Irene Kopelman is de eerste persoon die in Nederland promoveert in Fine Arts. De Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) maakte dit mogelijk in samenwerking met de Finnish Academy of Fine Arts, Helsinki. Kopelman, van oorsprong Argentijnse, woont sinds 2002 in Nederland waar zij destijds begon met een studie aan de Rijksakademie in Amsterdam. Vanaf 2006 werd zij vanuit de HKU en de Finse kunstacademie begeleid in haar onderzoek en het schrijven van haar proefschrift met de titel 'The Molyneux Problem'.
Het debat over promoveren in de kunsten is in Nederland relatief laat op gang gekomen. Vorig jaar stelden NWO en Fonds BKVB de eerste twee onderzoeksbeurzen beschikbaar, waarvan een werd toegekend aan HKU-onderzoeker Jeremiah Day. Dit moment is te zien als het het vertrekpunt van de landelijke discussie over promoveren in artistiek onderzoek. Een discussie waarop de HKU internationaal, onder andere vanwege het onderzoeksproject van Irene Kopelman, alsook vanwege het opzetten van het European Artistic Research Network (EARN) in 2004, reeds lange tijd geanticipeerd had.
Onderzoek
Kopelmans dissertatie richt zich op de rol van het tekenen als gereedschap en methode voor artistiek denken en artistiek onderzoek. Het tekenen is een activiteit die kan bijdragen aan het produceren van kennis. Kopelman demonstreert dat het tekenen zich hieraan tevens, op paradoxale wijze, weet te onttrekken.
Expositie
Een substantieel deel van Kopelmans onderzoekswerk wordt van 21 augustus tot en met 25 september getoond in BAK, basis voor actuele kunst, zie www.bak-utrecht.nl.
Achtergrond
Irene Kopelmans onderzoek werd begeleid door Henk Slager, lector artistiek onderzoek en hoofd van de Utrecht Graduate School of Visual Art and Design maHKU. MaHKU is een onderdeel van de HKU.