'De Tweede Wereldoorlog is eigenlijk met pensioen, maar ik ben van mening dat het nog steeds leeft in allerlei facetten en die probeer ik vast te leggen. Zeg maar hoe men probeert de oorlog te herbeleven als een soort van recreatie, een soort van studie. Dit is één onderdeel.' Aan het woord is fotograaf Roger Cremers in het AVRO-programma R.E.L. van 29 januari 2012. HIj bevindt zich samen met de heren Romeyn en Lamoree voor een item over zijn project "Re-enactment" in het Belgische Bastogne waar het Ardennenoffensief wordt nagespeeld. Op de vraag van Lamoree wat hij wil betrappen antwoordt Cremers: 'Het verleden in deze tijd en dat het niet klopt in zekere zin. Dat wil ik laten zien. Ergens zit er iets scheef in dezen en ook weer niet. Dat spel ertussenin. Daar zit ik naar te zoeken. Ik probeer een beetje een vervreemdend beeld te geven.' Soldaatje spelen, de Tweede Wereldoorlog herbeleven als een soort van recreatie is op zichzelf al vervreemdend.
'Mamma, als je niemand hebt om aan te denken, aan wie moet je straks dan denken? Dat vroeg mijn broertje, net zeven, vlak voor de twee minuten stilte van 1960.' Zo opende Willem Jan Otten in 2011 de 4 mei-lezing. Goeie vraag! Sterker nog: een cruciale vraag die met de jaren crucialer wordt. Bernlef formuleerde het op 4 mei 2005 zo: 'Voor degenen onder ons die de Tweede Wereldoorlog niet bewust hebben meegemaakt, betekent het dat zij hun eigen verbeeldingskracht moeten inzetten om de gebeurtenissen van toen nieuw leven in te blazen. Soms zullen ouderen met die middelen moeite hebben.' Jessica Durlacher maakte die moeite concreet in haar lezing op 4 mei 2001: 'Onverbloemde fictie over die tijd beschouwde mijn vader bijna zonder uitzondering als taboe. Films, door hun mise en scène nu eenmaal per definitie onecht, vond hij onverdraaglijk. Sophie’s Choice of Schindler’s List: afgrijselijke kitsch. Nep, een belediging van de werkelijkheid.'
Wat is een belediging van de werkelijkheid? Sophie's Choice heb ik, een kind van de jaren zestig, niet als zodanig ervaren. Allesbehalve! De zin "Ich kann nicht wählen" zal me m’n hele leven bijblijven. Je bent moeder en staat voor een onmogelijke keuze: een van je twee kinderen mag blijven leven. Als je niet kiest gaan ze er allebei aan. "Nehmen Sie mein kleines Mädchen ..." Meryl Streep kreeg een Oscar, maar voor die ene blik had het meisje dat haar dochtertje speelde er van mij ook een mogen hebben. Deze scène valt in de categorie "Waar gebeurd en toch gelogen". Literatuurwetenschapper Aart van Zoest schreef een aardig boekje met die titel. Fictionalisering biedt identificatiemogelijkheden: je kunt van binnenuit meeleven met de personages en je afvragen wat jij zou hebben gedaan in een dergelijke situatie. Ik ben in het geval van Sophie niet verder gekomen dan eerst gek worden en daarna zelfmoord plegen.
Anna Enquist constateerde op 4 mei 1996: 'De mens valt van zijn voetstuk, want hij blijkt geneigd om in tijden van angst en onzekerheid achter dubieuze leiders aan te lopen. Hij blijkt in staat om de mooiste menselijke vaardigheid die er is, het vermogen zich in een ander in te leven, terzijde te schuiven om zijn medemens te gaan minachten en vernielen.' En vier jaar later vroeg Inez van Dullemen zich af: 'Hoe kunnen wij het reuzenrad van de oorlog ooit tot stilstand brengen? Misschien zouden wij de kinderen van de pasgeboren eeuw moeten waarschuwen voor de versluierende redenaties van politici en legerleiders. Met betrouwbare blik en dito stem geven zij uitleg van hun intenties en plannen.'
Voor de oorlog had de Nederlandse regering het plan voor een persoonsbewijs, dat was ontsproten aan het brein van J.L. Lentz, hoofd van de Rijksinspectie der Bevolkingsregisters, afgewezen. Helaas bleek de bezetter zeer geïnteresseerd. Nergens in Europa, ook niet in Duitsland, bestond toen een identiteitsbewijs dat technisch en administratief zo perfect was als het Nederlandse persoonsbewijs (compleet met vingerafdrukken!) dat vanaf april 1941 werd uitgereikt. Op 4 mei 2002 stelde F. Springer zich tijdens zijn lezing voor hoe Multatuli in zijn plaats aan de aanwezigen zou vragen: 'Wat hebben jullie eigenlijk sinds mijn vertrek geleerd? Behalve dan, wat ik toen al zei, dat de mens een zoogdier is, en meer niet?' Identificatieplicht dient wat mij betreft uitdrukkelijk géén zaak te zijn van overheden en burgers, maar van lezers, toeschouwers en luisteraars die fictie – in welke vorm dan ook – over oorlog tot zich nemen. Volgens Jessica Durlacher, geboren in 1961, is het 'de enige manier om het verleden te incorporeren in ons geheugen en het steeds opnieuw in ons geweten en ons hart een rol te geven'. Het is aan de kunstenaars die identificatie telkens zodanig mogelijk te maken dat zij gepaard gaat met het besef dat oorlog allesbehalve een spelletje is. Een besef dat eeuwig jong moet blijven en nooit met pensioen mag ...
Lambertha Souman is redactioneel medewerkster op de HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).
lambertha.souman@kmt.hku.nl