Zou iedereen er in de loop van zijn of haar leven ten minste één hebben: de brief die je nooit schreef? De brief waarvan je weet dat je hem had moeten schrijven toen het nog kon? De brief die je acuut alsnog zou schrijven als de beoogde ontvanger ervan nog in leven was? Of zal dit verlangen steeds minder post vatten nu het schrijven van brieven zo’n prehistorisch ambacht is geworden dat een backpacker zijn verblijf in Nieuw-Zeeland denkt te kunnen bekostigen met het componeren van brieven op bestelling à raison van € 10 per epistel? En hoe zit het met de brief die je nooit schreef omdat je gewoonweg niet wist dat je die überhaupt had willen schrijven? Soms besef je pas hoezeer iemand bij je leven hoort als het in memoriam in de krant verschijnt en het laatste interview na middernacht voor de laatste maal op tv wordt vertoond. 'Doeschka Meijsing overleden.' Deze drie woorden ontsloten een voor mij tot dan toe geheim laatje in het wonderlijke kabinet dat geheugen heet en onze herinneringen herbergt.
Herinneringen hebben is een, de emoties die eraan hangen is een heel ander verhaal. Onze herinneringen groeien met ons mee en worden voor een belangrijk deel ingekleurd door de ervaringen die we onderweg van toen naar nu opdoen. Het is 1978, de zomervakantie tussen gymnasium 5 en 6, als mijn leraar Nederlands op ziekenbezoek komt. Ik heb een niet-zware operatie achter de rug. Ik krijg ‘De hanen en andere verhalen’ van Doeschka Meijsing cadeau (2e druk, salamanderpocket). Hij en ik moesten eens weten wat ik allemaal met de schrijfster gemeen heb. De hoofdpersoon uit het tweede verhaal is bibliothecaris in een universiteitsbibliotheek: ‘Daar ben ik aangesteld om een stukje van de chaos van het heelal te bedwingen in kaartenbakken. Mijn belangrijkste hulpmiddel daarbij is het alfabet en daar de aard van mijn werk niet zodanig is dat ik mijn salaris rusteloos en voortdurend moet verantwoorden, heb ik alle tijd om me te verwonderen over de eenvoud en de kracht van deze uitvinding.’ Wat een geweldig citaat! In de Franse film 'La Gloire de Mon Père' van Yves Robert zit een scène waarin de onderwijzer van de dorpsschool bij toeval ontdekt dat zijn nog niet leerplichtige zoontje al kan lezen. Ik kan het nog steeds niet met droge ogen aanzien. Lezen is leven! De wereld die voor je opengaat als je kunt lezen ... Alles wordt mogelijk in 26 letters. Creëren maar! Ineens is die beroemde regel van Willem Kloos – ik ben een god in het diepst van mijn gedachten – een stuk acceptabeler.
Het vijfde verhaal heeft de intrigerende titel 'Het denken cadeau'. Ik weet niet wat ik destijds gedacht heb. Maar nu ik de salamanderpocket na jaren weer eens doorbladerde, besefte ik dat ik destijds iets anders cadeau had gekregen van mijn leraar Nederlands dan zomaar een verhalenbundel. Hij had me het denken cadeau gegeven. En het vertrouwen dat ik het denken waard was omdat ik het ook werkelijk op waarde zou weten te schatten. De onuitgesproken verwachting dat ik niet alleen maar zou lezen wat er op de regels staat maar ook vooral wat zich ertussen bevindt: de ruimte voor de emoties die het gelezene hebben losgemaakt bij de lezer. Ik weet het: 'Tijd is interpretatie'. (Dat heb ik al kunnen lezen in het tweede verhaal.) Het denken waar ik nu aan denk behelst iets anders dan het denken waar Meijsing in haar verhaal aan dacht. Maar het moet even. Op 29 januari van dit jaar hoorde ik Huub Stapel in zijn rol als Napoleon verzuchten: 'Wat zouden de kunsten zijn als ze niet beschermd werden door de staat?' De conclusie die volgde was weinig verheffend: slechts platvloers vermaak zou ons nog resten. Napoleon verzuchtte nog iets: 'De ergste staatsvorm is die waar ook het domme volk stemrecht heeft.' Misschien heeft-ie wel gelijk. Maar ja, wat is je definitie van dom en wanneer is iemand dom? Daar ga je al ... Konden we elkaar het denken maar cadeau doen in de best denkbare betekenis van het woord.
Rob Schouten opende zijn column in Trouw op 25 juli 2001 als volgt: 'Een reorganisatie van mijn boekenkast is voor sommige boeken op een regelrecht drama uitgelopen. Maar er viel werkelijk niet langer aan te ontkomen, ook in boeken kan men verzuipen en dit dreigde mij te gebeuren.' Verzuipen of niet, een ding is zeker: Doeschka Meijsing (en met haar Gerard Aalbersberg, de gever van het boek) gaat mee naar het bejaardenhuis.
Zij die een carrière ambiëren in de kunsten (wat de uitingsvorm ook moge zijn) stellen ons in staat elkaar het denken cadeau te geven. En dat is anno nu misschien wel harder nodig dan ooit. Napoleon liet ons bij monde van Huub Stapel weten: 'Godsdienst weerhoudt de armen ervan de rijken te vermoorden.' Wat moet hierop het antwoord zijn? Waarschijnlijk dit: ‘Weldenkendheid weerhoudt de rijken ervan de armen het leven onmogelijk te maken.' Kunstenaars van morgen, jullie weten wat je te doen staat. Aan de slag!
Lambertha Souman is redactioneel medewerkster op de HKU. Daarnaast is zij tekstschrijver in de breedste zin van het woord (liedteksten, poëzie, artikelen, brochures, folders).
lambertha.souman@kmt.hku.nl