkten, reductie van budgetten voor bedrijfscollecties, faillissementen en saneringen van creatieve bureaus, en een terugval van verstrekkingen van fondsen. In de periode daaraan voorafgaand informeerde de krant de lezer ruimschoots en zeer gedegen over onder meer creatieve steden, succesvol design en export van creatieve producten en diensten.
Een bijzondere betekenis
In een publicatie van LOK voorzitter Maarten Regouin (Wie is er bang voor de creatieve industrieën?, 2007) en in diverse publicaties van de HKU is voor het eerst gepleit voor een nauwkeurig onderzoek naar de relatie tussen het kunstonderwijs en de creatieve industrie.
Een deel van de motieven om een LOK conferentie te houden, zoals aan het begin van dit bericht vermeld, is aan deze publicaties ontleend. Later is nog daaraan toegevoegd dat het kunstonderwijs kan worden beschouwd als een belangrijke leverancier van talent hetgeen een debat om die reden al noodzakelijk maakt. Echter, door de economische crisis krijgt de oorspronkelijke titel ‘Een kritische relatie’ een actuele, en meer betekenisvolle inhoud. Met onze conferentie moeten wij
namelijk laten zien welke thema’s duurzaam van karakter zijn die het hype-achtige karakter van de creatieve mooi-weer-industrie overstijgen. In de actuele situatie waar anderen nagenoeg zwijgen kan de LOKconferentie van 18 maart een unieke impuls geven om het debat uit het dal te halen: van een achterstand naar een voorsprong!
Uitgangspunt is en blijft daarbij dat kunst en cultuur – in interactie met hun omgeving - als bijzondere vormen van creatieve verbeeldingskracht een eigen bijdrage aan de moderne kenniseconomie kunnen leveren
En....we weten ons daarbij gesteund door enkele activisten, onder andere Neil Takemoto, uit de vroege Barack Hussein Obama clan die ons via de Volkskrant van 13 januari 2009 laten weten dat de creatieve industrie juist onder de nieuwe president zich kan ontwikkelen als een duurzame innovatiemotor! Ook good old boy Richard Florida (creatieve klasse) ziet de huidige crisis als een Great Reset om tot maatschappelijke veranderingen te komen.
De werkateliers
De werkateliers van de 18e maart zijn een goed platform waar deze kritische ambitie met betrekking tot de creatieve industrie waargemaakt kan worden, tezamen met lectoren die niet binnen het kunstonderwijs werkzaam zijn. In werkatelier 1 (Kunst is Opdracht) zal de spanning tussen particuliere en publieke ruimte op de agenda gezet kunnen worden. Hoe vorm te geven aan deze spanning daar waar marktgerichtheid en terugtrekkend overheidsbeleid hedentendage ter discussie staan? Een eerste notitie van dit atelier laat zien dat de discussie zich toespitst op de plaats van het publieke domein binnen de creatieve industrie. In werkatelier 2 (Cultureel ondernemerschap) zal het misverstand binnen de creatieve industrie aan de orde gesteld kunnen worden dat het de startende kunstenaar en vormgever slechts ontbreekt aan een papieren businessplan. Aristiciteit en commercialiteit zijn twee grootheden die zich wellicht uitsluitend in een interdisciplinair en creatief proces laten combineren. In dit atelier mogen we onder andere rekenen op de kennis die Kunstenaars & Co inmiddels heeft opgedaan. In werkatelier 3 (Artistiek onderzoek)
kunnen onderzoekscases (HKU, ArtEZ/HAN.Universiteit Nijmegen) leiden tot vragen in hoeverre autonome, niet-opportunistische financieringsbronnen (artistiek) onderzoek mogelijk moeten maken. Hoe transformeren we het huidig beleidsonderzoek van de mooi-weer-industrie naar een meer kritisch, reflectief en duurzaam onderzoek? Samenwerking met universiteiten is inderdaad daarbij geboden. In werkatelier 4 (Leeromgevingen) zullen we antwoord moeten vinden op de vraag of onze opleidingen goed voorbereid zijn op de komst van de generatie digi-studenten. Daarnaast trekt een LifeLongLearning steeds meer de aandacht. Hoe kunnen kunstacademies, conservatoria en theaterscholen daarop anticiperen? In werkatelier 5 (Cultureel burgerschap) worden wellicht concepten als community art, talentontwikkeling, interculturaliteit en mediawijsheid op de snijtafel gelegd en afgezet tegen actuele ontwikkelingen in de maatschappij waartoe ook de creatieve industrie behoort.
Hoe verder?
Momenteel bereiden de ‘trekkers’ van de werkateliers tezamen met collega-lectoren hun eigen statements voor als vertrekpunt voor het debat. Zij zoeken daarbij ook deelnemers (lectoren) buiten de eigen kring. Het is de bedoeling dat deze statements de komende tijd een publieke rol spelen bij de voorbereiding. Op de speciale website (www.hku.nl/lokconferentie) is het materiaal terug te vinden. Maarten Regouin en ondergetekende bereiden een achtergrondartikel voor dat we begin februari ScienceGuide (mediapartner) zullen aanbieden. Dit artikel gaat nader in op de plaats en betekenis van de lokconferentie en beoogt het informeren van een breed, academisch publiek. Op de website kunnen ook eigen documenten geplaatst worden, bijvoorbeeld over het lectoraatsonderzoek aan de eigen hogeschool.
Op 19 maart trekken de kunstlectoren zich in het Walter Maas Huis terug om zich te bezinnen op de resultaten van de conferentie. Hoe en waar kunnen zij samenwerken om de resultaten van de conferentie duurzaam te maken? Daarbij wordt uitdrukkelijk samenwerking met niet-kunstlectoren nagestreefd.
* Giep Hagoort is samen met Maarten Regouin belast met de inhoudelijke voorbereiding van de LOKconferentie. Zijn volgend weerbericht verschijnt medio februari. Reacties en contact: lokconf@central.hku.nl
Verder lezen:
• Cultuur, creatieve industrie en innovatie, Discussiepaper voor de CNV conferentie op 26 november Rotterdam. Isabelle de Voldere & Paul Rutten. CNV houdt in Antwerpen op 31 januari 2009 een conferentie onder de titel Creativiteit en innovatie. Het document geeft een goed en informatief inzicht in wat ik hierboven genoemd heb de ‘mooi-weer-industrie’. Helaas gaan de schrijvers geheel voorbij aan de plaats van het kunstonderwijs. Dit hebben we m.i. in de eerste plaats
aan onszelf te wijten.
• Binnenkort op de website van de LOKconferentie het artikel van Maarten Regouin en een samenvatting van het kersverse proefschrift van collega-lector Rineke Smilde over Lifelong Learning.
• Meer over Richard Florida en de crisis: creativeclass.com